Schrif­te­lijke vragen over het VTH- en gedoog­beleid: oriën­tatie initi­a­tief­voorstel



Deze vragen zijn ingediend samen met de fracties van GroenLinks en SP.

Volgend op het laatste Statendebat over vervuilde grond bij Vink (d.d. 14 november 2018), aansluitend op de lopende discussie (in de commissie EEM) over het beleid in brede zin, en op de technische briefing door de ambtelijke organisatie ism. de Omgevingsdiensten, heeft er een eerste gesprek (d.d. 15 november 2018) plaatsgevonden met een van de juristen van de Provincie en twee vertegenwoordigers van de Omgevingsdiensten ter oriëntatie op een eventueel initiatiefvoorstel. In het gesprek werden verschillende kwesties, mogelijkheden en invalshoeken aangesneden.

Bij wijze van samenvatting kregen wij, via de griffie, de onderstaande drie vragen terug. Op advies van de griffie (‘de vragen hebben vooral een politiek karakter’) leggen wij deze vragen hieronder aan u voor ter beantwoording. We hebben tevens enkele aanvullende vragen geformuleerd.

In ons onderzoek ter voorbereiding op een eventueel initiatiefvoorstel zijn wij vooral op zoek naar de mogelijkheden die er zijn om het VTH- en gedoogbeleid (in Gelderland) te verbeteren.

Waar de discussie in de actualiteit zich momenteel richt op het huidige beleid (en specifieke zaken), willen wij uiteindelijk ook bekijken of het provinciale beleid toekomstbestendig is, onder meer met het oog op het beoogde geleidelijk overschakelen van afvalstromen naar grondstofstromen.

Vragen set 1:

1. Zijn er mogelijkheden om de VTH-instrumenten beter in te zetten (bv experimenteren met gedoogbeleid aanpassen om bij calculerende ondernemers/bij veel overtredingen niet te gedogen)?

2. Hoe kan voorkomen worden dat stapeling van afval (geen/onvoldoende verwerking) plaatsvindt? Door ons aangevuld met: Welke mogelijkheden heeft de provincie hiervoor?

3. Kan met het maatschappelijke belang rekening worden gehouden in de afweging?

Aan deze vragen willen wij graag de volgende toevoegen:

Vragen set 2:

4. Welk effect heeft de keuze voor het overschakelen van afvalstromen op grondstofstromen op het huidige VTH- en gedoogbeleid? Is dit beleid momenteel voldoende op die toekomst ingericht? Zo ja, hoe dan? Zo nee, welke wijzigingen moeten worden doorgevoerd, op welke termijn en welke effecten heeft dit op het bereiken van onze doelstellingen t.a.v. de circulaire economie?

5. In eerdere debatten heeft gedeputeerde aangegeven dat zij erkent dat het huidige beleid (VTH+gedoog) erg lastig uit te leggen is aan de inwoners van Gelderland. Welke mogelijkheden zijn er om het (toekomstige) beleid zo in te richten dat dit beter aan de inwoners uit te leggen is? Wat is hiervoor nodig?

6. Hoe verhoudt het Gelders gedoogbeleid zich tot het landelijk Gedoogbeleid? Welke ruimte is er voor het maken van een Gelders gedoogbeleid?

7. Zijn er de afgelopen jaren meer diepgaande onderzoeken geweest naar bedrijven zoals Vink,? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke? Kunnen wij die onderzoeken ontvangen?

8. Indien ‘ja’ bij 7. Wat is er in navolging op die onderzoeken gebeurd bij de vergunningverlening, in het toezicht en de handhaving?

9. Wanneer wordt er een diepgaand onderzoek (zoals bij vink gebeurd is) uitgevoerd? Zijn daar bepaalde criteria voor? Zo ja welke?

10. Hoeveel bedrijven, waarvoor de provincie verantwoordelijk is om toezicht op te houden, hebben zich de afgelopen 5 jaar herhaaldelijk (meer dan 1x) niet aan de regels gehouden? Welke bedrijven zijn dat, en wat voor gevolgen heeft dit gehad voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (zowel per geval als in het algemeen voor het beleid)?

Paul Kusters (SP Gelderland), Maaike Moulijn (Partij voor de Dieren), Joep Langeveld/Frans Bruning (GroenLinks)



Antwoorddatum: 18 dec. 2018

Vraag 1: Zijn er mogelijkheden om de VTHinstrumenten beter in te zetten (bv experimenteren met gedoogbeleid aanpassen om bij calculerende ondernemers/bij veel overtredingen niet te gedogen)?

Antwoord: Wij zullen bezien op welke wijze de Beleidsregels gedogen Gelderland 2018 het beste kunnen worden aangepast om een gedoogverzoek van een calculerende ondernemer te kunnen weigeren. Wij zullen u hierover informeren zodra wij hiertoe een voorstel in de vorm van een ontwerpwijzigingsvoorstel hebben vastgesteld.

Vraag 2: Hoe kan voorkomen worden dat stapeling van afval (geen/onvoldoende verwerking) plaatsvindt? Door ons aangevuld met: Welke mogelijkheden heeft de provincie hiervoor?

Antwoord: De opslag van afval mag plaatsvinden tot de vergunde hoeveelheden. De verwerkingscapaciteit van een bedrijf is van invloed op de hoeveelheid afval die kan worden aangevoerd. De omgevingsdienst controleert hierop. Er kan een bewaartermijn van maximaal drie jaar worden opgenomen.

Vraag 3: Kan met het maatschappelijke belang rekening worden gehouden in de afweging?

Antwoord: Ja, het maatschappelijk belang maakt onderdeel uit van de belangenafweging. Dit maakt onderdeel uit van ons gedoogbeleid.

Aan deze vragen willen wij graag de volgende toevoegen:

Vragen set 2:

Vraag 4: Welk effect heeft de keuze voor het overschakelen van afvalstromen op grondstofstromen op het huidige VTH en gedoogbeleid? Is dit beleid momenteel voldoende op die toekomst ingericht? Zo ja, hoe dan? Zo nee, welke wijzigingen moeten worden doorgevoerd, op welke termijn en welke effecten heeft dit op het bereiken van onze doelstellingen t.a.v. de circulaire economie?

Antwoord: Landelijk wordt gesproken over aanpassingen van wet en regelgeving om doelstellingen voor circulaire economie te bereiken.

Vraag 5: In eerdere debatten heeft gedeputeerde aangegeven dat zij erkent dat het huidige beleid (VTH+gedoog) erg lastig uit te leggen is aan de inwoners van Gelderland. Welke mogelijkheden zijn er om het (toekomstige) beleid zo in te richten dat dit beter aan de inwoners uit te leggen is? Wat is hiervoor nodig?

Antwoord: De complexiteit van het bestuursrecht maakt dat het soms niet eenvoudig is uit te leggen.

Vraag 6: Hoe verhoudt het Gelders gedoogbeleid zich tot het landelijk Gedoogbeleid? Welke ruimte is ervoor het maken van een Gelders gedoogbeleid?

Antwoord: Het Gelderse gedoogbeleid is in lijn met het landelijke gedoogbeleid. Voor het overige zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 7: Zijn er de afgelopen jaren meer diepgaande onderzoeken geweest naar bedrijven zoals Vink? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke? Kunnen wij die onderzoeken ontvangen?

Antwoord: De provinciale inrichtingen waarbij afgelopen jaren 2013-2018 diepgaand administratief toezicht (DAT) is uitgevoerd zijn: Remondis: vestiging Ermelo en Ochten VAR/ATTERO Wilp GMB te Zutphen Heijting; vestiging Huissen en Oosterhout De Ruijter Schroot te Nijmegen Wij verstrekken de rapporten vooralsnog niet. Wij beschikken nog niet over alle rapporten en de rapporten zijn nog niet gescreend op privacy en bedrijfsgevoelige informatie.

Vraag 8: Indien ‘ja’ bij 7. Wat is er in navolging op die onderzoeken gebeurd bij de vergunningverlening, in het toezicht en de handhaving?

Antwoord: DATonderzoeken worden door de Omgevingsdienst Rivierenland uitgevoerd. De rapportages zijn beschikbaar gesteld aan de betrokken omgevingsdienst. De omgevingsdienst zorgt voor opvolging van de aanbevelingen in lijn met ons VTHbeleid en de Landelijke Handhavingsstrategie.

Vraag 9: Wanneer wordt er een diepgaand onderzoek (zoals bij vink gebeurd is) uitgevoerd? Zijn daar bepaalde criteria voor? Zo ja welke?

Antwoord: Periodiek wordt een omgevingsrisicobeeld opgesteld. Hierbij worden ketens in beeld gebracht met risicoactoren. Op basis hiervan wordt DAT uitgevoerd bij een selectie van de bedrijven. Daarnaast kunnen bevindingen tijdens het reguliere toezicht aanleiding vormen om een DAT uit te voeren.

Vraag 10: Hoeveel bedrijven, waarvoor de provincie verantwoordelijk is om toezicht op te houden, hebben zich de afgelopen 5 jaar herhaaldelijk (meer dan 1x) niet aan de regels gehouden? Welke bedrijven zijn dat, en wat voor gevolgen heeft dit gehad voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (zowel per geval als in het algemeen voor het beleid)?

Antwoord: In het jaarverslag (PS 2018370) doen wij verslag van het naleefgedrag van onze bedrijven. Het naleefgedrag van de voorafgaande twee jaar wordt meegenomen in de toezichtsfrequentie. Daarnaast wordt u geïnformeerd over het naleefgedrag van onze majeure risicobedrijven (PS 2018586).


De documenten met vragen en antwoorden zijn ook gepubliceerd op de site van de Provincie Gelderland

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer