Schrif­te­lijke vragen: extreme tempe­ra­turen in stallen tijdens hittegolf


Venti­la­tie­sys­temen te kwetsbaar voor dier­veilige stallen

Tijdens de hittegolf vorige maand zijn duizenden dieren omgekomen doordat de temperatuur in de stal te hoog opliep[1]. Ook kwamen dieren om doordat ventilatiesystemen uitvielen door de hoge temperatuur. In Gelderland werd diverse malen de hulp van de brandweer ingeroepen om stallen te proberen te koelen[2], onder andere in Nijkerk[3], Kootwijkerbroek[4] en Otterlo[5]. Volgens de brandweer kunnen bij meer dan 34 graden de hartspieren van kippen het begeven.

Het KNMI heeft gemeld dat voor komend weekeinde opnieuw het hitteplan in werking treedt[6]. Volgens het KNMI zullen hittegolven veel vaker voor gaan komen[7].

Tegelijkertijd is er in Gelderland een subsidieregeling[8] waarbij er 2.43 miljoen euro beschikbaar is voor de “Stallen voor de Toekomst 2019”. Er kunnen onder andere punten worden verdiend met het criterium “stoot geen of zo min mogelijk ammoniak en fijnstof uit naar de directe omgeving van het landbouwbedrijf;”. De kans bestaat dat er zo stallen gestimuleerd worden waarin nog meer dieren zitten opgesloten, met nog meer problemen tijdens een hittegolf.

Vragen :

  1. Bent u het ermee eens, dat het niet acceptabel is dat bij een hittegolf zoveel dieren omkomen of in moeilijkheden komen, en dat er wat aan gedaan moet worden ?

  2. Speelt de mate waarin een stal bescherming biedt bij een hittegolf een rol in de subsidieregeling of in het Gelders Plussenbeleid[1] ?

  3. Ziet u ook het risico, dat de subsidieregeling en het Plussenbeleid een negatieve invloed zouden kunnen hebben op de bescherming tegen hittegolven ?

  4. Waarom is dierenwelzijn en een beter stalklimaat niet een harde voorwaarde in de subsidieregeling en in het Plussenbeleid, in plaats van een van de opties ?

  5. Bent u bereid het beleid aan te passen, om te voorkomen dat de bouw van stallen gestimuleerd wordt waarin bij een hittegolf nog meer dieren omkomen of in problemen komen ?

  6. Wordt er door de NVWA gecontroleerd op de maximale temperatuur in stallen bij een hittegolf ? Zo ja, hoe is de situatie bij Gelderse bedrijven ?

[1] https://www.gelderland.nl/geldersplussenbeleid

[1] https://www.limburger.nl/cnt/dmf20190725_00116047/meerdere-kippen-omgekomen-door-extreme-hitte-in-neer-brandweer-moet-140-000-dieren-koelen

[2] https://barneveldsekrant.nl/112/relatief-veel-aanvragen-voor-koelen-van-stallen-622174

[3] https://112barneveld.nl/page/Nieuwsdetail/54052/stallen-met-eenden-in-nijkerk-te-warm-brandweer-koelt-met-water

[4] https://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2417610/Brandweer-koelt-mestkuikenstal-vanwege-grote-hitte

[5] https://ede.nieuws.nl/112/26084/brandweer-otterlo-koelt-dak-van-kippenschuur-in-otterlo/

[6] https://knmi.nl/nederland-nu/weer/waarschuwingen/gelderland

[7] https://nos.nl/artikel/2296030-knmi-bij-verdere-opwarming-straks-om-het-jaar-hittegolf-van-40-graden.html

[8] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2019-3833.html

Antwoorddatum: 1 okt. 2019

Vraag 1: Bent u het ermee eens, dat het niet acceptabel is dat bij een hittegolf zoveel dieren omkomen of in moeilijkheden komen, en dat er wat aan gedaan moet worden?

Antwoord: Wij delen uw mening in die zin dat het omkomen van dieren bij een hittegolf zeer betreurenswaardig is. De houder heeft de verplichting de dieren de nodige bescherming te bieden, ook bij bijzondere weeromstandigheden. Daarnaast heeft de houder de verplichting om voor goede ventilatie te zorgen bij dieren die in een stal verblijven, zoals vastgelegd in artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren. Eén van de criteria is een gezonde staltemperatuur, al kan de invloed van temperatuur niet los worden gezien van andere aspecten die het stalklimaat bepalen, zoals luchtvochtigheid. De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) inspecteert stallen en kan bij overtredingen
sancties opleggen. Daarnaast zien wij ook dat agrariërs door het nemen van maatregelen (bijvoorbeeld extra ventilatoren plaatsen of het dak vernevelen) zelf hun verantwoordelijkheid nemen. In enkele gevallen hebben zij de hulpdiensten ingeschakeld.

