Schrif­te­lijke vragen over stik­stof­de­po­sitie en uitkopen van bedrijven


Indiendatum: 27 nov. 2020

De provincie maakte vandaag de eerste resultaten bekend van een onderzoek van Wageningen University & Research naar de effecten van het uitkopen van boerenbedrijven op de stikstofdepositie op de overbelaste Gelderse natuur.

Omdat er op korte termijn geen beeldvormende vergaderdag is, levert onze fractie onderstaande vragen over het rapport vast schriftelijk in. We overwegen het onderwerp voor de Statenvergadering van 9 december te agenderen.

Volgens een artikel in de Trouw wil de gedeputeerde niet over specifieke bedrijven weten: “De onderzoekers vermelden niet welke specifieke bedrijven dit zijn. Gedeputeerde Drenth wil dat ook niet weten, zegt hij. “De stikstofdiscussie is erg gepolariseerd. Maar deze piekbelasters doen niets wat niet mag, zij hebben een vergunning. Als wij hen actief zouden benaderen om te praten over uitkopen, kan dat een heel onveilig gevoel geven.”

Op dezelfde manier berichtte onze fractie jaren geleden niet over het individuele bedrijf met de meeste vergunde ammoniakemissie, maar over de vierkante kilometer. Aan de andere kant zijn de milieugegevens vanwege het Verdrag van Aarhus openbaar, en zijn er de Aerius-calculator en Aerius-scenario waarmee iedereen de depositie van stikstof uit (veehouderij)bedrijven op natuurgebieden kan berekenen.

Onze fractie wil graag een hogere inspanning van het college om de uitstoot van voor de natuur schadelijke stoffen uit veehouderijbedrijven te verminderen, en dierenwelzijn te verbeteren.

  1. Is er gerekend met de vergunde, de gerealiseerde (“stalruimte”), of de benutte (“aantal dieren”) emissie van een bedrijf ?

  2. De roze 5 km cirkels in figuur 1 liggen niet precies om een veehouderijbedrijf. Is dat met opzet zo gedaan ? Hoe groot is de maximale afwijking ? (We zien een aantal cirkels niet op de kaart staan waar we ze wel verwachten, en omgekeerd, en we proberen een verklaring daarvoor te vinden.)

  3. In tabel 1 wordt in de kolom “Mate van depositiereductie” het resultaat aangegeven van waar in strategie 2 op wordt gestuurd. Het resultaat van waar in de andere strategieën op wordt gestuurd (bijvoorbeeld de vermindering van de hoogste depositiepiek in strategie 1, of vermindering van de hoeveelheid gebied met overschrijding van KDW in strategie 3) wordt niet vermeld. Kan dat ook vermeld worden ?

  4. Is een verlaging van de depositie onder de KDW wel of niet meegeteld (in strategie 2) ?

  5. Is een strategie waarbij extra gevoelige natuurgebieden met een lage KDW extra aandacht krijgen ook overwogen ? (Dus waarbij bijvoorbeeld niet gerekend wordt met de absolute verlaging boven de KDW, maar een relatieve verlaging.)

  6. Op blz. 3 staat "De reductie is gemiddeld over alle Natura 2000-gebieden in Gelderland." Is reductie in Natura 2000-gebieden buiten Gelderland niet meegenomen ?

  7. In tabel 1, bij de effecten, staat in de kolom “type bedrijf” onder andere "Vooral grondgebonden veehouderijbedrijven met veel grond". Dat wekt de indruk van een waardeoordeel. Als het van belang is voor de uiteindelijke selectie, kan het dan niet beter ook als selectiecriterium meegewogen worden ?

  8. Kan er ook gerekend worden met een grove schatting van de waarde van een bedrijf, om de vermeden depositie per euro te maximaliseren ?

  9. De provincie wil graag integraal werken, om zoveel mogelijk beleidsdoelen per euro te realiseren. Bij min of meer gelijke depositie verschillen stallen soms erg op bijvoorbeeld het gebied van dierenwelzijn.

  10. Kan in de scenario’s meegewogen worden of stallen qua dierenwelzijn slecht scoren, of in de weg liggen van een ecologische verbindingszone, etc. ? Of qua dierenwelzijn of kringloopeconomie juist beter scoren ?

  11. Waarom wordt verondersteld dat er sprake moet zijn van een "gebiedsgerichte maatwerkaanpak" ? (Waarom zou de selectiemethode die in Gelderland goed werkt, niet overal goed kunnen werken ? Of waarom zou de selectiemethode niet zo geformuleerd kunnen worden dat hij overal goed werkt.)

  12. Wordt nog overwogen, of worden de juridische mogelijkheden nog onderzocht om niet gerealiseerde of niet benutte ruimte actief in te trekken ?

  13. In een eerder rapport “Scenarioberekeningen Ammoniakdepositie Gelderse Vallei” (dat helaas niet meer openbaar toegankelijk is, maar dat bij de griffie is op te vragen) waren figuren opgenomen die ook de verminderde depositie in de verschillende scenario’s lieten zien. Kunnen we die ook krijgen, en waarom zijn die in dit nieuwe rapport niet opgenomen ?

  14. Waar is het nieuwe rapport (dat we gisteren toegemaild kregen) te vinden ? Het staat niet bij het persbericht.

  15. Is in het beste scenario de aantasting van de natuur door ammoniak (meer dan de KDW) opgelost ?

  16. Uit de beeldvormende vergadering op 18 november staan nog de vragen over het verleasen van (niet gerealiseerde) stikstofdepositie open.

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren

Indiendatum: 27 nov. 2020
Antwoorddatum: 16 dec. 2020

Inleidende reactie van Gedeputeerde Staten
Wij hebben de WUR gevraagd nader te onderzoeken hoe een slimme gebiedsgerichte aanpak van de landelijke stikstof maatregelen kan leiden tot een zo groot mogelijk effect op het sterker maken van natuur en het verlagen van de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. De WUR is verantwoordelijk voor de wijze waarop zij het rapport heeft opgesteld. Aangezien een aantal van uw vragen betrekking heeft op de door de WUR gehanteerde onderzoeksmethode verwijzen wij u voor de beantwoording van de betreffende vragen naar de informatieve sessie van 3 februari 2021.

Vraag 1: Is er gerekend met de vergunde, de gerealiseerde (“stalruimte”), of de benutte (“aantal dieren”) emissie van een bedrijf?

Antwoord: Zie de inleidende reactie.

Vraag 2: De roze 5 km cirkels in figuur 1 liggen niet precies om een veehouderijbedrijf. Is dat met opzet zo gedaan? Hoe groot is de maximale afwijking ? (We zien een aantal cirkels niet op de kaart staan waar we ze wel verwachten, en omgekeerd, en we proberen een verklaring daarvoor te vinden.)

Antwoord: Er is met cirkels gewerkt uit privacy-overwegingen. Het gaat in het onderzoek om het aantonen van de doelmatigheid van de verschillende strategieën en niet om het aanwijzen van de piekbelasters. Zie ook de inleidende reactie.

Vraag 3: In tabel 1 wordt in de kolom “Mate van depositiereductie” het resultaat aangegeven van waar in strategie 2 op wordt gestuurd. Het resultaat van waar in de andere strategieën op wordt gestuurd (bijvoorbeeld de vermindering van de hoogste depositiepiek in strategie 1, of vermindering van de hoeveelheid gebied met overschrijding van KDW in strategie 3) wordt niet vermeld. Kan dat ook vermeld worden?

Antwoord: Zie de inleidende reactie.

Vraag 4: Is een verlaging van de depositie onder de KDW wel of niet meegeteld (in strategie 2)?

Antwoord: Zie de inleidende reactie.

Vraag 5: Is een strategie waarbij extra gevoelige natuurgebieden met een lage KDW extra aandacht krijgen ook overwogen ? (Dus waarbij bijvoorbeeld niet gerekend wordt met de absolute verlaging boven de KDW, maar een relatieve verlaging.)

Antwoord: Zie de inleidende reactie.

Vraag 6: Op blz. 3 staat "De reductie is gemiddeld over alle Natura 2000-gebieden in Gelderland." Is reductie in Natura 2000-gebieden buiten Gelderland niet meegenomen?

