Brede welvaart in gebieds­opgave


Samen met CU en GL

Indiendatum: 18 jan. 2023

In de statenbrief van 8 november over de Monitor Brede Welvaart & inzet van het Gelderland Panel in de gebiedsagenda’s wordt aangegeven dat de uitkomsten van de Brede Welvaart monitor gebruikt worden voor sturing op de gebiedsagenda’s. Dit is een uitwerking van de aangenomen motie 21M47. De Gebiedsagenda’s stelt u samen met onze partners in de desbetreffende regio’s uit. Deze agenda’s worden periodiek geüpdatet. Wanneer dit plaatsvindt, gebruikt u de uitkomsten van deze monitor om in samenspraak met onze partners in de regio te bekijken of de agenda’s bijgestuurd moeten worden door bijvoorbeeld meer focus op een bepaald thema aan te brengen.

Vragen:

Definitie

In de begroting van 2022 (p. 121) staat “het uiteindelijke doel is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wordt ook wel brede welvaart genoemd.” Ecologie is expliciet onderdeel van brede welvaart (p. 51). Ook in de motie staat: “het bloeien van individuen en gemeenschappen en hun fysieke omgeving dient een centrale plek te hebben”. In de Statenbrief lezen we echter dat “[breed] slaat op het breed beschouwen hoe het gaat met inwoners in de regio op economisch, sociaal en fysiek vlak”. Hier wordt ecologie niet genoemd. Brede welvaart gaat erom dat een enge opvatting van welvaart niet ten koste gaat van de wereld waarin we leven. “Welvaart gaat om het welzijn van mensen” is daarmee een nauwe lezing van de mens in haar ruimtelijke context.

1. Hoe verhoudt de door GS gehanteerde definitie van brede welvaart in de Statenbrief van 8 november (welvaart gaat om het welzijn van mensen) zich met de definitie in de begroting van 2022 (p. 121) dat brede welvaart gaat om een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland dat ook ecologie omvat (p. 51)?

2. Klopt het dat GS met deze definitie afwijkt van de focus op de fysieke omgeving in motie 21M47?

3. Verschilt in de toekomst het gebruik van de definitie van brede welvaart in de begroting ten opzichte van het gebruik in de gebiedsagenda’s?

a. Indien dat het geval is, op welke wijze?

Proces

4. Wat is de methode van GS om de Brede Welvaart Monitor en de resultaten van het Gelderlandpanel toe te passen in gesprekken met de partners bij de totstandkoming van de gebiedsagenda’s?

5.

a. In welke mate zijn de partners voor de totstandkoming van de gebiedsagenda’s betrokken bij de wijze van inzet van deze instrumenten (Brede Welvaart Monitor en Gelderlandpanel)?

a. Heeft u onze partners gevraagd te reageren op de uitkomsten van de monitor en het panel?

b. Zo nee, bent u voornemens dit te doen?

c. Veronderstelt u per gebied een formele reactie van de samenwerkende partners op de resultaten van de uitkomsten van de verschillende instrumenten?

d. Zo ja, op welke wijze zijn deze reacties kenbaar voor PS?

6.

a. Hoe wordt gewaarborgd dat de resultaten van de monitor in de democratisch gremia als de gemeenteraden en Provinciale Staten beoordeeld worden?

b. Op welke wijze ziet u het voor zich PS te betrekken om de door u gekozen zwaarwegende aandachtspunten per gebiedsagenda te valideren?

Toepassing

U benoemt in de Statenbrief een negental bevindingen die opvallen bij de uitkomsten van de CBS-monitor (3 bevindingen) en het Gelderland panel (6 bevindingen) (volgend na: ‘Wanneer we naar de uitkomsten van de monitor Brede welvaart voor de Gebiedsagenda’s Achterhoek en Fruitdelta kijken vallen de volgende bevindingen op, etc.’)

7. Welke concrete opvolging geeft u aan deze bevindingen?

a. Welke bevindingen gaat u gebruiken als uw inbreng in de totstandkoming van de gebiedsagenda’s?

b. Op welk moment van de P&C cyclus kunnen we terugvinden wat u doet met uw bevindingen ?


Wouter Kamp (CU),
Lester van der Pluim (PvdD),
Maïta van der Mark (GL)