Vraag 2: Speelt de mate waarin een stal bescherming biedt bij een hittegolf een rol in de subsidieregeling of in het Gelders Plussenbeleid?

Antwoord: Via de subsidieregeling “Stallen voor de toekomst” wordt bevorderd dat nieuwe stallen emissiearm zijn. Dit betekent over het algemeen dat er systemen worden geïntroduceerd, die het binnenklimaat voor mens en dier in stallen reguleert en waar mogelijk vrijkomende warmte wordt hergebruikt. Via het Plussenbeleid kunnen niet-grondgebonden veehouderijen ontwikkelruimte vragen, indien zij tegelijkertijd investeren in Plussen op het gebied van Ruimtelijke kwaliteit, Milieu en Dierenwelzijn. In de Handreiking Plussenbeleid wordt het voorkomen van hittestress expliciet als voorbeeld genoemd van een Plus.

Vraag 3: Ziet u ook het risico, dat de subsidieregeling en het Plussenbeleid een negatieve invloed zouden kunnen hebben op de bescherming tegen hittegolven?

Antwoord: Wij zien niet het risico dat toepassing van de subsidieregeling “Stallen voor de toekomst” en het Plussenbeleid een negatieve invloed kunnen hebben op bescherming tegen hittegolven.

Vraag 4: Waarom is dierenwelzijn en een beter stalklimaat niet een harde voorwaarde in de subsidieregeling en in het Plussenbeleid, in plaats van een van de opties?

Antwoord: Het verbeteren van het welzijn van de ondernemer en de dieren in stallen weegt mee bij het beoordelen van aanvragen. Daarbij zijn wettelijke minimale eisen voldoende, maar wordt de kans groter dat een subsidie wordt verleend als op deze punten verbeteringen worden doorgevoerd ten opzichte van gangbare stalsystemen.
Verbetering van dierenwelzijn is één van de onderdelen waarin een agrariër extra kan investeren bij toepassing van het Plussenbeleid. Omdat artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren reeds voorschrijft dat het stalklimaat niet ongezond mag zijn voor de gehuisveste dieren, heeft de agrariër wettelijk gezien al de plicht op te treden in geval van dreigende dierenwelzijnsrisico’s, bijvoorbeeld ten gevolge van hitte. Indien een agrariër extra maatregelen neemt die daadwerkelijk bijdragen aan een verhoogd dierenwelzijn, dan mag dit als Plus gerekend worden. Hierbij dient wel het onderscheid te worden gemaakt met maatregelen die hij wettelijk gezien al moet treffen om het dierenwelzijn in de stal bij hitte te waarborgen.

Vraag 5: Bent u bereid het beleid aan te passen, om te voorkomen dat de bouw van stallen gestimuleerd wordt waarin bij een hittegolf nog meer dieren omkomen of in problemen komen?

Antwoord: Nee. Het voorkomen van dierenwelzijnsproblemen is reeds een verplichting voor de veehouder, op grond van artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren. De NVWA houdt toezicht op de naleving van de bepalingen uit het Besluit houders van dieren. Met de subsidieregeling “Stallen voor de toekomst” en het Plussenbeleid stimuleren we de bouw van innovatieve stallen, waarin meer verduurzaming en een hoger dierenwelzijn wordt bereikt.

Vraag 6: Wordt er door de NVWA gecontroleerd op de maximale temperatuur in stallen bij een hittegolf ? Zo ja, hoe is de situatie bij Gelderse bedrijven?

Antwoord: De NVWA controleert of een houder van dieren de verplichting naleeft om deze dieren de nodige bescherming te bieden, ook bij bijzondere weeromstandigheden. Er is geen maximale temperatuur in stallen geformuleerd in de wet- en regelgeving. Het genoemde artikel stelt dat de genoemde aspecten niet schadelijk mogen zijn voor het dier. De NVWA kan niet controleren op een maximale temperatuur, omdat het stalklimaat gevormd wordt door een combinatie van aspecten.

De documenten met vragen en antwoorden zijn ook gepubliceerd op de website van de Provincie Gelderland