Vragen over Omge­vings­visie en door­re­kening effecten


Indiendatum: mei 2014

In de omgevingsvisie staat op blz. 81 :

De provincie wil een economisch gezonde land- en tuinbouw bevorderen. De provincie wil stimuleren dat de sector een kleinere ecologische voetafdruk krijgt en een sector wordt en blijft die:

  • bijdraagt aan een sociaal en vitaal landelijk gebied in Gelderland;
  • goed is voor mens, dier en omgeving en die daarmee een breed maatschappelijk draagvlak heeft;
  • de concurrentie op de wereldmarkt aan kan.”


Dat de sector een kleinere ecologische voetafdruk krijgt, terwijl bedrijven mogen uitbreiden lijkt met elkaar in tegenspraak. Ook wordt niet duidelijk hoe het breed maatschappelijk draagvlak (door goed te zijn “voor mens, dier en omgeving”) gerealiseerd gaat worden via de uitbreidingsmogelijkheden.

In 2010, bij de “verordening stikstof en Natura 2000” heeft u doorrekeningen laten maken van een aantal scenario’s met betrekking tot groei van veehouderijbedrijven. Scenario’s met verschillende aantallen stoppende en groeiende bedrijven. De verordening stikstof en Natura 2000 is slechts een tijdelijke maatregel. De omgevingsvisie heeft veel langer gevolgen. Alle reden om daarvoor ook een doorrekening te laten maken.

Onze indruk is dat de nieuwe omgevingsvisie diverse nadelige gevolgen heeft :

  • Meer dieren zonder weidegang. Meer dieren die permanent opgestald staan en niet meer buiten komen;
  • Meer export en import van levende dieren. Meer gesleep met dieren binnen Europa. Meer import van kalfjes uit Polen. Meer export van levende varkens naar Italië;
  • Meer buitenlanders die hier met wurg- en flexcontracten werken in de veehouderijsector;
  • Meer risico’s voor de volksgezondheid door nog grotere aantallen dieren met meer kans op overdracht van ziekten, en meer geur- en stofoverlast;
  • Meer kans op dierziekten en ruimingen van bedrijven door de grotere aantallen dieren en de toename van het aantal transportbewegingen;
  • Een lelijker platteland, door grotere megastallen;
  • Meer transportbewegingen op het platteland, en meer vraag naar bredere wegen en vriijliggende fietspaden;
  • Minder maatschappelijk draagvlak;
  • Uitbreidingsruimte die snel wordt opgebruikt door reguliere bedrijven in plaats van door meer diervriendelijke bedrijven;
  • Hoger energieverbruik in stallen door luchtwassers, ventilatoren en verlichting;
  • Een grotere ecologische voetafdruk.

  1. Kunt u eens cijfermatig onderbouwen hoe de verkleining van de ecologische voetafdruk zou moeten plaatsvinden, en wat de ecologische voetafdruk uiteindelijk wordt ?
  2. Kunt u de gewenste effecten kwantificeren, meetbaar maken ? Bijvoorbeeld in termen van dieren zonder weidegang, aantallen dieren per huisvestingsysteem, aantal bedrijven met sterren van de Dierenbescherming, aantal biologische bedrijven, etc.
  3. Kunt u ons een doorrekening laten zien van de effecten van de nieuwe omgevingsvisie op de bovengenoemde punten, met minstens de volgende drie scenario’s : een scenario waarbij de nieuwe omgevingsvisie niet wordt aangenomen (de huidige ontwikkeling), een scenario waarbij de nieuwe omgevingsvisie wordt aangenomen en gemeenten voor maximale groei gaan, en een scenario met een andere omgevingsvisie, waarbij we uitgaan van zoveel mogelijk winst voor dierenwelzijn, natuur en milieu met zo min mogelijk planschade.


Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren.

-> Hier zijn de vragen als PDF te vinden

Indiendatum: mei 2014
Antwoorddatum: 24 jun. 2014

Vraag 1:
Kunt u eens cijfermatig onderbouwen hoe de verkleining van de ecologische voetafdruk zou moeten plaatsvinden, en wat de ecologische voetafdruk uiteindelijk wordt ?

Antwoord:
Nee, ons college acht het niet mogelijk om een cijfermatige onderbouwing te geven van de uiteindelijke ecologische voetafdruk en evenmin om de gewenste effecten meetbaar te maken. De Nederlandse veehouderij zal moeten verduurzamen en de inzet van veel partijen - overheden, marktpartijen en non gouvernementele organisaties - is hierop gericht. In de Statenbrief "Veehouderij verantwoord verder" hebben wij u hierover geinformeerd. Met ons ruimtelijk beleid zoals verwoord in de omgevingsvisie en -verordening wil ons college een bijdrage leveren aan de transitie naar een duurzame veehouderij.

Vraag 2:
Kunt u de gewenste effecten kwantificeren, meetbaar maken ? Bijvoorbeeld in termen van dieren zonder weidegang, aantallen dieren per huisvestingsysteem, aantal bedrijven met sterren van de Dierenbescherming, aantal biologische bedrijven, etc.

Antwoord:
Nee, ons college acht het niet mogelijk om een cijfermatige onderbouwing te geven van de uiteindelijke ecologische voetafdruk en evenmin om de gewenste effecten meetbaar te maken. De Nederlandse veehouderij zal moeten verduurzamen en de inzet van veel partijen - overheden, marktpartijen en non gouvernementele organisaties - is hierop gericht. In de Statenbrief "Veehouderij verantwoord verder" hebben wij u hierover geinformeerd. Met ons ruimtelijk beleid zoals verwoord in de omgevingsvisie en -verordening zoals wij dat op 14 januari 2014 hebben vastgesteld, hoopt ons college een bijdrage te leveren aan de transitie naar een duurzame veehouderij.

Vraag 3:
Kunt u ons een doorrekening laten zien van de effecten van de nieuwe omgevingsvisie op de bovengenoemde punten, met minstens de volgende drie scenario’s : een scenario waarbij de nieuwe omgevingsvisie niet wordt aangenomen (de huidige ontwikkeling), een scenario waarbij de nieuwe omgevingsvisie wordt aangenomen en gemeenten voor maximale groei gaan, en een scenario met een andere omgevingsvisie, waarbij we uitgaan van zoveel mogelijk winst voor dierenwelzijn, natuur en milieu met zo min mogelijk planschade.

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 2. Diverse organisaties werken aan concrete maatregelen in de veehouderij en aan de bewustwordning van de consument. Welke bijdrage ons omgevingsbeleid daaraan zal leveren is onmogelijk te kwantificeren. Daarbij komt dat ons beleid niet direct de burger bindt. Ons beleid krijgt pas werking via het planologisch beleid van gemeenten. Gemeenten hebben bovendien nog ruimte om een eigen (maatwerk)invulling te geven.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
drs. P.P.L. van Kalmthout - secretaris

-> Hier zijn de antwoorden als PDF te vinden