Vragen over hoge nood in treinen


Indiendatum: jan. 2016

-> de vragen en antwoorden als pdf vindt u hier

Op 28 september 2011 is een motie in de Staten aangenomen over toiletten in regionale treinen. Op 4 september 2012 is in een statennotitie uitleg gegeven over de invulling van deze motie. Hierin gaf het college aan dat er pas toiletten in treinen voorgeschreven gaan worden bij de nieuwe concessie vanaf 2021. Het college gaf ook aan dat er aanzienlijke meerkosten zijn als er nu al een toiletvoorziening getroffen moet worden in de trein die ten behoeve van de Valleilijn aangeschaft wordt omdat andere treinen nog geen toiletvoorziening hebben (eenmalige/incidentele kosten voor een afvoerinstallatie en structurele reinigingskosten).

Inmiddels zijn we enkele jaren verder. De ontwikkelingen gaan sneller dan vooraf gedacht. Alleen in Gelderland en Zuid-Holland rijden nog regionale treinen zonder toilet. Vanaf 2015 zijn de meeste NS-treinen voorzien van een toilet en vanaf 2021 (ipv 2025) zullen alle sprinters uitgerust zijn met een toilet (Kamerbrief 29 september 2014). Dit komt mede door de vele acties van bijvoorbeeld Rover en burgerinitiatief Treinen Met Toiletten.

Een aantal partijen in PS pleiten ervoor dat ook Gelderse treinen sneller voorzien worden van toiletten dan pas in 2021. Dit om ervoor te zorgen dat Gelderse treinen niet achterlopen bij landelijke ontwikkelingen, het Gelders openbaar vervoer aantrekkelijk blijft en de Gelderse klantvriendelijkheid gewaarborgd wordt. Daarom stellen wij u hier graag enkele vragen over.

  1. Welke kosten brengt het met zich mee om ervoor te zorgen dat nu al in alle Gelderse treinen een toiletvoorziening wordt aangebracht? Wat zijn de eenmalige/incidentele en wat zijn de structurele kosten om de toiletvoorzieningen in gebruik te nemen?
  2. Is het correct dat de onder 1 genoemde kosten sowieso opgebracht moeten worden, of dat nu al is of pas vanaf 2021? Zo ja, welke voordelen zijn er om te wachten tot de nieuwe concessie in 2021 (uiteraard naast het vooruitschuiven van de structurele kosten)? Zo nee, kunt u ons uitleggen wat de verschillen zijn tussen de situatie nu en die in 2021?
  3. Een toiletvoorziening is voor gebruikers van de trein prettig, het verhoogt de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer. Maar de chemische toiletten die momenteel vaak in gebruik zijn, hebben een aantal nadelen, zo hebben we begrepen van de dienst, waaronder dat er een reinigingsstation aangelegd moet worden (met bijbehorende kosten en milieuvergunningen) en dat er vaak reinigingsmiddelen gebruikt worden die vallen onder de wet op de bestrijdingsmiddelen omdat ze schadelijk zijn voor het milieu. Klopt deze informatie? En in hoeverre zijn er ook alternatieve mogelijkheden, die beter zijn voor het milieu en wellicht ook minder duur, bijvoorbeeld een composttoilet of een groen membraantoilet? Zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de kosten ervan (zowel structureel als incidenteel)? Zo nee, waarom zijn dit soort groenere toiletten niet in te zetten in treinen?
  4. Met welke middelen gaan de extra kosten voor toiletten met treinen vanaf 2021 gefinancierd worden?
  5. Hoeveel Gelderse treinen zijn nu al voorzien van een (niet in gebruik genomen) toilet, in hoeveel treinen is er een mogelijkheid om eenvoudig een toiletvoorziening op te nemen en hoeveel treinen beschikken nog niet over een toilet/mogelijkheid voor een toiletvoorziening?

M. Moulijn A. Doppen M. Gemmink M. Bruins
Partij voor de Dieren GroenLinks SP 50PLUS

Indiendatum: jan. 2016
Antwoorddatum: 16 feb. 2016

Vraag 1:
Welke kosten brengt het met zich mee om ervoor te zorgen dat nu al in alle Gelderse treinen een toiletvoorziening wordt aangebracht? Wat zijn de eenmalige/incidentele en wat zijn de structurele kosten om de toiletvoorzieningen in gebruik te nemen?

Antwoord:
In 2013 hebben wij reeds berekend wat de eenmalige kosten zijn voor de inbouw van toiletten in treinen. In totaal betreft dat een bedrag van € 9,8 - € 12,2 mln. Deze kosten (prijspeil 2013) bestaan uit:
- de inbouw van toiletten in (38) treinen, te weten € 6,3 - € 8,4 mln.
- bijkomende kosten van € 2,7 - € 3 mln. voor de inhuur van opstelsporen en treinen (om inbouw mogelijk te maken resp. het vervoer van reizigers te kunnen garanderen)
- kosten van de bouw van de afvanginstallaties op knooppunten (4 locaties), te weten minimaal € 0,8 mln.

Daarnaast zijn de structurele (jaarlijkse) kosten voor schoonmaak, onderhoud, aftanken, extra rangeren voor de gehele Gelderse vloot (38 treinen) geraamd op € 3,4 mln. (kosten per trein ongeveer € 90.000 per jaar).

