Schrif­te­lijke vragen over provin­ciale inzet in het proces naar de RES’en 1.0


Indiendatum: 23 nov. 2020

De Regionale Energiestrategieën (RES'en) hebben en krijgen een grote invloed op de Gelderse ruimte en de klimaatopgave. De RES’en gaan met name over de locaties van grootschalige energieopwekking door zonnevelden en windturbines. Er zijn daarmee direct provinciale belangen gemoeid, met name op het vlak van de provinciale kerntaken natuurbescherming en ruimtelijke ordening.

De stuurgroepen voeren de regie in de zes Gelderse RES-regio’s. Momenteel zijn de stuurgroepen bezig met het proces leidend tot de RES’en 1.0. Gedeputeerde Staten vertegenwoordigt de provincie in de stuurgroepen. Provinciale Staten neemt het uiteindelijke besluit over de vaststelling van de RES’en 1.0, parallel aan de gemeenteraden en de algemene besturen van de waterschappen.

De Partij voor de Dieren vindt de energietransitie van groot belang. We moeten daarbij niet uit het oog verliezen dat we niet enkel met een klimaatcrisis te maken hebben, maar ook bijvoorbeeld met een biodiversiteitscrisis. De maatregelen ter bestrijding van de ene crisis moet ons niet verder de andere crisis in storten. De omschakeling naar duurzame energie zou ons inziens dan ook niet ten koste van de natuur moeten gaan.

Oordeelsvorming 7 oktober jl.

Op 7 oktober was er een oordeelsvormende sessie die één toezegging van de gedeputeerde heeft opgeleverd; het toesturen van een informerende brief. Tijdens deze sessie heeft PS aandachtspunten aan de gedeputeerde meegegeven voor het proces leidend tot de RES’en 1.0, waaronder:

  1. Mitigerende maatregelen ter voorkoming van slachtoffers onder beschermde soorten (waarvoor de provincie een wettelijke verantwoordelijkheid heeft) door windturbines.
  2. Bevordering van burgerparticipatie middels ‘een brief in de bus’ (wat steun kreeg van meerdere fracties).
  3. Windmolens langs Rijksinfrastructuur plaatsen.
  4. De afweging met andere ruimteclaims, zoals meer bos, extensivering van de landbouw, GNN, klimaatadaptatie en woningen.
  5. Meer inzet op energiebesparing.

  1. Graag horen wij per bovenstaand door PS ingebracht aandachtspunt (A t/m E);
    1. Neemt u dit aandachtspunt mee in het proces? Zo nee, waarom niet?
    2. Indien aandachtspunt A wordt meegenomen, wat is dan uw inzet op dit aandachtspunt? Wat wilt u over dit punt zwart op wit in de RES’en 1.0 hebben staan?
  2. Welke andere aandachtspunten neemt de gedeputeerde concreet mee naar de RES-stuurgroepen en met welke inzet kan hij deze punten inbrengen?
  3. Bent u bereid PS tussendoor te informeren over de vorderingen in het proces leidend tot de RES’en 1.0, inclusief de inzet van de gedeputeerde op de door PS meegegeven aandachtspunten? Zo nee, waarom niet?
  4. Heeft u (ambtelijk) contact met de provincies Groningen en Limburg, die proeven doen met zwarte wieken? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u op dit vlak in Gelderland?

Rol van de provincie in de RES-stuurgroepen

  1. Bent u het met ons eens dat in de opgave van de RES’en 1.0 lokale belangen kunnen conflicteren met provinciale belangen, zoals bescherming van de natuur? Zo ja, hoe gaat u daarmee om, als deelnemer aan de stuurgroepen van de RES’en?
  2. Bent u het met ons eens dat het aan de gedeputeerde is – als vertegenwoordiger van de provincie in de stuurgroep – om in het proces leidend tot de RES’en 1.0 (o.m.) de provinciale belangen te behartigen? Zo ja, op welke wijze doet de gedeputeerde dit en welke middelen heeft hij hiertoe? Zo nee, waarom niet en wat is dan volgens u concreet de rol van de gedeputeerde/GS in het RES-proces, o.a. in verhouding tot andere leden van de stuurgroepen?
  3. Hoe vindt de besluitvorming in de RES-stuurgroepen plaats? Welke stemprocedure wordt gebruikt?
  4. Welke mogelijkheden krijgt PS om de concept-RES’en 1.0 nog daadwerkelijk te kunnen aanpassen (amenderen) voordat tot definitieve besluitvorming wordt overgegaan?

(Gelieve in uw antwoord op deze vraag ook in overweging te nemen dat een RES het product is van meerdere overheden (niet alleen van de provincie), waardoor PS, gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen gelijke besluiten moeten nemen.)

Tot slot volgen enkele vragen met betrekking tot faunabeschermende maatregelen bij windturbines.

Faunabeschermende maatregelen

Recent is door de Brabantse Staten, met brede steun van 50+, CU/SGP, D66, FvD, GroenLinks, PVV, PvdD, PvdA en SP, een motie aangenomen over faunabeschermende maatregelen bij windturbines. Door bij de verlening van een vergunning of ontheffing voor de ontwikkeling van windturbines alle mogelijke en relevante mitigerende maatregelen ter voorkoming van faunaslachtoffers op te leggen, wordt de kans op gerechtelijke stappen door natuurbeschermingsorganisaties kleiner, waarmee kan worden voorkomen dat de realisatie van windmolenprojecten wordt vertraagd.

  1. Bent u het met ons eens dat het opleggen van faunabeschermende maatregelen ten goede kan komen aan een voortvarende realisatie van windmolenprojecten? Zo nee, kunt u onderbouwen waarom u denkt dat dit niet het geval is?
  2. Bent u bereid te bekijken of het in de Brabantse motie gevraagde ook in Gelderland mogelijk is, en PS hierover te informeren? Zo nee, waarom niet?

Lester van der Pluijm
Partij voor de Dieren

Indiendatum: 23 nov. 2020
Antwoorddatum: 15 dec. 2020

Vraag 1:
Graag horen wij per bovenstaand door PS ingebracht aandachtspunt (A t/m E); a. Neemt u dit aandachtspunt mee in het proces? Zo nee, waarom niet? b. Indien aandachtspunt A wordt meegenomen, wat is dan uw inzet op dit aandachtspunt? Wat wilt u over dit punt zwart op wit in de RES’en 1.0 hebben staan?

Antwoord:
Bij ieder project wordt onderzocht wat de impact is op de voorkomende soorten in het gebied. Wanneer nodig leggen we in de vergunning of ontheffing vast dat er maatregelen worden getroffen die negatieve effecten voor soorten helpen verminderen of wegnemen (mitigerende maatregelen). Landelijk werken we aan afspraken voor algemene maatregelen voor elk nieuw windpark. We werken hier al mee, vooruitlopend op de vaststelling. In de RES 1.0 hoeft daarom hierover niets te worden opgenomen.
De gemeenten zijn de eerst verantwoordelijke bestuurslaag voor de participatie met inwoners. In regionaal verband werken provinciale communicatieadviseurs en communicatieadviseurs van de regio’s samen om de burgerparticipatie zo goed mogelijk vorm te geven. Daarnaast ondersteunen we de regio’s en gemeenten met raad en daad waaronder een kwartiermaker omgevingsmanagement. Ideeën voor betrekken van inwoners worden met elkaar gedeeld. Vooralsnog wordt vooral ingezet op digitale bijeenkomsten als gevolg van Covid-19, nieuwsbrieven, lokale kranten en gemeentelijke websites. Een huis aan huis brief vanuit de provincie heeft geen meerwaarde en zou eerder verwarrend werken in de huidige gekozen participatie- en communicatiestrategie. Ook via meer traditionele media zoals diverse tv. programma’s zien wij dat de burger steeds meer geïnformeerd wordt én uitgenodigd wordt om actief te participeren in de energietransitie.
In alle RES’en onderzoeken we de mogelijkheden om windturbines langs rijkswegen te plaatsen. Deze locaties hebben vanuit meerdere aspecten de voorkeur. Deze opties worden zoveel mogelijk benut, maar kennen soms ook wettelijke beperkingen doordat er woningen staan of (grote) leidingen liggen.
De regio’s organiseren met onze ondersteuning ruimte ateliers. Deze hebben ook tot doel om met belanghebbenden en deskundigen afwegingen te maken tussen de verschillende onderwerpen die ruimte nodig hebben. Wij ondersteunen dit met inzet van ontwerpbureaus en procesbegeleiders. Onderdeel van de opdracht is dat er gezocht wordt naar koppeling van functies. Tevens brengen we onze provinciale visie op het al of niet samengaan van belangen in concrete zoekgebieden in werkgroepen en stuurgroepen. We zetten in op het ontwikkelen van kennis door het doen van concrete proeven. Zoals het ontwikkelen van nieuw bos onder windmolens (zie beleidsplan in ontwikkeling ‘Bomen en Bos’) en het ontwikkelen van zonnevelden waar bloemen en planten en dieren ook kunnen groeien en leven. We stimuleren zonnevelden die goed passen bij het landschap. En uiteraard stimuleren we ook zonnevelden waarbij bewoners mede-eigenaar zijn of profiteren van de opbrengst. Hiervoor doen we samen met de landbouwuniversiteit Wageningen, de RES regio’s, gemeenten en initiatiefnemers zes proefprojecten.
De RES’en gaan over grootschalige elektriciteitsopwekking door zon en wind en niet over energiebesparing. In de RES’en wordt uitgegaan van 1,5 % energiebesparing per jaar. Dus opgeteld bijna 25% in 2030. Dit halen we op dit moment overigens niet. Integendeel er wordt meer elektriciteit gebruikt blijkt uit recente cijfers. Daarom zetten we onverminderd in op energiebesparing in ons klimaatbeleid, want wat je niet verbruikt hoef je ook niet op te wekken. Dit doen we in de vier andere domeinen in het Gelders Klimaatplan in wording te weten: a) Gebouwde Omgeving, b) Mobiliteit, c) Landbouw en Landgebruik en d) Industrie en Bedrijven.

Vraag 2:
Welke andere aandachtspunten neemt de gedeputeerde concreet mee naar de RES-stuurgroepen en met welke inzet kan hij deze punten inbrengen?

Antwoord:
Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen we naar de reeds door u ontvangen Statenbrief (PS 2020-552) en de bijlage bij de Mededelingenbrief (PS2020-756 d.d. 10 n0vember 2020).

Vraag 3:
Bent u bereid PS tussendoor te informeren over de vorderingen in het proces leidend tot de RES’en 1.0, inclusief de inzet van de gedeputeerde op de door PS meegegeven aandachtspunten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, u krijgt de informatie via de gebruikelijke weg zoals de Mededelingenbrief, de P en C cyclus en een informerende Statenbrief indien noodzakelijk.

Vraag 4:
Heeft u (ambtelijk) contact met de provincies Groningen en Limburg, die proeven doen met zwarte wieken? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u op dit vlak in Gelderland?

Antwoord:
Ja die contacten zijn er. Op dit moment wordt in Groningen, voor de Eemshaven, gewerkt aan een projectplan. Provincie Limburg kijkt ook naar mogelijkheden waarbij het ook mogelijk is dat zij aansluiten bij het onderzoek in de Eemshaven. Wij zijn op dit moment ook aan het verkennen wat de mogelijkheden zijn om aan te sluiten bij dit onderzoek.

Rol van de provincie in de RES-stuurgroepen

Vraag 5:
Bent u het met ons eens dat in de opgave van de RES’en 1.0 lokale belangen kunnen conflicteren met provinciale belangen, zoals bescherming van de natuur? Zo ja, hoe gaat u daarmee om, als deelnemer aan de stuurgroepen van de RES’en?

Antwoord:
De provincie is partner in de zes Gelderse RES’en. Als er in de RES zaken naar voren komen die conflicteren met provinciale belangen stellen we die aan de orde (zowel ambtelijk in werkgroepen, als bestuurlijk in stuurgroepen). In het proces van de concept RES heeft dit geleid tot gedragen concept RES’en. In sommige gevallen hebben we kanttekeningen gemaakt bij zoekzones die raken aan provinciale belangen, maar waarvan we op dat moment nog niet helemaal de gevolgen kunnen overzien. Dit zijn de onderwerpen die wij hebben benoemd in onze brief aan de voorzitters van de Stuurgroepen en waarover we u hebben geïnformeerd (PS 2020 – 552). Deze onderwerpen worden nu in de uitwerking van RES 1.0 aan de orde gesteld in werkgroepen en in de stuurgroepen. Dit resulteerde onder andere in een gezamenlijk onderzoek zoals de Verkenning naar de (on)mogelijkheden van wind op en rond de Veluwe waarvan de resultaten binnenkort bekend worden en waarover we u ook zullen informeren.

Vraag 6:
Bent u het met ons eens dat het aan de gedeputeerde is – als vertegenwoordiger van de provincie in de stuurgroep – om in het proces leidend tot de RES’en 1.0 (o.m.) de provinciale belangen te behartigen? Zo ja, op welke wijze doet de gedeputeerde dit en welke middelen heeft hij hiertoe? Zo nee, waarom niet en wat is dan volgens u concreet de rol van de gedeputeerde/GS in het RESproces, o.a. in verhouding tot andere leden van de stuurgroepen?

Antwoord:
Ja, zie beantwoording vraag 5

Vraag 7:
Hoe vindt de besluitvorming in de RES-stuurgroepen plaats? Welke stemprocedure wordt gebruikt?

Antwoord:
De stuurgroepen in de regio’s kennen ieder hun eigen samenstelling en werkwijze. De leden van een stuurgroep zitten hier namens hun achterban. In de startnotitie van de verschillende RES regio’s is de rol en functie van de stuurgroep afgesproken. De stuurgroep heeft geen formele besluitvormende bevoegdheid. In de stuurgroep wordt gestreefd naar consensus. Dus ook over hetgeen ter besluitvorming aan de achterban wordt voorgelegd. Voor de RES 1.0 geldt dat wij deze vaststellen en deze ter besluitvorming aan u voorleggen.

Vraag 8:
Welke mogelijkheden krijgt PS om de concept-RES’en 1.0 nog daadwerkelijk te kunnen aanpassen (amenderen) voordat tot definitieve besluitvorming wordt overgegaan? (Gelieve in uw antwoord op deze vraag ook in overweging te nemen dat een RES het product is van meerdere overheden (niet alleen van de provincie), waardoor PS, gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen gelijke besluiten moeten nemen.)

Antwoord:
Doordat de RES 1.0 wordt vastgesteld door meerdere vertegenwoordigende organen van de overheidsdeelnemers in een regio vraagt dat het nodige in de voorbereiding (informatievoorziening, dialoog etc.) om te komen tot een gedragen besluit in alle overheidsorganen. Dat is gebeurd in aanloop naar de concept RES. Bijvoorbeeld op regionale raadsbijeenkomsten, waarvoor ook Statenleden en AB leden van de waterschappen werden uitgenodigd. Maar ook tijdens Beeldvormende bijeenkomsten, informatie in Statenbrieven en Mededelingenbrieven. Dat gebeurt ook nu in het proces naar RES 1.0. Als dat goed verloopt kunnen de besturen het vertrouwen hebben dat RES 1.0 een gedragen beeld geeft en dat te verwachten is dat RES 1.0 ongewijzigd (conform voorgelegde voorstel) kan worden vastgesteld. In het geval uw Staten (of vertegenwoordigende organen van andere deelnemers) wijzigingen voorstellen op RES 1.0, houdt dat in dat RES 1.0 op dat moment niet kan worden vastgesteld en dat het gesprek met de andere deelnemers wordt heropend om te kijken hoe aan de wensen tegemoet kan worden gekomen (dit zal dan waarschijnlijk leiden tot vertraging in de vaststelling van RES 1.0).

Faunabeschermende maatregelen

Recent is door de Brabantse Staten, met brede steun van 50+, CU/SGP, D66, FvD, GroenLinks, PVV, PvdD, PvdA en SP, een motie aangenomen over faunabeschermende maatregelen bij windturbines. Door bij de verlening van een vergunning of ontheffing voor de ontwikkeling van windturbines alle mogelijke en relevante mitigerende maatregelen ter voorkoming van faunaslachtoffers op te leggen, wordt de kans op gerechtelijke stappen door natuurbeschermingsorganisaties kleiner, waarmee kan worden voorkomen dat de realisatie van windmolenprojecten wordt vertraagd.

Vraag 9:
Bent u het met ons eens dat het opleggen van faunabeschermende maatregelen ten goede kan komen aan een voortvarende realisatie van windmolenprojecten? Zo nee, kunt u onderbouwen waarom u denkt dat dit niet het geval is?

Antwoord:
Nee. Maatregelen ter voorkoming van slachtoffers onder dieren leiden niet tot snellere realisatie van windturbineprojecten. De ervaring leert dat nagenoeg alle windmolenprojecten de gehele procedure doorlopen tot en met de Raad van State vanwege diverse aspecten. Dit staat natuurlijk los van het feit dat wij voor elk project kijken wat voor soort maatregelen er nodig zijn om negatieve effecten voor dieren en planten te voorkomen of te minimaliseren.

Vraag 10:
Bent u bereid te bekijken of het in de Brabantse motie gevraagde ook in Gelderland mogelijk is, en PS hierover te informeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, de reden om dit te doen zou niet moeten zijn om windprojecten sneller te realiseren maar om de soorten goed te beschermen. Dat doen we nu al. Voor elk windproject wordt gekeken naar relevante mitigerende maatregelen. We werken al in de geest van de generieke mitigerende maatregelen die landelijk vastgelegd gaan worden. Verder wordt monitoring van de gevolgen van windturbines op soorten nu ook landelijk opgepakt. Dit is effectiever dan voor elk project/provincie los omdat soorten zich niet aan project/provinciegrenzen houden. Landelijk kan de impact op de instandhouding van de soort beter gemonitord worden. Wij willen ons conformeren aan het projectplan dat hiervoor landelijk wordt uitgewerkt.


Gedeputeerde Staten van Gelderland
John Berends - Commissaris van de Koning
Pieter Hilhorst - secretaris