Vragen over bollen­teelt en giftige gewas­be­scher­mings­mid­delen


Onze fractie werd attent gemaakt op twee gevallen van bollenteelt in Natura 2000-gebied Veluwe, met daarbij de vraag of dit wel toegestaan is. (De locaties zullen separaat worden doorgegeven.) Voorheen was er sprake van maïsteelt. De huidige bollenteelt gaat in het algemeen gepaard met een veel hoger gebruik aan (giftige) gewasbeschermingsmiddelen. Mogelijk zijn deze twee gevallen slechts het topje van een ijsberg.

In de “Passende beoordeling Ontwerp Structuurvisie Noord-Holland 2040” is te lezen dat bollenteelt significant negatieve effecten kan hebben op Natura 2000-gebieden. Gif tegen aaltjes dat in de bollen zit, kan bijvoorbeeld een (significant) negatief resultaat hebben op de reproductie van bepaalde foeragerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Ook significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door wateronttrekking zijn niet uit te sluiten.

Ook de “Passende Beoordeling Bestemmingsplan Buitengebied Castricum” gaat uitgebreid op deze materie in. Bijvoorbeeld:

De hoogste gemeten concentratie van het voor bijen zeer giftige insecticide imidacloprid lag in 2005 meer dan 24000x boven de norm en in 2006 meer dan 15000x boven de norm. Ook op andere locaties van bollenteelt in Noord-Holland en de Zuiderzeepolders hebben de verschillende waterschappen hoge normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlaktewater gemeten sinds 2004. Hoge normoverschrijdingen van andere voor bijen zeer giftige insecticiden (carbamaten en organofosfaten) werden ook vastgesteld in bollenteelt gebieden. De bollenteelt concentreert zich in Nederland op
zandgrond, dat zeer kwetsbaar is voor uitspoeling.

Bij de veel gestelde vragen op de Natura 2000-pagina staat onder "Doelen":

"Hoe moet worden omgegaan met bestrijdingsmiddelen in Natura 2000-gebieden?

Indien sprake is van een mogelijk schadelijke effectketen van stoffen in relatie tot instandhoudingsdoelstellingen (bijv. ophoping in individuen of schadelijke stoffen die standplaatsfactoren beïnvloeden) kan dit door het toelatingsbeleid (verbod op toepassing stoffen) worden geregeld. Het gaat er om dat zo veel mogelijk (beredeneerd indien er niet voldoende gegevens bekend zijn) duidelijk wordt gemaakt wat de effectketen is en welke gevolgen deze kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen (de ecologische grond vanuit Natura 2000). Indien het aannemelijk is dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten dan is niet toestaan van het betreffende bestrijdingsmiddel de meest voor de handliggende optie. Het kan ook zo zijn dat de gevolgen van stoffen die in het milieu terecht komen op basis van gebiedsspecifieke omstandigheden geen effect kunnen hebben (bijv. geen verspreiding/ontsluiting mogelijk door afwezigheid grondwater) naar plaatsen die van belang zijn voor instandhoudingsdoelstellingen. Significante gevolgen kunnen dan mogelijk uitgesloten worden (er is dan immers geen sprake van een mogelijke effectrelatie) en hoeft het toelatingsbeleid geen rol te spelen"


Vragen:

1. Volgens het Compendium voor de Leefomgeving is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (die mogelijk significant negatieve effecten hebben) bij bollenteelt (met name lelies) veel hoger dan bij bijvoorbeeld (snij)maïsteelt.

In het naslagwerk Natura 2000 staat:

Bij het intensiveren van het gebruik is geen sprake meer van bestaand gebruik. Ook niet als de intensivering binnen de gebruiksruimte valt van bijvoorbeeld een milieuvergunning. Hierbij is het ook van belang dat bij de eventuele habitattoets van dit geïntensiveerde gebruik niet alleen
de intensivering getoetst wordt maar het gehele gebruik.

Bent u het met ons eens dat bollenteelt op een perceel dat voorheen gebruikt werd voor bijvoorbeeld maïsteelt niet valt onder bestaand gebruik?


2. Bent u bereid een voortoets of een habitattoets te verlangen of uit te voeren?


3. Als gewone bollenteelt vanwege het hoge gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan zou zijn, zou biologische bollenteelt dan wel een optie kunnen zijn?


4. Bij een van de percelen is op korte afstand een beek aanwezig in het Natura 2000-gebied. Er kan risico zijn dat door uitspoeling, of met spoelwater, gifstoffen terechtkomen in het oppervlaktewater. Wat zijn er voor regels met betrekking tot het lozen van spoelwater van de bollenteelt en wie is verantwoordelijk voor de handhaving?


5. De gebieden zijn op de Natura 2000-kaart als Natura 2000-gebied aangegeven. Hoe zit dat? Is er sprake van Natura 2000-gebied zonder aangewezen natuurdoelen? Is er sprake van geëxclaveerd gebied vanwege agrarisch gebruik?


6. De gebieden staan op de Natuurbeheerplankaart al jaren aangegeven als “N00.01 Nog om te vormen naar natuur”. Is er al zicht op wanneer dat voor dit soort percelen gaat gebeuren? Kan de omvorming terug naar natuur duurder uitvallen, als er enige tijd sprake is geweest van (mogelijk schadelijke) bollenteelt?


7. Een van de gebieden staat aangegeven als “Bijzonder gebied” / “probleemgebied”, waardoor er bij agrarisch natuurbeheer een extra vergoeding aangevraagd kan worden. Mogen we aannemen dat er in Gelderland geen percelen zijn met bollenteelt (en waarschijnlijk een verhoogd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen) waarvoor toch een vergoeding voor natuurbeheer gegeven wordt?


8. Is het technisch mogelijk in een natuurbeschermingswetvergunning voorwaarden te stellen met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, en/of het lozen van spoelwater?


9. Is het technisch mogelijk in de ruimtelijke verordening regels op te nemen, waarbij (nietbiologische) bollenteelt niet toegestaan wordt in of nabij Natura 2000-gebieden?


10. Bent u bereid bollentelers in of nabij Natura 2000-gebieden op korte termijn aan te schrijven, dat zij een natuurbeschermingswetvergunning dienen aan te vragen, net als u dat met veehouders hebt gedaan?


Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren.


> Hier zijn de vragen als PDF te vinden

Antwoorddatum: 3 sep. 2013

Onze fractie werd attent gemaakt op twee gevallen van bollenteelt in Natura 2000-gebied Veluwe, met daarbij de vraag of dit wel toegestaan is. (De locaties zullen separaat worden doorgegeven.) Voorheen was er sprake van maïsteelt. De huidige bollenteelt gaat in het algemeen gepaard met een veel hoger gebruik aan (giftige) gewasbeschermingsmiddelen. Mogelijk zijn deze twee gevallen slechts het topje van een ijsberg.

In de “Passende beoordeling Ontwerp Structuurvisie Noord-Holland 2040” is te lezen dat bollenteelt significant negatieve effecten kan hebben op Natura 2000-gebieden. Gif tegen aaltjes dat in de bollen zit, kan bijvoorbeeld een (significant) negatief resultaat hebben op de reproductie van bepaalde foeragerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Ook significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door wateronttrekking zijn niet uit te sluiten.

Ook de “Passende Beoordeling Bestemmingsplan Buitengebied Castricum” gaat uitgebreid op deze materie in. Bijvoorbeeld:

“De hoogste gemeten concentratie van het voor bijen zeer giftige insecticide imidacloprid lag in 2005 meer dan 24000x boven de norm en in 2006 meer dan 15000x boven de norm. Ook op andere locaties van bollenteelt in Noord-Holland en de Zuiderzeepolders hebben de verschillende waterschappen hoge normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlaktewater gemeten sinds 2004. Hoge normoverschrijdingen van andere voor bijen zeer giftige insecticiden (carbamaten en organofosfaten) werden ook vastgesteld in bollenteelt gebieden. De bollenteelt concentreert zich in Nederland op zandgrond, dat zeer kwetsbaar is voor uitspoeling.”

Bij de veel gestelde vragen op de Natura 2000-pagina staat onder "Doelen":

"Hoe moet worden omgegaan met bestrijdingsmiddelen in Natura 2000-gebieden?

