Vragen over land­bouw­tran­sitie in klimaat­beleid


-> de vragen en antwoorden als pdf vindt u hier

De provincie Gelderland heeft een tijdlang een klimaatbeleid gekend. Sinds enige tijd wordt er vooral ingespeeld op de energietransitie. In het debat in de commissie EEM van 13 januari heeft gedeputeerde Van Dijk toegezegd dat hij een notitie gaat schrijven over de gevolgen van het Klimaatakkoord voor Gelderland en een ronde tafelgesprek gaat organiseren over de vraag wat Gelderland zou kunnen bijdragen aan de klimaatafspraken. Wij zijn erg blij met deze toezegging, maar hebben ook nog wat zorgen erover. Want een van de meest eenvoudige en goedkope bijdrage aan het behalen van de klimaatafspraken lijkt niet serieus genomen te worden: de aanpak van de landbouwtransitie en de bijbehorende groene eiwittransitie.

De spraakmakende documentaire Meat the Truth stelde de rol van de veehouderij op de klimaatproblemen als eerste voor een groot publiek aan de orde. Daarna hebben steeds meer onderzoekers bevestigd dat het belangrijk is om de landbouw te veranderen in het kader van het klimaatbeleid. Pier Vellinga stelde bijvoorbeeld op 10 december tijdens zijn emeritaatssymposium dat een landbouwtransitie noodzakelijk is om het klimaatprobleem een halt toe te roepen. Volgens hem moeten we naar een andere landbouw, lokale productie en een gezonder dieet met minder dierlijke eiwitten. Hij stelt dat met een verdere intensivering van de landbouw en een efficiencyslag het wereldvoedsel- en broeikasprobleem niet op te lossen is. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft berekend dat als alle inwoners van de EU hun vlees-, zuivel- en eierconsumptie zouden halveren dat dan de uitstoot van broeikasgassen met 25-40% daalt (en er bovendien 23% minder land nodig is voor voedselproductie). In een factsheet van het Voedingscentrum is berekend dat de milieubelasting van de productie van dierlijke eiwitten in vergelijking met plantaardige twee tot 60 keer meer broeikasgasemissies is, drie tot tien keer meer voor landgebruik en energiegebruik en 30 tot 40 keer meer voor zoetwatergebruik.

In het kader van het klimaatbeleid stellen wij u daarom de volgende vragen:

  1. Zijn Gedeputeerde Staten bekend met de grote invloed van de veehouderij op de klimaatproblemen?
  2. Zijn Gedeputeerde Staten bereid om in het kader van het klimaatbeleid te werken aan een landbouwtransitie in Gelderland? Zo ja, hoe ziet die transitie eruit en welke rol zien Gedeputeerde Staten weggelegd voor de provincie? Zo nee, waarom niet?
  3. Hoe verklaren Gedeputeerde Staten de medewerking aan verdere intensivering van de veehouderij door het Plussenbeleid in het licht van het klimaatbeleid? Welke klimaatgevolgen heeft verdere intensivering van de Gelderse veehouderij en hoe kunnen we tot een landbouwtransitie komen, zoals voorgesteld door onder andere Pier Vellinga, als we het mogelijk blijven maken om op de oude (doodlopende?) weg door te gaan van verdere intensivering?
  4. Zijn Gedeputeerde Staten bekend met het feit dat er in VS en dan met name in Silicon Valley veel wordt geïnvesteerd in de groene eiwittransitie (de transitie van eiwitten uit vlees en vis naar plantaardige eiwitten) omdat investeerders op zoek zijn naar de “Tesla” van de voedselindustrie (dat wil zeggen duurzamere concepten die onduurzame concepten vervangen)? Wat vindt GS van deze ontwikkelingen?
  5. Welke gevolgen voorzien Gedeputeerde Staten van de groene eiwitontwikkelingen in Silicon Valley, maar ook door groene eiwitbedrijven in Gelderland, voor de landbouw en economie in Gelderland?
  6. Wat doen Gedeputeerde Staten om de groene eiwittransitie mogelijk te maken cq te stimuleren? Welke rol zien Gedeputeerde Staten hierin weggelegd voor de provincie?
  7. Is gedeputeerde Van Dijk bereid om de landbouwtransitie en de bijbehorende groene eiwittransitie mee te nemen in de klimaatnotitie en ronde tafel over de gevolgen van het Parijse Klimaatakkoord voor de provincie Gelderland? Zo nee, waarom niet?