Antwoord: Voor dit onderzoek is alleen gekeken naar stikstofdepositie op stikstofgevoelige Gelderse natuur. Het onderzoek is een eerste onderzoek naar de effectiviteit van verschillende strategieën, en daarvoor volstaat het om alleen naar de Gelderse natuur te kijken. Zie ook de inleidende reactie.

Vraag 7: In tabel 1, bij de effecten, staat in de kolom “type bedrijf” onder andere "Vooral grondgebonden veehouderijbedrijven met veel grond". Dat wekt de indruk van een waardeoordeel. Als het van belang is voor de uiteindelijke selectie, kan het dan niet beter ook als selectiecriterium meegewogen worden?

Antwoord: Zie de inleidende reactie.

Vraag 8: Kan er ook gerekend worden met een grove schatting van de waarde van een bedrijf, om de vermeden depositie per euro te maximaliseren?

Antwoord: Zie de inleidende reactie.

Vraag 9: De provincie wil graag integraal werken, om zoveel mogelijk beleidsdoelen per euro te realiseren. Bij min of meer gelijke depositie verschillen stallen soms erg op bijvoorbeeld het gebied van dierenwelzijn. Kan in de scenario’s meegewogen worden of stallen qua dierenwelzijn slecht scoren, of in de weg liggen van een ecologische verbindingszone, etc. ? Of qua dierenwelzijn of kringloopeconomie juist beter scoren ?

Antwoord: Zie de inleidende reactie.

Vraag 10: Waarom wordt verondersteld dat er sprake moet zijn van een "gebiedsgerichte maatwerkaanpak" ? (Waarom zou de selectiemethode die in Gelderland goed werkt, niet overal goed kunnen werken ? Of waarom zou de selectiemethode niet zo geformuleerd kunnen worden dat hij overal goed werkt.)

Antwoord: Elk gebied heeft een eigen dynamiek en problematiek. Onze ervaring leert dat generieke maatregelen in het ene gebied minder of juist meer effectief werken dan in het andere gebied. Juist de Veluwe heeft een dermate grote omvang, dat het effect van generieke maatregelen schadelijk kunnen zijn voor de vitaliteit van deelgebieden. Dat willen we voorkomen door gebiedsgericht te werken.

Vraag 11: Wordt nog overwogen, of worden de juridische mogelijkheden nog onderzocht om niet gerealiseerde of niet benutte ruimte actief in te trekken?

Antwoord: Uit respect voor bestaande rechten is het eenzijdig door ons intrekken van niet gerealiseerde c.q. benutte ruimte in vergunningen niet aan de orde.

Vraag 12: In een eerder rapport “Scenarioberekeningen Ammoniakdepositie Gelderse Vallei” (dat helaas niet meer openbaar toegankelijk is, maar dat bij de griffie is op te vragen) waren figuren opgenomen die ook de verminderde depositie in de verschillende scenario’s lieten zien. Kunnen we die ook krijgen, en waarom zijn die in dit nieuwe rapport niet opgenomen?

Antwoord: Zie de inleidende reactie.

Vraag 13: Waar is het nieuwe rapport (dat we gisteren toegemaild kregen) te vinden? Het staat niet bij het persbericht.

Antwoord: De WUR is verantwoordelijk voor publicatie van haar onderzoeken. Zodra het rapport beschikbaar is maken wij u daarop attent.

Vraag 14: Is in het beste scenario de aantasting van de natuur door ammoniak (meer dan de KDW) opgelost?

Antwoord: De vraag of de overschrijding van de KDW op de stikstofgevoelige natuur is weggenomen is geen onderdeel van het onderzoek geweest. Deze vraag kan daarom niet beantwoord worden.

Vraag 15: Uit de beeldvormende vergadering op 18 november staan nog de vragen over het verleasen van (niet gerealiseerde) stikstofdepositie open.

Antwoord: Daarin is inmiddels voorzien.


Gedeputeerde Staten van Gelderland
John Berends - Commissaris van de Koning
Pieter Hilhorst - secretaris