Om overlast voor de reizigers te beperken ligt het voor de hand om de inbouw in de zomerperioden uit te voeren. In de zomer zijn er minder reizigers en ook worden minder treinen ingezet. Inbouw in alle treinen moet waarschijnlijk ook - juist in verband met het voorkomen van overlast - over meerdere jaren worden uitgespreid. Overigens hebben vervoerders aangegeven dat voor de inbouw van een toilet per trein 5 zitplaatsen moeten worden ingeleverd, waardoor de zitplaatsgarantie (in de spits) kan afnemen.

Vraag 2:
Is het correct dat de onder 1 genoemde kosten sowieso opgebracht moeten worden, of dat nu al is of pas vanaf 2021? Zo ja, welke voordelen zijn er om te wachten tot de nieuwe concessie in 2021 (uiteraard naast het vooruitschuiven van de structurele kosten)? Zo nee, kunt u ons uitleggen wat de verschillen zijn tussen de situatie nu en die in 2021?

Antwoord:
Ja. De structurele en eenmalige kosten zoals hierboven genoemd gaan uit van inbouw van toiletten achteraf in bestaand materieel. Dat is de situatie van nu, maar ook vanaf 2021. Het huidige materieel is slechts enkele jaren oud en zal ook in de volgende concessieperiode worden gebruikt. Er kan kostenreductie optreden, op het moment dat de inbouw van toiletten onderdeel is van de aanbesteding voor nieuwe concessies. Dat was ook de reden - in ons antwoord op de motie van uw Staten in 2012 - om de inbouw voor te schrijven bij de ingang van nieuwe concessies. Nieuwe treinconcessies worden voorzien eind 2021 (Valleilijn) en eind 2025 (overige treindiensten in Gelderland).

Vraag 3:
Een toiletvoorziening is voor gebruikers van de trein prettig, het verhoogt de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer. Maar de chemische toiletten die momenteel vaak in gebruik zijn, hebben een aantal nadelen, zo hebben we begrepen van de dienst, waaronder dat er een reinigingsstation aangelegd moet worden (met bijbehorende kosten en milieuvergunningen) en dat er vaak reinigingsmiddelen gebruikt worden die vallen onder de wet op de bestrijdingsmiddelen omdat ze schadelijk zijn voor het milieu. Klopt deze informatie? En in hoeverre zijn er ook alternatieve mogelijkheden, die beter zijn voor het milieu en wellicht ook minder duur, bijvoorbeeld een composttoilet of een groen membraantoilet? Zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de kosten ervan (zowel structureel als incidenteel)? Zo nee, waarom zijn dit soort groenere toiletten niet in te zetten in treinen?

Antwoord:
Wij hebben geen informatie gevonden of er bij reiniging van toiletten in treinen elders in het land middelen worden gebruikt die schadelijk zijn voor het milieu. In het door ons uitgevoerde onderzoek is bekeken wat de ervaringen zijn met zgn bioreactor-systemen (composttoilet). Er is op dit moment in Nederland geen ervaring met deze systemen in treinen, wel in beperkte mate elders in Europa. Uit dit onderzoek blijkt dat de onderhoudskosten twee keer zo hoog kunnen zijn als de doorsnee gesloten systemen en dat de zekerheid (namelijk dat een dergelijk toilet altijd werkt) lager wordt ingeschat. Bij de uitvraag voor het toilet voor de nieuwe treinen zal ook gevraagd worden naar de kosten en bedrijfszekerheid van een composttoilet.

Vraag 4:
Met welke middelen gaan de extra kosten voor toiletten met treinen vanaf 2021 gefinancierd worden?

Antwoord:
Uw Staten hebben bij Motie 58 (PS 2012-673) aangegeven bij de volgende aanbesteding toiletten in treinen voor te schrijven. De eenmalige (naar schatting € 9,8- € 12,2 mln.) en structurele kosten (jaarlijks € 3,4 mln.) die hiermee samenhangen, kunnen ten laste worden gebracht van de eenmalige middelen resp. de Decentrale Uitkering (voorheen BDU). Tot nu toe is geen rekening gehouden met kosten voor toiletten in treinen. De keuze voor (snellere) inbouw van toiletten in treinen heeft uiteraard consequenties voor de beschikbaarheid van middelen voor (mobiliteits)projecten in Gelderland. Het betekent dat andere (mobiliteits)projecten niet door kunnen gaan en dat er minder geld is voor de primaire functie van het OV: het laten rijden van bussen en treinen. Ook zullen wij rekening moeten houden met consequenties voor de (nieuwe) concessies: er zal als gevolg van de inbouw van toiletten jaarlijks meer geld (10-15%) voor exploitatie nodig zijn, tenzij (een deel van de) kosten worden verwerkt in het verhogen van de prijs van het treinkaartje. Overigens hebben uw Staten ook besloten om te investeren in toiletten op 22 stations langs het regionaal spoor, waarvoor een bedrag van €6,4 mln. (inclusief onderhoud) b schikbaar is gesteld.

Vraag 5:
Hoeveel Gelderse treinen zijn nu al voorzien van een (niet in gebruik genomen) toilet, in hoeveel treinen is er een mogelijkheid om eenvoudig een toiletvoorziening op te nemen en hoeveel treinen beschikken nog niet over een toilet/mogelijkheid voor een toiletvoorziening?

Antwoord:
Op dit moment is er één trein (op de Valleilijn) die rijdt met een (niet in gebruik genomen) toilet. De overige 37 treinen beschikken niet over een toilet. Er is geen mogelijkheid om een "eenvoudige toiletvoorziening" in treinen op te nemen, vanwege de eisen die aan een dergelijke voorziening worden gesteld.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
P.G.G. Hilhorst - secretaris

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer