Vragen over wild­raster langs Amers­foort­seweg


Indiendatum: mrt. 2016

-> de vragen en antwoorden als pdf vindt u hier

Vorige week berichtte de Stentor over het nieuwe wildraster langs de Amersfoortseweg bij Apeldoorn.

  1. In het artikel wordt erop gewezen dat het raster aan de ene zijde van de weg nu anders is dan aan de andere zijde van de weg. Dat aan de ene zijde van de weg grotere mazen zijn gebruikt dan aan de andere zijde. Dat zal tot gevolg hebben dat dieren die aan de ene zijde van de weg door het raster kunnen, aan de andere zijde niet verder kunnen, en op de weg blijven rondlopen. Hoort een raster niet aan beide zijden van de weg hetzelfde te zijn ?
  2. Verder staat in het artikel dat biggetjes en dassen door de mazen van het raster kunnen, en mogelijk aangereden zullen worden. Is er een (wetenschappelijk/betrouwbaar) rapport hoe groot mazen moeten zijn om bepaalde dieren door te laten, en hoe klein ze moeten zijn om dieren tegen te houden ? (Zodat leveranciers van rasters zich daarop kunnen baseren.)
  3. Op de websites van leveranciers van hekwerken zijn de specificaties van diverse soorten wildrasters te vinden. Het nu aangelegde raster lijkt op geen van allen. Het lijkt de hoogte van een roodwildraster te hebben, met een dubbele rij gaas van een zwartwildraster (Ursus heavy 120/11/15). Wat is de uitvoering van dit raster ?
  4. Het nu aangelegde raster is anders dan verderop langs dezelfde weg. Is het doel van het raster (wat betreft de soort dieren die moet worden tegengehouden) hetzelfde, maar is de uitvoering anders, of is het doel anders ?
  5. Als het doel van het nieuwe raster hetzelfde is, waarom is dan een andere uitvoering gekozen ?
  6. Als het doel anders is, wat is dan het verschil ?
  7. In het artikel zegt de woordvoerster van de provincie dat alsnog een dassentunnel zal worden aangelegd en fijnmazig raster zal worden geplaatst, wanneer er veel dassen en egeltjes worden aangereden in verband met de grove mazen in het raster. Wat hanteert de provincie voor criterium ? (Hoeveel dieren moeten jaarlijks worden aangereden voordat de provincie een tunnel aanlegt ?)
  8. Blijft het nieuwe raster eigendom van de provincie, en zal het door de provincie onderhouden worden ?
  9. Van wie is het raster aan de Kroondomeinzijde, en wanneer zal dat aangepast worden ?
  10. Op de provinciale weg N339 (Lochemseweg) worden tussen de beide kruisingen met de Dommerbeek veel padden, kikkers, salamanders en andere amfibiën doodgereden tijdens de trek. Vrijwilligers hebben gevraagd of er in de berm van de weg gaas en emmers geplaatst mogen worden. De dieren worden dan in de emmers opgevangen, en enkele malen per dag overgeplaatst. De provincie gaf echter geen toestemming. Waarom niet ?
  11. Het legen van de emmers langs de drukke provinciale weg (zonder vrijliggend fietspad) is een tijdrovende bezigheid. Het zou veel praktischer en veiliger zijn als er een paddentunnel zou worden aangebracht. Wat is het beleid van de provincie daarvoor ? Worden de tunnels alleen aangelegd voor soortbehoud, of ook om dierenleed te voorkomen, en omdat autogebruikers niet graag dieren willen aanrijden ?
  12. Hoe is inmiddels de status van het programma Ontsnippering EHS Gelderland 2013-2016 (PS2013-314) ?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren

Indiendatum: mrt. 2016
Antwoorddatum: 26 apr. 2016

Vraag 1:
In het artikel wordt erop gewezen dat het raster aan de ene zijde van de weg nu anders is dan aan de andere zijde van de weg. Dat aan de ene zijde van de weg grotere mazen zijn gebruikt dan aan de andere zijde. Dat zal tot gevolg hebben dat dieren die aan de ene zijde van de weg door het raster kunnen, aan de andere zijde niet verder kunnen, en op de weg blijven rondlopen. Hoort een raster niet aan beide zijden van de weg hetzelfde te zijn?

Antwoord:
Ja, bij voorkeur wel. De rasters variëren hier omdat deze over een reeks van jaren door verschillende eigenaren geplaatst zijn. Met de nieuwe rasters, die wij aan de zuidzijde van de Amersfoortse weg geplaatst hebben, kunnen grote dieren niet meer op de weg komen, wat eerder wel kon. Voor kleine dieren verandert er niets ten opzichte van de huidige situatie omdat de kleine variatie in maasgrootte geen beperking oplevert voor deze groep van dieren.

Vraag 2:
Verder staat in het artikel dat biggetjes en dassen door de mazen van het raster kunnen, en mogelijk aangereden zullen worden. Is er een (wetenschappelijk/betrouwbaar) rapport hoe groot mazen moeten zijn om bepaalde dieren door te laten, en hoe klein ze moeten zijn om dieren tegen te houden? (Zodat leveranciers van rasters zich daarop kunnen baseren.)

