Vragen over Program­ma­tische Aanpak Stikstof


> deze vragen in .pdf

Voor de commissievergadering LCJ op 14 september is de verordening Stikstof en Natura 2000 geagendeerd. Wanneer tot deze verordening besloten wordt, zullen de meeste veehouderijbedrijven in Gelderland, namelijk (ongeveer) de bedrijven met een depositie die onder een drempelwaarde valt, ondanks de hoge gezamenlijke ammoniakuitstoot en ammoniakdepositie van deze groep, toch “automatisch” een Natuurbeschermingswetvergunning krijgen.

In het Statenvoorstel staat bij punt 8 dat de verordening door de huisadvocaat beoordeeld is. Bij de informatiebijeenkomst over de verordening heeft onze fractie gevraagd naar die beoordeling. Inmiddels hebben wij van ambtelijke zijde een reactie dat we een schriftelijk verzoek moeten doen naar die
beoordeling.

  1. Kunt u Provinciale Staten zo spoedig mogelijk de beoordeling van de huisadvocaat ter beschikking stellen ? (Zodat deze voorafgaand aan de commissievergadering op 14 september nog gelezen kan worden.)
    .
  2. In een advies van de huisadvocaat van 1 juni 2010, met kenmerk 232121 worden een groot aantal potentiële problemen in de toenmalige “notitie stikstof’ geschetst.
    .
    Bijvoorbeeld : “Zelfs indien wij ervan uit gaan dat de bedoelde conclusie wel uit het Alterra rapport kan worden getrokken, dan is ons niet duidelijk hoe deze conclusie de ecologische onderbouwing kan vormen voor de toelaatbaarheid van een toename van stikstofdepositie. Voor zover de onderbouwing is dat een toename toelaatbaar is zolang deze maar kleiner is dan de afname vanwege de autonome ontwikkeling, onderschrijven wij deze niet.
    .
    Kunt u van al deze probleempunten aangeven of en hoe ze nu opgelost zijn ?
    .
  3. Tijdens de informatiebijeenkomst heeft onze fractie ook vragen gesteld over de status van de PAS, de Programmatische Aanpak Stikstof.
    .
    De PAS moet er voor zorgen dat de depositie op de Natura 2000 gebieden gaat dalen. In de notitie bij de verordening heeft u onder punt 7 de relatie tussen de verordening en de PAS aangegeven. De maatregelen zoals die zijn uitgewerkt in de verordening worden ingebracht in het PAS model. Uit het rekenmodel komt een rapportage, die aangeeft of de maatregelen voldoen, of dat meer maatregelen nodig zijn.
    .
    Het is opvallend dat u aan Provinciale Staten voorstelt om eerst de verordening vast te stellen, om pas later te zien of de voorgestelde maatregelen wel voldoende zijn. Het doet ondergetekende denken aan de ramp met het voetbalstadion in Enschede, waar een dak geplaatst werd voordat de stabilisatiestangen aanwezig waren. Compleet de verkeerde volgorde.
    .
    Wanneer kunnen wij de rapportage verwachten, en waarom lijkt het u niet beter eerst de resultaten van de PAS berekeningen af te wachten, voordat u Provinciale Staten vraagt een weloverwogen beslissing over deze verordening te nemen ?
    .
  4. Wilt u direct na het vaststellen van de verordening al Natuurbeschermingswetvergunningen gaan verstrekken aan de grote groep veehouderijbedrijven met een depositie onder de drempelwaarde ? Zo nee, waarom wilt u dan de verordening vast laten stellen voordat de PAS uitkomsten bekend zijn ? Zo ja, kunnen we niet beter wachten tot de uitkomsten van de PAS bekend zijn ?
    .
  5. Tijdens de informatiebijeenkomst heeft onze fractie verzocht om leestoegang tot het webtool (AERIUS) waarmee de resultaten van de PAS berekeningen en de resulterende depositie op de Natuurgebieden bekeken kunnen worden, voorafgaand aan het vaststellen van de verordening. Wanneer krijgen de Statenleden toegang ?
    .
  6. Wilt u via AERIUS ook aan Provinciale Staten de resultaten van een worst case scenario, en een meest-milieuvriendelijk scenario laten zien ?
    .
  7. De Raad van State heeft op 7 september een belangrijke uitspraak gedaan over vergunningplicht voor veehouderijen nabij beschermde natuurgebieden . (Het college van gedeputeerde staten van Gelderland is daarbij in het ongelijk gesteld.) Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak voor de verordening, voor de berekeningen die gedaan zijn om de verordening te onderbouwen, en voor de vergunningverlening in Gelderland ?
    .
  8. Is er al een schatting van de totale kosten van de beheermaatregelen de komende tientallen jaren, en zo ja, hoe hoog zijn die ?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren.