Maaike Moulijn
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 16 feb. 2016

Vraag 1:
Zijn Gedeputeerde Staten bekend met de grote invloed van de veehouderij op de klimaatproblemen?

Antwoord:
Wij zijn er mee bekend dat ook de veehouderij bijdraagt aan grondstoffen- en energieverbruik en uitstoot van broeikasgassen.

Vraag 2:
Zijn Gedeputeerde Staten bereid om in het kader van het klimaatbeleid te werken aan een landbouwtransitie in Gelderland? Zo ja, hoe ziet die transitie eruit en welke rol zien Gedeputeerde Staten weggelegd voor de provincie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zoals toegezegd in de commissie beogen wij in de klimaatnotitie de gevolgen van het klimaatakkoord uit te leggen en te bezien hoe dit mogelijk raakt aan onderwerpen als economie, land- en tuinbouw en mobiliteit. In ons huidige beleid ondersteunen wij reeds transities in de landbouw door middel van innovatie en door middel van het stimuleren van het nemen van maatregelen voor o.a. dierwelzijn en milieu. Wij hebben daarvoor geen klimaatbeleid als doorslaggevend kader, zoals u vraagt. Wel is ons beleid gericht op duurzaamheid en kan het bijdragen aan vermindering van negatieve effecten.

Vraag 3:
Hoe verklaren Gedeputeerde Staten de medewerking aan verdere intensivering van de veehouderij door het Plussenbeleid in het licht van het klimaatbeleid? Welke klimaatgevolgen heeft verdere intensivering van de Gelderse veehouderij en hoe kunnen we tot een landbouwtransitie komen, zoals voorgesteld door onder andere Pier Vellinga, als we het mogelijk blijven maken om op de oude (doodlopende?) weg door te gaan van verdere intensivering?

Antwoord:
Ons Plussenbeleid is gericht op verdere verduurzaming van de veehouderij. Dat vinden wij belangrijk en daarom stimuleert het plussenbeleid het nemen van (bovenwettelijke) maatregelen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en landschappelijke kwaliteit. Wij kunnen thans niet voorspellen welke klimaatgevolgen dit beleid heeft. Zo wordt de bijdrage van de veehouderij aan de productie van broeikasgassen ook in sterke mate beïnvloed door bijv. het veevoer. Er zijn met andere woorden meer wegen die bewandeld kunnen worden om 'de bijdrage aan het klimaatprobleem' effectief te verlagen.

Vraag 4:
Zijn Gedeputeerde Staten bekend met het feit dat er in VS en dan met name in Silicon Valley veel wordt geïnvesteerd in de groene eiwittransitie (de transitie vaneiwitten uit vlees en vis naar plantaardige eiwitten) omdat investeerders op zoek zijn naar de "Tesla" van de voedselindustrie (dat wil zeggen duurzamere concepten die onduurzame concepten vervangen)? Wat vindt GS van deze ontwikkelingen?

Antwoord:
Ja. Wij wachten deze innovaties met belangstelling af.

Vraag 5:
Welke gevolgen voorzien Gedeputeerde Staten van de groene eiwitontwikkelingen Silicon Valley, maar ook door groene eiwitbedrijven in Gelderland, voor de landbouw en economie in Gelderland?

Antwoord:
Dit kunnen wij thans nog niet voorspellen.

Vraag 6:
Wat doen Gedeputeerde Staten om de groene eiwittransitie mogelijk te maken cq stimuleren? Welke rol zien Gedeputeerde Staten hierin weggelegd voor de provincie?

Antwoord:
Wij zien dit als een van de vele innovaties. Voor innovatief beleid hebben wij stimulerend instrumentarium.

Vraag 7:
Is gedeputeerde Van Dijk bereid om de landbouwtransitie en de bijbehorende groene eiwittransitie mee te nemen in de klimaatnotitie en ronde tafel over de gevolgen van het Parijse Klimaatakkoord voor de provincie Gelderland? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zoals toegezegd in de commissie beogen wij in de klimaatnotitie de gevolgen van het klimaatakkoord uit te leggen en te bezien hoe dit mogelijk raakt aan onderwerpen als economie, land- en tuinbouw en mobiliteit. Wat betreft de rol van de provincie Gelderland hierin is ook van belang te weten wat het Rijk in verband met het Akkoord van Parijs gaat doen.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
P.G.G. Hilhorst - secretaris