Schrif­te­lijke vragen over gif- en plof­treinen door Gelderland


Deze schriftelijke vragen zijn mede-ingediend met SP.

Gisteren kwam onder andere via De Stentor naar buiten dat als het aan het kabinet ligt er straks meer gevaarlijke stoffen via het spoor vervoerd mogen worden. Het kabinet is voornemens de risiconormen te verruimen. Dit heeft invloed op o.a. de veiligheid in Apeldoorn en Zutphen. De staatssecretaris geeft aan dat de risico’s beperkt zijn. Ook stelt ze dat het spoor alle waarborgen heeft voor een veilig vervoer. De Partij voor de Dieren en SP vinden dat het vervoer van giftige en brandbare stoffen en gassen onwenselijk is en zeer zeker via het spoor door woonkernen zoals Apeldoorn en Zutphen. Beter is het om geen giftige stoffen te gebruiken of in ieder geval de productie van de giftige stoffen en de verwerking ervan op dezelfde locatie te laten plaatsen zodat er geen risicovol vervoer hoeft plaats te vinden.

Vragen:

1. Is GS door het Rijk op de hoogte gesteld dat de risiconormen mogelijk worden verruimd?

2. Is de provincie betrokken bij het besluitvormingstraject? Zo ja, hoe stelt GS zich op in deze kwestie? Zo nee, hoe gaat de provincie in de verdere besluitvorming betrokken worden?

3. Hoe worden Gelderse inwoners (waaronder omwonenden, gemeenten en hulpverleners) betrokken bij de besluitvorming over deze risiconormen?

4. Is GS bereid om zich ervoor in te zetten dat onze inwoners en hun belangen goed worden meegenomen in het besluitvormingsproces? Zo ja, in welke vorm? Zo nee, waarom niet?

5. Is GS met ons van mening dat de risiconormen niet voor niets zijn gesteld en dat die niet verder verruimd zouden moeten worden? Graag een gemotiveerd antwoord.

6. Partij voor de Dieren en SP zijn van mening dat het aantal treinen dat gevaarlijke stoffen/gassen vervoert verkleind zou moeten worden. Is GS dit met ons eens, waarom wel/niet, en wat doet GS aan lobbywerk op dit gebied?

7. Om welke vloeistoffen, vaste stoffen en gassen gaat het?

8. Is de kennis over de gevaarlijke stoffen die vervoerd worden geactualiseerd, ook bij de veiligheidsregio? Zo ja, wanneer heeft deze actualisatie plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?

9. Hoe is Gelderland voorbereid op een eventuele ramp met een gif- of ploftrein?

10. De afgelopen jaren hebben er al overschrijdingen plaatsgevonden van de normen. GS heeft hierover in het verleden de zorgen uitgesproken naar het Rijk. Wat is hiermee gebeurd? En welke stappen heeft GS sindsdien verder ondernomen om onze inwoners te beschermen tegen risicovol spoorvervoer?

11. De Betuwelijn is een veiliger alternatief voor het vervoer van gevaarlijke stoffen dan de andere lijnen, die door stedelijke gebieden gaan. Dit is bij de aanleg van deze lijn ook als argument aangevoerd. Is GS het met ons eens dat met de verruiming van normen, waar nu aan gewerkt word, dit idee wordt losgelaten en dat dit onacceptabel is? En wat doet GS hieraan?

12. Bent u bereid om de staatssecretaris te laten weten dat Gelderland geen uitbreiding wil van het aantal treinen met gevaarlijke stoffen en gassen dat door Gelderland vervoerd wordt? Zo nee, waarom niet?

13. Heeft GS verder nog iets te melden dat m.b.t. deze kwestie van belang is?

Antwoorddatum: 19 feb. 2019

Vraag 1: Is GS door het Rijk op de hoogte gesteld dat de risiconormen mogelijk worden verruimd?

Antwoord: Van risicoverruiming is op dit moment geen sprake. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft aan alle betrokken overheden in OostNederland laten weten dat er een onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheid van aanpassing (verruiming, maar ook mogelijk beperking) van de zogenaamde risicoplafonds voor gevaarlijke stoffen die over het spoor worden vervoerd. Tevens heeft de staatsecretaris van het ministerie van IenW dit via een kamerbrief laten weten aan de Tweede Kamer (brief van 20 juni 2018 en kenmerk IenW/BSK 2018/86978). De staatssecretaris verwacht dat pas eind 2020 een besluit kan worden genomen over eventuele aanpassing van risicoplafonds.

Vraag 2: Is de provincie betrokken bij het besluitvormingstraject? Zo ja, hoe stelt GS zich op in deze kwestie? Zo nee, hoe gaat de provincie in de verdere besluitvorming betrokken worden?

Antwoord: Wij zijn samen met de provincie Overijssel en de andere betrokkenen (gemeenten en partijen zoals de veiligheidsregio’s waar goederentreinen rijden) via de Contactgroep spoorgoederenvervoer betrokken bij dit onderzoekstraject. Vanzelfsprekend hechten wij gezien het maatschappelijk belang veel waarde aan onze deelname gezien de impact op het gebied van veiligheid en risicobeheersing. Het ministerie van IenW neemt uiteindelijk als bevoegd gezag een besluit.

Vraag 3: Hoe worden Gelderse inwoners (waaronder omwonenden, gemeenten en hulpverleners) betrokken bij de besluitvorming over deze risiconormen?

Antwoord: Het ministerie is als bevoegd gezag verantwoordelijk voor het participatieproject en daarmee ook verantwoordelijk voor actieve informatie voorziening naar bewoners langs het spoor en bedrijven.

Vraag 4: Is GS bereid om zich ervoor in te zetten dat onze inwoners en hun belangen goed worden meegenomen in het besluitvormingsproces? Zo ja, in welke vorm? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Uitgangspunt van handelen is voor ons vanzelfsprekend op te komen voor de belangen van onze inwoners en bedrijven. In het kader van het beleid voor mobiliteit, energietransitie en transportveiligheid is het bevorderen van vervoer van goederen over spoor, water en buis een belangrijk speerpunt. Vervoer over de weg is namelijk niet altijd de beste optie. Natuurlijk moet het vervoer over spoor aan wettelijke voorwaarden en regels voldoen omtrent geluid, trillingen en vervoer van gevaarlijke stoffen.

Vraag 5: Is GS met ons van mening dat de risiconormen niet voor niets zijn gesteld en dat die niet verder verruimd zouden moeten worden? Graag een gemotiveerd antwoord.

Antwoord: De huidige wettelijke kaders en regimes zijn met zorgvuldigheid tot stand gekomen en een waarborg voor verantwoord vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor. Er is periodieke monitoring en risicoschatting en de rapportage daarover aan de Tweede Kamer. Een eventuele aanpassing van risicoplafonds vindt binnen deze kaders plaats.

Vraag 6: Partij voor de Dieren en SP zijn van mening dat het aantal treinen dat gevaarlijke stoffen/gassen vervoert verkleind zou moeten worden. Is GS dit met ons eens, waarom wel/niet, en wat doet GS aan lobbywerk op dit gebied?

Antwoord: Wij zijn het met u eens dat het de voorkeur verdient als het transport kan worden voorkomen (gebruik stoffen op locatie waar ze geproduceerd worden). De praktijk is echter dat gevaarlijke stoffen moeten worden vervoerd. Vervoer per spoor is dan een veilige vorm van vervoer en vermindert het transport van gevaarlijke stoffen over de weg. We benadrukken altijd bij ministerie van IenW dat dat treinen met gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk over de Betuweroute dienen te rijden. Tegelijk blijft de mogelijkheid open dat goederentreinen rijden over het gemengde spoornet (waar ook personentreinen rijden). Onze inzet is er op gericht de overlast van spoorgoederenvervoer te doen verminderen door bij Min IenW te blijven pleiten voor maatregelen aan treinen en spoor.

Vraag 7: Om welke vloeistoffen, vaste stoffen en gassen gaat het?

Antwoord: Het grootste deel van de transporten betreft brandbare gassen (categorie A) en brandbare vloeistoffen (categorie C3). In beperkte mate betreft het (zeer) toxische vloeistoffen (categorieën D3en D4). In de kwartaalrapporten Basisnet gevaarlijke stoffen1 wordt per traject aangegeven hoeveel treinen met deze stoffen hebben gereden.

Vraag 8: Is de kennis over de gevaarlijke stoffen die vervoerd worden geactualiseerd, ook bij de veiligheidsregio? Zo ja, wanneer heeft deze actualisatie plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: De veiligheidsregio’s in Gelderland zijn op de hoogte van de categorieën gevaarlijke stoffen die over de diverse sporen in Gelderland vervoerd worden. De veiligheidsregio’s ontvangen in geval van een incident op het spoor van ProRail direct de gegevens over de samenstelling van de betreffende trein.

Vraag 9: Hoe is Gelderland voorbereid op een eventuele ramp met een gif of ploftrein?

Antwoord: De veiligheidsregio’s kennen een procedure ‘ongeval gevaarlijke stoffen’. Deze procedure wordt ook geactiveerd in geval van een incident met een trein met gevaarlijke stoffen. Een incident op het spoor is onderdeel van de vaste oefencyclus van de veiligheidsregio. Daarmee zijn de veiligheidsregio’s voorbereid op een incident met een trein met gevaarlijke stoffen.

Vraag 10: De afgelopen jaren hebben er al overschrijdingen plaatsgevonden van de normen. GS heeft hierover in het verleden de zorgen uitgesproken naar het Rijk. Wat is hiermee gebeurd? En welke stappen heeft GS sindsdien verder ondernomen om onze inwoners te beschermen tegen risicovol spoorvervoer?

Antwoord: Uit de laatste kwartaalrapportage Basisnet gevaarlijke stoffen blijkt dat ten opzichte van de vorige rapportageperiode (Q3 2017 t/m Q2 2018) overschrijdingen van de risicoplafonds zijn toegenomen. Dit was te verwachten omdat de Betuweroute in 2018 door werkzaamheden minder beschikbaar was dan in 2017. Ook is het mogelijk dat al de gevolgen van de lage waterstand voor de binnenvaart te zien zijn. Mogelijk is een deel van dit vervoer tijdelijk verschoven naar het spoor. We dringen daarom continu aan op maatregelen in treinen en aan het spoor om risico’s te voorkomen en overlast te verminderen. Het ministerie van IenW is bevoegd gezag voor de uitvoering van deze maatregelen.

Vraag 11: De Betuwelijn is een veiliger alternatief voor het vervoer van gevaarlijke stoffen dan de andere lijnen, die door stedelijke gebieden gaan. Dit is bij de aanleg van deze lijn ook als argument aangevoerd. Is GS het met ons eens dat met de verruiming van normen, waar nu aan gewerkt word, dit idee wordt losgelaten en dat dit onacceptabel is? En wat doet GS hieraan?

Antwoord: Voor een antwoord op deze vraag verwijzen wij naar de reactie op vraag 6.

Vraag 12: Bent u bereid om de staatssecretaris te laten weten dat Gelderland geen uitbreiding wil van het aantal treinen met gevaarlijke stoffen en gassen dat door Gelderland vervoerd wordt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: De problematiek van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is er een die landelijk of zelfs internationaal moet worden opgelost. Wij werken mee aan deze oplossingen, onder de voorwaarden dat het transport zo veilig mogelijk plaatsvindt en dat overlast van omwonenden wordt beperkt. Daarnaast gaan we niet over het aantal transporten met gevaarlijke stoffen dat over het spoor plaatsvindt. Dat is een bevoegdheid van het ministerie van IenW en ProRail.

Vraag 13: Heeft GS verder nog iets te melden dat m.b.t. deze kwestie van belang is?

Antwoord: De recente berichtgeving over goederenvervoer over spoor heeft geleid tot onrust bij en vragen van onder andere gemeentebestuurders in Gelderland en Overijssel. Naar aanleiding van deze onrust is contact opgenomen met betrokken gemeenten en met het Rijk en is de actuele en juiste informatie gedeeld overeenkomstig de inhoud van de antwoorden op deze Statenvragen.


De documenten met vragen en antwoorden zijn ook gepubliceerd op de site van de Provincie Gelderland.