Vragen over Openbaar vervoer op biogas van vergiste mest, slacht­afval, of kadavers


Indiendatum: jul. 2008

Tijdens de laatste statenvergadering is door onze fractie een motie ingediend om GS te verzoeken uit te spreken dat de nieuwe openbaar vervoer verbinding Apeldoorn-Zwolle niet op biogas zal rijden wanneer dat afkomstig is van vergiste mest, slachtafval of kadavers uit de intensieve veehouderij. De reden was dat deze brandstof juist niet geschikt is voor openbaar vervoer, omdat een deel van de inwoners van Gelderland en Overijssel in verband met gewetensbezwaren niet met deze bus zou kunnen rijden.

Het subsidiëren van vergisting van mest uit de intensieve veehouderij kan bevorderen dat dieren nog meer op stal worden gehouden, en minder buiten komen. De provinciale milieufederaties hebben in de brochure “Helder groene biomassa” ook aangegeven dat deze vorm van biobrandstof onvoldoende of niet duurzaam is. Diverse maatschappelijke organisaties maken melding van de nadelen van de grootschalige teelt van soja in Zuid-Amerika; soja die in Nederland voornamelijk voor veevoer geïmporteerd wordt.

De gedeputeerde gaf aan dat het lastig zou zijn de motie te effectueren.

Vragen :

  1. Is het juridisch gezien inderdaad onmogelijk in de concessie de eis te verwerken dat als
    brandstof geen biogas mag worden gebruikt, wanneer dat afkomstig van vergiste mest,
    slachtafval of kadavers uit de intensieve veehouderij ?
  2. Zo ja, wat is daarvan dan de reden ?
  3. Wat is in dit verband de mening van GS over de tekst in de bijlagen uit de twee genoemde bronnen ?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren.

Indiendatum: jul. 2008
Antwoorddatum: 15 sep. 2008

» deze antwoorden op de website van de provincie

Vraag 1: Is het juridisch gezien inderdaad onmogelijk in de concessie de eis te verwerken dat als brandstof geenbiogas mag worden gebruikt, wanneer dat afkomstig van vergiste mest, slachtafval of kadavers uit de intensieve veehouderij ?
Antwoord: Wellicht dat het juridisch mogelijk is, echter landelijk is er geen systeem voor het maken van onderscheid naar oorsprong van de biomassa.

Vraag 2: Zo ja, wat is daarvan dan de reden ?
Antwoord: In de praktijk wordt het dus moeilijk in de concessie voor te schrijven dat geen biogas mag worden gebruikt wanneer dat afkomstig is van mest. Er is namelijk geen middel om dit te controleren en te handhaven.
Daarnaast zal zonder de inzet van bovengenoemde biomassa de transitie naar duurzame brandstof en uiteindelijk biogas niet van de grond komen. Om deze transitie te bevorderen wordt ingezet op het stimuleren van het gebruik van biogas dat voldoet aan de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen zoals opgesteld door de Commissie Cramer. Zo mogen biobrandstoffen niet leiden tot concurrentie met voedsel of houtkap in tropische bossen.

Op dit moment wordt landelijk gewerkt aan een certificeringsysteem voor biogas. In dit certificeringsysteem wordt geen onderscheid gemaakt naar bijvoorbeeld biogas afkomstig van vergiste mest of andere biomassastromen. Door het certificeringssysteem wordt groen gas vrij verhandelbaar op de markt.

Wel zullen er eisen worden gesteld aan de duurzaamheid van deze grondstoffen die voor biobrandstoffen worden gebruikt op basis van de criteria van Commissie Cramer. Hierbij gaat het onder meer om de volgende randvoorwaarden:

  • er mag geen concurrentie zijn met de voedselketen;
  • het mag niet ten koste gaan van de biodiversiteit;
  • de CO2 reductie moet minimaal 30% zijn.

Daarnaast stimuleert de provincie Gelderland alleen de productie van energie uit biomassa indien minimaal 60% van de biomassa uit eigen regio komt.

Vraag 3: Wat is in dit verband de mening van GS over de tekst in de bijlagen uit de twee genoemde bronnen ?
Antwoord: De introductie van biogas geeft invulling aan de ambities met betrekking tot een schoner milieu (lucht en klimaat). Gebruik hiervan in het openbaar vervoer kan hieraan een bijdrage leveren.
Om de luchtkwaliteit te verbeteren en de uitstoot van koolstofdioxide tegen te gaan werkt Gelderland mee aan de transitie van aardgas naar biogas naar waterstof. Aardgas is fossiele brandstof en wordt op termijn vervangen door het duurzame biogas. Biogas wordt gemaakt uit restproducten zoals mest en organisch afval. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar oorsprong van de biomassa in de zin van mest of GFT uit de regio. Wel wordt in het landelijke certificeringsysteem voorgeschreven waaraan de biomassa moet voldoen. Dit geeft voldoende waarborgen voor een juist gebruik van biomassa.