Indien sprake is van een mogelijk schadelijke effectketen van stoffen in relatie tot instandhoudingsdoelstellingen (bijv. ophoping in individuen of schadelijke stoffen die standplaatsfactoren beïnvloeden) kan dit door het toelatingsbeleid (verbod op toepassing stoffen) worden geregeld. Het gaat er om dat zo veel mogelijk (beredeneerd indien er niet voldoende gegevens bekend zijn) duidelijk wordt gemaakt wat de effectketen is en welke gevolgen deze kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen (de ecologische grond vanuit Natura 2000). Indien het aannemelijk is dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten dan is niet toestaan van het betreffende bestrijdingsmiddel de meest voor de handliggende optie. Het kan ook zo zijn dat de gevolgen van stoffen die in het milieu terecht komen op basis van gebiedsspecifieke omstandigheden geen effect kunnen hebben (bijv. geen verspreiding/ontsluiting mogelijk door afwezigheid grondwater) naar plaatsen die van belang zijn voor instandhoudingsdoelstellingen. Significante gevolgen kunnen dan mogelijk uitgesloten worden (er is dan immers geen sprake van een mogelijke effectrelatie) en hoeft het toelatingsbeleid geen rol te spelen"

Vraag 1
Volgens het Compendium voor de Leefomgeving is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (die mogelijk significant negatieve effecten hebben) bij bollenteelt (met name lelies) veel hoger dan bij bijvoorbeeld (snij)maisteelt.

In het naslagwerk Natura 2000 staat:

“Bij het intensiveren van het gebruik is geen sprake meer van bestaand gebruik. Ook niet als de intensivering binnen de gebruiksruimte valt van bijvoorbeeld een milieuvergunning. Hierbij is het ook van belang dat bij de eventuele habitattoets van dit geïntensiveerde gebruik niet alleen de intensivering getoetst wordt maar het gehele gebruik.”

Bent u het met ons eens dat bollenteelt op een perceel dat voorheen gebruikt werd voor bijvoorbeeld maisteelt niet valt onder bestaand gebruik?

Antwoord
Nee. Het incidenteel telen van bloembollen in afwisseling met andere akkerbouwgewassen als aardappels of mais beschouwen wij als normale akkerbouw. Wanneer een perceel op 31 maart 2010 ten behoeve van akkerbouw in gebruik was, beschouwen wij dus ook de teelt van bloembollen als “bestaand gebruik” in de zin van Natuurbeschermingswet, artikel 1 m.

Vraag 2
Bent u bereid een voortoets of een habitattoets te verlangen of uit te voeren?

Antwoord
Nee. Gezien het antwoord bij vraag 1 is dat niet aan de orde. De door u aangedragen bevindingen uit Noord-Holland bij permanente bollenteelt geven ons wel aanleiding om de ontwikkeling van bollenteelt op de Veluwe en de effecten daarvan op Natura 2000 goed te volgen. Hiertoe zullen wij binnenkort een externe onderzoeksopdracht uitzetten.

Vraag 3
Als gewone bollenteelt vanwege het hoge gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan zou zijn, zou biologische bollenteelt dan wel een optie kunnen zijn?

Antwoord
Wanneer het hoge gewasbeschermingsmiddelengebruik reden zou zijn voor uitsluiting, zou een teelt waarbij het gewasbeschermingsmiddelengebruik geen aanleiding geeft voor uitsluiting een optie zijn.

Vraag 4
Bij een van de percelen is op korte afstand een beek aanwezig in het Natura 2000-gebied. Er kan risico zijn dat door uitspoeling, of met spoelwater, gifstoffen terechtkomen in het oppervlaktewater. Wat zijn er voor regels met betrekking tot het lozen van spoelwater van de bollenteelt en wie is verantwoordelijk voor de handhaving?

Antwoord
Het Waterschap is verantwoordelijk voor de regelgeving over spuitvrije zones langs waterlopen en over lozingen op oppervlaktewater (Waterwet en lozingsbesluit). Bij overtreding is het waterschap verantwoordelijk voor de handhaving.

Vraag 5
De gebieden zijn op de Natura 2000-kaart als Natura 2000-gebied aangegeven. Hoe zit dat? Is er sprake van Natura 2000-gebied zonder aangewezen natuurdoelen? Is er sprake van geëxclaveerd gebied vanwege agrarisch gebruik?