Antwoorddatum: 27 sep. 2011

> deze antwoorden in .pdf

Antwoorden:

  1. Het advies van de huisadvocaat ligt ter vertrouwelijke inzage op de Griffie.
    .
  2. Het advies van de huisadvocaat van 1 juni 2010 heeft betrekking op het concept beleidskader stikstof, een voorloper van het Convenant Stikstof en Natura 2000 Gelderland. De verordening vloeit voort uit het convenant. Gezien de vele wijzigingen is de verordening en de advisering over de verordening, niet één op één te vergelijken met het beleidskader stikstof. In de ontwikkeling van de verordening is er vanzelfsprekend rekening gehouden met de adviezen van de huisadvocaat.
    .
    Wij verwijzen u naar het advies van de huisadvocaat van 27 juni 2011 over voorliggende verordening. Hierin zijn de resterende aandachtspunten benoemd. Bij het opstellen van de verordening en het inrichten van het salderingssysteem is rekening gehouden met de door de huisadvocaat genoemde aandachtspunten.
    .
  3. Berekeningen, uitgevoerd door Alterra, hebben aangetoond dat met de gekozen percentages afroming en toepassing van de drempelwaarde de stikstofdepositie daalt. Of deze daling voldoende is en hiermee de instandhoudingsdoelen dichterbij komen, moet bevestigd worden door een ecologische onderbouwing.
    .
    In het kader van de PAS is deze ecologische onderbouwing met bijbehorende herstelmaatregelen ontwikkeld voor alle Gelderse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Gebleken is dat bij de daling van de stikstofdepositie de komende 20 jaar èn bij uitvoering van de voorgestelde herstelmaatregelen er voldoende ontwikkelingsmogelijkheden zijn voor onder andere de landbouw. Een deel van de herstelmaatregelen is al in uitvoering, voor een ander deel moet nog de financiering worden gevonden. Het rijk heeft voor deze extra PAS-maatregelen landelijk 120 miljoen euro beschikbaar gesteld. Medio oktober starten de onderhandelingen binnen het besluitvormingstraject van de PAS en zal duidelijk zijn of er voldoende financiële middelen zijn om alle herstelmaatregelen uit te voeren.
    .
    Met de inmiddels al ingezette daling van de depositie op de Natura 2000-gebieden, de in uitvoering zijnde maatregelen en de verwachting dat er op korte termijn middelen beschikbaar komen voor extra PAS-maatregelen, is er geen belemmering om de verordening vast stellen en vergunningen onder drempelwaarde te verlenen.
    .
  4. Zie antwoord op vraag 3.
    .
  5. [De statenleden krijgen leestoegang tot het webtool (AERIUS)] op het moment dat de PAS is afgerond, is er kaartmateriaal beschikbaar waarop de belasting van de verschillende Natura 2000-gebieden zichtbaar wordt en de verwachte daling van de stikstofdepositie als gevolg van het landelijke en provinciale beleid. Het kaartmateriaal en de gegevens waarop deze zijn gebaseerd zijn nu nog niet toegankelijk voor een ieder.
    .
  6. Het doel van deze verordening is een bijdrage leveren aan het terugdringen van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden door de landbouw en tegelijkertijd ontwikkelingsruimte bieden aan landbouwbedrijven. Gezien deze doelstelling is niet gezocht naar het meest milieuvriendelijke alternatief, maar naar het meest maatschappelijk aanvaardbare alternatief. Wij zien dan ook geen meerwaarde in onderzoek naar een worst case scenario en het meest milieuvriendelijke scenario.
    .
  7. De uitspraak van de Raad van State bevat twee aspecten die van belang zijn voor de verordening. Ten eerste heeft de uitspraak betrekking op de uitleg van artikel 19 kd van de Natuurbeschermingswet. De Raad van State is van oordeel dat de zogenoemde referentiedatum die in het artikel wordt genoemd in sommige gevallen in strijd is met Europese regels. De door de wetgever beoogde uitzondering op de vergunningplicht is gekoppeld aan de datum van 7 december 2004. Dit is de dag waarop een groot aantal Nederlandse natuurgebieden bescherming kreeg op grond van de Europese Habitatrichtlijn. Naar het oordeel van de Raad van State gaat de gekozen referentiedatum er aan voorbij dat er een groot aantal natuurgebieden al vóór 7 december 2004 beschermd werd op grond van de Europese Vogelrichtlijn (Veluwe 23 maart 2000). Bij het opstellen van de verordening en de collectieve saldering (tussen 7 december 2004 en 1 februari 2009) is uitgegaan van de Natuurbeschermingswet en de daarin gehanteerde datum van 7 december 2004.
    .
    De uitspraak van de Raad van State heeft als gevolg dat de collectieve saldering moet worden uitgebreid met de periode tussen 23 maart 2000 en 7 december 2004. Dit betreft echter alleen de Vogelrichtlijngebieden waar voor stikstof gevoelige soorten voorkomen. De verordening zal vanwege deze uitspraak van de Raad van State worden aangepast. Een Statenvoorstel zal hiertoe worden voorbereid. Het tweede aspect heeft betrekking op het feit dat een veehouderijbedrijf ook een Natuurbeschermingswetvergunning nodig heeft als de stikstofdepositie niet toeneemt of zelfs afneemt. Met de verordening zal het aantal vergunningplichtige bedrijven niet afnemen. De verordening regelt een andere en eenvoudige toetsing. De uitspraak van de Raad van State bevestigt dat de juiste lijn is gekozen.
    .
  8. Op dit moment worden de berekeningen [van de totale kosten van de beheermaatregelen de komende tientallen jaren] uitgevoerd.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koningin
drs. P.P.L. van Kalmthout - secretaris

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer