Schriftelijke vragen over ontheffing voor het houden van bruinvissen 

Schriftelijke vragen (art. 39 RvO) aan Gedeputeerde Staten van Gelderland

datum : 5-2-2018

van : L. van der Veer (Partij voor de Dieren)

onderwerp : Ontheffing voor het houden van bruinvissen

Gedeputeerde Staten hebben bekendgemaakt een ontheffing te willen verlenen voor het houden van zeven bruinvissen in een dolfinarium[1] . De dieren zullen volgens het ontwerpbesluit worden gehouden voor educatieve en research doeleinden. Op dit moment zijn slechts de twee in 2007 gestrande bruinvissen in het dolfinarium aanwezig, en een nakomeling uit 2012 van een van de twee. Voor de laatste is mogelijk geen ontheffing nodig. De aanvraag van het dolfinarium was dus slechts voor twee bruinvissen (die niet teruggezet in de natuur zouden kunnen worden). De provincie heeft echter aangeboden een ontheffing te verlenen voor zeven bruinvissen, zodat het dolfinarium in de toekomst ook vier dieren die uitgeleend zijn weer zou kunnen terugnemen. De ondernemingen waaraan de dieren uitgeleend zijn hebben echter zelf ook een ontheffing (of moeten die nog aanvragen) voor die vier bruinvissen. Op deze manier wordt er een ontheffing verleend voor meer dieren dan er daadwerkelijk aanwezig zijn. Het dolfinarium heeft echter ook vermeld een fokprogramma voor bruinvissen te willen beginnen. Door dierenwelzijnsorganisaties wordt dat ontraden, omdat de dieren in gevangenschap weinig ruimte hebben. Enige tijd geleden zijn nog jonge dieren overleden[2]. Bovendien is niet duidelijk waar gefokte dieren zouden moeten blijven, omdat er slechts plaats is voor zeven dieren, en de provincie een ontheffing wil verlenen voor het houden van zeven dieren die uit de zee afkomstig zijn, en niet gefokt zijn.

1. Heeft u de locatie waar de dieren gehouden zullen worden bezocht en beoordeeld ? Zo nee, waarom niet ?

2. Is dit de beste locatie om de (niet uitzetbare) dieren te houden ?

3. Waarom heeft de provincie aangeboden een ontheffing voor zeven dieren te verlenen? Er kan toch eenvoudig een aangepaste ontheffing verleend worden, als de vier uitgeleende dieren ooit weer terug naar het dolfinarium verhuisd zouden worden ?

4. Is voor in gevangenschap geboren dieren ook een ontheffing nodig ? Zo nee, waarom is dan voor zeven dieren een ontheffing verleend, in plaats van voor twee of zes ?

5. Waarom verleent de provincie niet een ontheffing specifiek voor deze twee exemplaren, zodat aan het eind van hun leven de ontheffing zou aflopen, en voor andere exemplaren een nieuwe ontheffing moet worden aangevraagd ?

6. In de beoordeling is meegewogen dat het dolfinarium met de dieren wil gaan fokken. Het is niet duidelijk waar de nieuwe dieren dan gehouden zouden moeten worden. Heeft u nagegaan of het een optie is om anticonceptiemiddelen te gebruiken, of andere geboortebeperkende methoden, of om de mannelijke en vrouwelijke dieren apart te houden ? Zo nee, zou u dat voor dit soort ontheffingen niet moeten nagaan ?

7. De ontheffing wordt verleend op grond van artikel 3.8 lid 5 onderdeel b onder 1 “in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats”. Hoe draagt het verlenen van de ontheffing hieraan bij ?

8. Als er een fokprogramma wordt gestart, mogen en/of kunnen de jonge dieren dan in de natuur worden uitgezet ? Als daar een ontheffing voor nodig is, bent u van plan die dan te verlenen ?

9. Kan worden uitgesloten dat de dieren voor dierproeven uitgeleend of gebruikt gaan worden ?

10. Als de dieren toch voor dierproeven gebruikt worden, is dat dan in strijd met de ontheffing ?

Luuk van der Veer Lid

Provinciale Staten van Gelderland

Partij voor de Dieren.

 

1 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2017-5746.html

2 https://www.destentor.nl/harderwijk/bruinvis-guus-op-mysterieuze-wijze-overleden~a654d672/ http://www.dolfinariumweb.nl/joomla/index.php/parkinformatie/nieuwsarchief/jaar-2011/319-bruinvissen-kwin-en-daan-overleden

 

 

Antwoorden

Antwoord op Statenvragen PS2018-85

Arnhem, 6 maart 2018

zaaknr. 2018-002101

De leden van Provinciale Staten

Beantwoording schriftelijke Statenvragen statenlid Van der Veer (partij voor de Dieren) betreffende ontheffing bezitsverbod bruinvissen

Ingevolge het bepaalde in artikel 39 van het Reglement van Orde van Provinciale Staten doen wij u hieronder het antwoord van ons college op de vragen van de statenlid Van der Veer (PvdD) toekomen.

Inleiding van de vragensteller: Gedeputeerde Staten hebben bekendgemaakt een ontheffing te willen verlenen voor het houden van zeven bruinvissen in een dolfinarium. De dieren zullen volgens het ontwerpbesluit worden gehouden voor educatieve en research doeleinden. Op dit moment zijn slechts de twee in 2007 gestrande bruinvissen in het dolfinarium aanwezig, en een nakomeling uit 2012 van een van de twee. Voor de laatste is mogelijk geen ontheffing nodig. De aanvraag van het dolfinarium was dus slechts voor twee bruinvissen (die niet teruggezet in de natuur zouden kunnen worden). De provincie heeft echter aangeboden een ontheffing te verlenen voor zeven bruinvissen, zodat het dolfinarium in de toekomst ook vier dieren die uitgeleend zijn weer zou kunnen terugnemen. De ondernemingen waaraan de dieren uitgeleend zijn hebben echter zelf ook een ontheffing (of moeten die nog aanvragen) voor die vier bruinvissen. Op deze manier wordt er een ontheffing verleend voor meer dieren dan er daadwerkelijk aanwezig zijn. Het dolfinarium heeft echter ook vermeld een fokprogramma voor bruinvissen te willen beginnen. Door dierenwelzijnsorganisaties wordt dat ontraden, omdat de dieren in gevangenschap weinig ruimte hebben. Enige tijd geleden zijn nog jonge dieren overleden. Bovendien is niet duidelijk waar gefokte dieren zouden moeten blijven, omdat er slechts plaats is voor zeven dieren, en de provincie een ontheffing wil verlenen voor het houden van zeven dieren die uit de zee afkomstig zijn, en niet gefokt zijn.

Vraag 1: Heeft u de locatie waar de dieren gehouden zullen worden bezocht en beoordeeld? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 1: Nee, het Dolfinarium is in het bezit van een vergunning op grond van artikel 4.2, eerste lid van het Besluit houders van dieren. Op grond daarvan moet zij voldoen aan de eisen die het besluit stelt aan de wijze waarop ze worden gehouden. De NVWA ziet daar op toe.

Vraag 2: Is dit de beste locatie om de (niet uitzetbare) dieren te houden ?

Antwoord 2: Zie antwoord 1

Vraag 3. Waarom heeft de provincie aangeboden een ontheffing voor zeven dieren te verlenen? Er kan toch eenvoudig een aangepaste ontheffing verleend worden, als de vier uitgeleende dieren ooit weer terug naar het dolfinarium verhuisd zouden worden ?

Antwoord 3: Wij hebben dat niet aangeboden, wij beslissen op aanvraag. Het betreft een ontwerpbesluit. Tegen dit besluit zijn zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen geven aanleiding om aan de aanvrager nadere informatie te verzoeken onder andere met betrekking tot dit punt. Na ontvangst van de aanvullende informatie nemen wij daarmee rekening houdend een definitief besluit.

Vraag 4: Is voor in gevangenschap geboren dieren ook een ontheffing nodig ? Zo nee, waarom is dan voor zeven dieren een ontheffing verleend, in plaats van voor twee of zes ?

Antwoord 4: Voor in het Dolfinarium geboren bruinvissen is geen ontheffing nodig. Zie verder antwoord 3.

Vraag 5. W Waarom verleent de provincie niet een ontheffing specifiek voor deze twee exemplaren, zodat aan het eind van hun leven de ontheffing zou aflopen, en voor andere exemplaren een nieuwe ontheffing moet worden aangevraagd ?

Antwoord 5: Zie antwoord 3

Vraag 6. In de beoordeling is meegewogen dat het dolfinarium met de dieren wil gaan fokken. Het is niet duidelijk waar de nieuwe dieren dan gehouden zouden moeten worden. Heeft u nagegaan of het een optie is om anticonceptiemiddelen te gebruiken, of andere geboortebeperkende methoden, of om de mannelijke en vrouwelijke dieren apart te houden ? Zo nee, zou u dat voor dit soort ontheffingen niet moeten nagaan ?

Antwoord 6: Het fokken valt van dieren en de daarbij behorende programma’s vallen niet onder de reikwijdte van de Wet natuurbescherming. Wij hebben dit derhalve niet beoordeeld.

Vraag 7 De ontheffing wordt verleend op grond van artikel 3.8 lid 5 onderdeel b onder 1 “in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats”. Hoe draagt het verlenen van de ontheffing hieraan bij ?

Antwoord 7: In het ontwerpbesluit is aangegeven dat er geen andere bevredigende oplossing is voor deze niet-uitzetbare dieren en door de plaatsing in het Dolfinarium is voor een structurele oplossing gekozen. Het kunnen tentoonstellen voor educatieve en research doeleinden volgt daaruit maar dat is niet de reden van de ontheffing. In het definitieve besluit zal deze motivering worden verbeterd.

Vraag 8: Als er een fokprogramma wordt gestart, mogen en/of kunnen de jonge dieren dan in de natuur worden uitgezet ? Als daar een ontheffing voor nodig is, bent u van plan die dan te verlenen ?

Antwoord 8: Voor het uitzetten van inheemse soorten is een ontheffing vereist van de provincie waar het dier wordt uitgezet. Omdat Gelderland geen zoute wateren kent is dat bij ons niet aan de orde.

Vraag 9. Kan worden uitgesloten dat de dieren voor dierproeven uitgeleend of gebruikt gaan worden?

Antwoord 9: Het uitvoeren van dierproeven valt buiten de reikwijdte van deze ontheffing. Daarvoor is het Rijk bevoegd.

Vraag 10. Als de dieren toch voor dierproeven gebruikt worden, is dat dan in strijd met de ontheffing?

Antwoord 10: Zie antwoord 9.

Gedeputeerde Staten van Gelderland

 

C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning

P.G.G. Hilhorst – secretaris