Antwoord
De begrenzing van de Natura 2000-gebieden wordt door het Ministerie van EZ, met bijbehorende instandhoudingsdoelen, vastgesteld. De instandhoudingsdoelen gelden voor een aantal benoemde habitattypen en soorten. Op de habitattypenkaart is aangegeven waar deze habitattypen actueel voor komen. Dat levert zeker geen dekkende kaart op. Gebieden binnen de begrenzing zonder actueel habitattype kunnen bijvoorbeeld een functie hebben als potentieel uitbreidingsgebied voor habitattypen, als buffer of als leefgebied voor habitatsoorten.

Vraag 6
De gebieden staan op de Natuurbeheerkaart al jaren aangegeven als “N00.01 Nog om te vormen naar natuur”. Is er al zicht op wanneer dat voor dit soort percelen gaat gebeuren? Kan de omvorming terug naar natuur duurder uitvallen, als er enige tijd sprake is geweest van (mogelijk schadelijke) bollenteelt?

Antwoord
In de Omgevingsvisie is het jaar 2025 opgenomen als het jaar waarin de Ecologische Hoofdstructuur (Gelders NatuurNetwerk) geheel gereed zal zijn. De door u aangegeven gebieden maken daar deel van uit. Bij omvorming van landbouw naar natuur wordt doorgaans de voedselrijke bovengrond verwijderd. Wanneer deze bovengrond vervuild is zal dat beperkingen voor het hergebruik opleveren. In dat geval zou er sprake zijn van extra kosten.

Vraag 7
Een van de gebieden staat aangegeven als “Bijzonder gebied”/”probleemgebied”, waardoor er bij agrarisch natuurbeheer een extra vergoeding aangevraagd kan worden. Mogen we aannemen dat er in Gelderland geen percelen zijn met bollenteelt (en waarschijnlijk een verhoogd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen) waarvoor toch een vergoeding voor natuurbeheer gegeven wordt?

Antwoord
Een vergoeding onder de noemer van “probleemgebied” is in Gelderland alleen aan de orde in combinatie met een SNL-beheersovereenkomst. Bollenteelt is in principe niet te combineren met een beheersovereenkomst. Dat betekent dat er voor bollenteeltpercelen ook geen vergoeding in het kader van probleemgebied wordt uitgekeerd.

Vraag 8
Is het technisch mogelijk in een natuurbeschermingswetvergunning voorwaarden te stellen met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, en/of het lozen van spoelwater?

Antwoord
In een natuurbeschermingswetvergunning kunnen, mits afdoende onderbouwd, vergaande voorwaarden worden gesteld. Voor het lozen van spoelwater ligt dat zelfs zeer voor de hand. Voor beperkingen in het gebruik van toegelaten bestrijdingsmiddelen boven op de reeds bestaande beperkingen van onder meer het waterschap (spuitvrije zone langs waterlopen) is dat minder logisch. Toepassing van in de akkerbouw gangbare bestrijdingsmiddelen behoort tot het “bestaande gebruik”.

Vraag 9
Is het technisch mogelijk in de ruimtelijke verordening regels op te nemen, waarbij (nietbiologische) bollenteelt niet toegestaan wordt in of nabij Natura 2000-gebieden?

Antwoord
De afweging of een bepaalde activiteit binnen een Natura 2000-gebied al of niet moet worden uitgesloten vanwege significant risico voor Natura 2000-doelen, hoort niet thuis in een ruimtelijke verordening maar moet worden gemaakt in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998.

Vraag 10
Bent u bereid bollentelers in of nabij Natura 2000-gebieden op korte termijn aan te schrijven, dat zij een natuurbeschermingswetvergunning dienen aan te vragen, net als u dat met veehouders hebt gedaan?

Antwoord
Nee. Gezien het antwoord op vraag 1. Is dat niet aan de orde.


Gedeputeerde Staten van Gelderland
J. Markink - plv. Commissaris van de Koning
drs. P.P.L. van Kalmthout - secretaris

> Hier zijn de antwoorden als PDF te vinden

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer