Schrif­te­lijke vragen over omge­vings­ver­or­dening, ecolo­gische verbin­dings­zones


Indiendatum: 26 jan. 2021

Eerdere vragen gingen over de verbindingen over de ecoducten, die niet op de kaart staan (PS2021-49). Deze vragen gaan over de ecologische verbindingszones die wel op de kaart staan, namelijk in de Gelderse omgevingsvisie.

In afbeelding 1 (hier te vinden) in de bijlage is de EVZ ten noordoosten van Epe te zien.

In afbeelding 2 (hier te vinden) is te zien dat waar deze EVZ het kanaal en de A50 kruist, aan weerszijden verkenningsgebied voor natuurbegraven verwijderd is. Dat is goed, want de EVZ is van het model Das, en dat gaat niet goed samen met een natuurbegraafplaats waar de provincie een raster wil gaan toestaan.

Deze EVZ loopt naar het noordwesten verder naar het gebied ten noorden van de aansluiting vijfpotenweg op de N794, maar daar is nog wel de mogelijkheid voor natuurbegraven in de EVZ.

In de Bijlage Notitie Voortgang Gelders Natuurnetwerk (PS2020-87), die 25 november 2020 is besproken, staat op blz. 75 en 76 de voortgang van het gebied Gulbroek-Vemderbroek beschreven. Dat is alleen het GNN deel van de EVZ. Maar de EVZ gaat niet werken zonder ook het GO deel.

In 2014 stelden we ook al vragen over de EVZ’s (PS2014-508), maar het antwoord maakte niet duidelijk hoe het toen, nu en in de toekomst ging, gaat, en zal gaan met de belangrijke EVZ’s. De EVZ’s en biodiversiteit staan in de Gelderse omgevingsvisie vermeld.

Vragen:

  1. Moet het verkenningsgebied voor natuurbegraven niet geschrapt worden uit alle EVZ’s met model Das?

  2. In 1998 zijn er richtlijnen opgesteld voor de inrichting van de EVZ’s: “Richtlijnen voor de inrichting van de ecologische verbindingszones in de provincie Gelderland”. Is dit nog de meest recente versie, die van toepassing is? Zo nee, waar is die te vinden?

  3. Zullen de EVZ’s in de toekomst nog steeds gaan voldoen aan de gestelde eisen voor het betreffende model?

  4. Welke acties onderneemt de provincie om de EVZ’s te realiseren?

  5. Wat is de voortgang de afgelopen jaren geweest m.b.t. EVZ’s? Hoeveel procent is inmiddels gerealiseerd?

  6. Wat zijn factoren die de voortgang belemmeren?

  7. Op welke manier gaat de provincie tegen dat in de EVZ’s ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die de kernkwaliteiten schaden?

  8. Zijn er de afgelopen jaren plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen in de EVZ’s geweest die de provincie op basis van de kernkwaliteiten heeft tegengehouden?

  9. Is het aanleggen van een raster (dat dassen tegenhoudt) in een smalle EVZ van het type Das toegestaan?

  10. In 1998 is er een evaluatie van de EVZ’s gedaan: “Evaluatie van de ecologische verbindingszones in de provincie Gelderland.”. Wanneer is de laatste evaluatie van de EVZ’s gedaan, en wanneer wordt de volgende gedaan?

  11. In het verleden (2014) waren er plannen voor faunapassages over/onder de A50 en het Apeldoorns Kanaal, in de EVZ’s ten oosten van Epe. Zijn deze inmiddels gerealiseerd?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren

Indiendatum: 26 jan. 2021
Antwoorddatum: 16 feb. 2021

Vraag 1.
Moet het verkenningsgebied voor natuurbegraven niet geschrapt worden uit alle EVZ’s met model Das?

Antwoord:
Nee, dat is niet nodig. Het verkenningsgebied is niet meer dan een gebied waar onderzocht kan worden of natuurbegraven kan plaatsvinden. Nadere afweging dient altijd plaats te vinden. Zo dient gekeken te worden naar de effecten op beschermde soorten, waaronder de migratiemogelijkheden voor zoogdieren.

Vraag 2.
In 1998 zijn er richtlijnen5 opgesteld voor de inrichting van de EVZ’s: “Richtlijnen voor de inrichting van de ecologische verbindingszones in de provincie Gelderland”. Is dit nog de meest recente versie, die van toepassing is? Zo nee, waar is die te vinden?

Antwoord:
Ja, dit is de meest recente versie.

Vraag 3.
Zullen de EVZ’s in de toekomst nog steeds gaan voldoen aan de gestelde eisen voor het betreffende model?

Antwoord:
Dat bepalen we in de tweede helft van dit jaar. We vragen dit jaar advies aan de WUR over de eisen die we, met de kennis van nu, moeten stellen aan ecologische verbindingen. Dat kan aanleiding geven om de aanpak van ecologische verbindingszones aan te passen.

Vraag 4.
Welke acties onderneemt de provincie om de EVZ’s te realiseren?

Antwoord:
Wij hebben met de waterschappen afgesproken dat wij samen zorgen voor de realisatie van de natte ecologische verbindingszones, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid. Wij hebben dat geconcretiseerd in de samenwerkingsovereenkomsten met de waterschappen. Voor de droge ecologische verbindingszones hebben wij in het verleden met gemeenten intentieovereenkomsten afgesloten en we hebben met subsidie bijgedragen aan realisatie, bijvoorbeeld uit de regeling voor landschap. Als er sprake is van een kruising tussen een EVZ en een weg die in provinciaal beheer is, leggen wij waar nodig faunapassages aan. De provincie zorgt daarnaast voor de ruimtelijke bescherming van de ecologische verbindingszones, via afdeling 2.6 van de Omgevingsverordening. Alle ecologische verbindingszones liggen in de Groene ontwikkelzone (GO) of het Gelders natuur netwerk (GNN).

Vraag 5.
Wat is de voortgang de afgelopen jaren geweest m.b.t. EVZ’s? Hoeveel procent is inmiddels gerealiseerd?

Antwoord:
Op dit moment hebben wij daar geen zicht op, dit wordt in de tweede helft van dit jaar onderzocht.

Vraag 6.
Wat zijn factoren die de voortgang belemmeren?

Antwoord:
Daar hebben wij geen zicht op. Wij onderzoeken dit jaar hoever de realisatie van de ecologische verbindingszones is gevorderd en vragen de WUR om inhoudelijk advies over wat er nodig is om goede verbindingen te realiseren.

Vraag 7.
Op welke manier gaat de provincie tegen dat in de EVZ’s ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die de kernkwaliteiten schaden?
Antwoord: Ecologische verbindingszones liggen altijd in de Groene ontwikkelzone (GO) of het Gelders natuurnetwerk (GNN). In afdeling 2.6 van de Omgevingsverordening staan de beschermingsregels voor deze gebieden. De regels zijn alleen van toepassing als het initiatief afwijkt van het bestemmingsplan en beschermen als volgt:

  • Een ruimtelijk initiatief in het Gelders natuurnetwerk kan in de huidige Omgevingsverordening alleen doorgaan als het binnen de natuurbestemming past. In Omgevingsverordening actualisatieplan 7, zoals voorgesteld aan uw Staten, kan het alleen doorgaan als er geen negatieve gevolgen kunnen zijn voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het natuurnetwerk.
  • Een kleinschalig ruimtelijk initiatief in de Groene ontwikkelingszone kan alleen doorgaan als in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt. Een grootschalig ruimtelijk initiatief in de Groene ontwikkelingszone kan alleen doorgaan als dit niet leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten. Actualisatieplan 7 wijzigt dit niet.

Initiatiefnemers dienen bij de gemeente een verzoek in om aanpassing van het bestemmingsplan om hun ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Via de gemeente wordt de provincie vroegtijdig betrokken bij dit proces. De provincie geeft dan op voorhand mee aan welke eisen een ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen om te voorkomen dat de kernkwaliteiten geschaad worden. Als de ontwikkeling in strijd is met de kernkwaliteiten, zal het bestemmingsplan niet in procedure worden gebracht. Als het bestemmingsplan in strijd met de kernkwaliteiten toch in procedure wordt gebracht, zal de provincie een zienswijze indienen.

Vraag 8.
Zijn er de afgelopen jaren plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen in de EVZ’s geweest die de provincie op basis van de kernkwaliteiten heeft tegengehouden ?

Antwoord:
Hiervan houden wij geen gegevens bij.

Vraag 9.
Is het aanleggen van een raster (dat dassen tegenhoudt) in een smalle EVZ van het type Das toegestaan ?
Antwoord: Deze vraag kunnen wij niet in het algemeen beantwoorden. Hiervoor zijn twee wettelijke kaders van belang. In de eerste plaats afdeling 2.6 van de Omgevingsverordening. Zie de beantwoording bij vraag 7. Een perceelafscheiding tot één is meter vergunningvrij op grond van Rijksregelgeving. In dat geval hoeft de initiatiefnemer niet af te wijken van het bestemmingsplan en zijn de regels uit afdeling 2.6 van de Omgevingsverordening ook niet van toepassing. In de tweede plaats de Wet natuurbescherming. Als het aanleggen van het raster nadelige gevolgen heeft voor diersoorten of hun leefgebied waardoor een wettelijk voorschrift op grond van de Wet natuurbescherming wordt overtreden, moet hiervoor een ontheffing worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten. Daarom is het belangrijk dat onderzoek wordt gedaan naar de effecten op beschermde soorten en hun migratiemogelijkheden.

Vraag 10.
In 1998 is er een evaluatie6 van de EVZ’s gedaan: “Evaluatie van de ecologische verbindingszones in de provincie Gelderland.”. Wanneer is de laatste evaluatie van de EVZ’s gedaan, en wanneer wordt de volgende gedaan?

Antwoord:
In 1998 is de laatste evaluatie geweest, we gaan dit jaar een nieuwe evaluatie doen.

Vraag 11.
In het verleden (2014) waren er plannen voor faunapassages over/onder de A50 en het Apeldoorns Kanaal, in de EVZ’s ten oosten van Epe. Zijn deze inmiddels gerealiseerd?

Antwoord:
De betreffende ecologische verbindingszone wordt doorkruist door de provinciale weg N794. In 2018 is er een faunatunnel gerealiseerd voor kleine zoogdieren waaronder de das (zie afbeelding hieronder) Voor de Rijksweg A50 en het Apeldoorns kanaal ligt deze verantwoordelijkheid bij andere overheden. Rijkswaterstaat heeft recent enkele faunapassages aangepast of aangelegd onder de A50. Het gaat om een faunabuis en om een eenzijdige loopplank met toeleidende rasters. Er zijn geen maatregelen geprogrammeerd of gerealiseerd nabij het Apeldoorns kanaal. Het Waterschap Vallei en Veluwe geeft aan dat dieren het kanaal kunnen passeren doordat op enkele locaties beschoeiing ontbreekt.


Gedeputeerde Staten van Gelderland
John Berends - Commissaris van de Koning
Pieter Hilhorst - secretaris