Antwoord:
Bij de keuze voor rasters baseren wij ons op het standaardwerk voor faunavoorzieningen, namelijk de 'Leidraad Faunavoorzieningen bij Infrastructuur' (uitgave Meerjarenprogramma Ontsnippering, RWS, 2013).

Vraag 3:
Op de websites van leveranciers van hekwerken zijn de specificaties van diverse soorten wildrasters te vinden. Het nu aangelegde raster lijkt op geen van allen. Het lijkt de hoogte van een roodwildraster te hebben, met een dubbele rij gaas van een zwartwildraster (Ursus heavy 120/11/15). Wat is de uitvoering van dit raster?

Antwoord:
Op dit traject van de Amersfoortse weg is het standaardtype grofwildraster gebruikt. Dit type raster heeft bovenaan een maaswijdte van 16 x16 cm en onderaan 8x16 cm.

Vraag 4:
Het nu aangelegde raster is anders dan verderop langs dezelfde weg. Is het doel van het raster (wat betreft de soort dieren die moet worden tegengehouden) hetzelfde, maar is de uitvoering anders, of is het doel anders?

Antwoord:
Het doel is hetzelfde, namelijk voorkomen dat grofwild op de weg komt. Het nieuwe raster aan de zuidzijde van de weg is identiek aan het raster dat in 2012, tussen het Grevenhout en de afslag naar Hoog Soeren, door de provincie geplaatst is.

Vraag 5:
Als het doel van het nieuwe raster hetzelfde is, waarom is dan een andere uitvoering gekozen?

Antwoord:
Langs de hele weg is door de provincie hetzelfde type raster geplaatst. Alleen ter hoogte van de dassentunnel (bij hm-paal 33) is afwijkend fijnmazig raster geplaatst, dit is gedaan om kleine dieren naar de dassentunnel te geleiden.

Vraag 6:
Als het doel anders is, wat is dan het verschil?

Antwoord:
Zie beantwoording onder vraag 5.

Vraag 7:
In het artikel zegt de woordvoerster van de provincie dat alsnog een dassentunnel zal worden aangelegd en fijnmazig raster zal worden geplaatst, wanneer er veel dassen en egeltjes worden aangereden in verband met de grove mazen in het raster. Wat hanteert de provincie voor criterium? (Hoeveel dieren moeten jaarlijks worden aangereden voordat de provincie een tunnel aanlegt?).

Antwoord:
Er zijn geen harde criteria voor de aanleg van faunavoorzieningen. Wij hanteren de vuistregel dat wij op locaties met meer dan twee of drie aanrijdingen met dassen per jaar een dassentunnel met geleidend raster aanleggen.

Vraag 8:
Blijft het nieuwe raster eigendom van de provincie, en zal het door de provincie onderhouden worden?

Antwoord:
Ja.

Vraag 9:
Van wie is het raster aan de Kroondomeinzijde, en wanneer zal dat aangepast worden?

Antwoord:
Het raster aan de noordzijde van de weg is jaren geleden geplaatst door Kroondomein Het Loo. De rasters zijn nog functioneel en worden vervangen wanneer zij in verval raken.

Vraag 10:
Op de provinciale weg N339 (Lochemseweg) worden tussen de beide kruisingen met de Dommerbeek veel padden, kikkers, salamanders en andere amfibieën doodgereden tijdens de trek. Vrijwilligers hebben gevraagd of er in de berm van de weg gaas en emmers geplaatst mogen worden. De dieren worden dan in de emmers opgevangen, en enkele malen per dag overgeplaatst. De provincie gaf echter geen toestemming. Waarom niet?

Antwoord:
Dat heeft te maken met de veiligheid van de vrijwilligers en de weggebruikers.

Vraag 11:
Het legen van de emmers langs de drukke provinciale weg (zonder vrijliggend fietspad) is een tijdrovende bezigheid. Het zou veel praktischer en veiliger zijn als er een paddentunnel zou worden aangebracht. Wat is het beleid van de provincie daarvoor? Worden de tunnels alleen aangelegd voor soortbehoud, of ook om dierenleed te voorkomen, en omdat autogebruikers niet graag dieren willen aanrijden?

Antwoord:
Gegevens over mortaliteit van padden staan niet in het wildregistratiesysteem. Dit betekent dat niet alle locaties met massale paddensterfte bij ons bekend zijn. Op locaties die wel bij ons bekend zijn, zijn/worden paddentunnels aangelegd, bij voorkeur als maatregel binnen de reguliere trajectprogrammering.

Vraag 12:
Hoe is inmiddels de status van het Programma Ontsnippering EHS Gelderland 2013-2016.

Antwoord:
Wij zijn bezig met de uitvoering van het ‘Programma Ontsnippering EHS Gelderland 2013-2016’. Eind 2016 zullen wij uw Staten informeren over de stand van zaken aangaande ontsnippering van het Gelders Natuur Netwerk.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
ing. J. Markink - plv. Commissaris van de Koning
M.M. Rajkowski-Vijfschagt - plv. secretaris

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer