Monde­linge vragen aan de kandidaat-gede­pu­teerden


Indiendatum: 5 jun. 2019

Mondelinge vragen aan de kandidaat-gedeputeerden vanfractievoorzitter Luuk Van der Veer (in de introductie een verwijzing naar een eerdere opmerking over de sportschoenen van de heer Kerris (PvdA)):

“Voorzitter, dank u wel. Ja, de schoenen van de heer Kerris, dat wordt een thema voorvandaag. Leren schoenen hoeven voor onze fractie natuurlijk niet, dus die sportschoenen, dat vinden we prima. Ik zou misschien zwarte veters kiezen, kijk: de vega-schoenen van mij zien er net zo uit. Of het hele college op schoenen van hennep, dat zou misschien wel mooi zijn.

De vragen:

Aan de heer Kerris: Stel dat een collega-gedeputeerde voorstelt om een bepaalde sector tegaan stimuleren, de economische sector, maar u weet dat daar geen werknemers voor te vinden zijn (er is een groot gebrek aan werknemers in bepaalde gebieden), en dat het straks in de praktijk met arbeidsmigranten ingevuld zal gaan worden, waar geen goede woningen voor zijn, wat doet u dan? Zegt u dan: laten we het maar even niet stimuleren, of wat is dan uw aanpak?

Aan de heer Van der Meer: stel dat een collega-gedeputeerde straks voorstelt een heel milieuonvriendelijke sport te stimuleren, hoe pakt de heer van der Meer dat dan aan in het college, om die collega op andere gedachten te brengen?

En de heer Van der Meer zei hij net: voor het klimaatbeleid wil hij graag samenwerken met de gemeenten. Hij ziet daar een faciliterende rol voor de provincie, maar, als het nodig is, als het bijvoorbeeld de meest kosteneffectieve manier is, is hij dan ook bereid om voor te stellen aan het college als provincie maatregelen in de verordening te laten opnemen? Dus echt strenge maatregelen?

En aan de heer Van der Meer: bij verschillende overheden is het principe "carnivoor geef het door" geïntroduceerd, dus dat je niet aan de eetzaal doorgeeft als je plantaardig wil eten, maar juist andersom, dat je het doorgeeft als je vlees wilt eten. Dat leidt tot minder voedselverspilling. Het is beter voor het klimaat en de dieren, want het leidt tot minder vleesgebruik. Bent u bereid om binnen het college bespreekbaar te maken om ook hier een pilot daarmee te doen?

Dan aan de heer Markink: is de manier om in de begroting onderwerpen samen te voegen, om bijvoorbeeld breedband en biodiversiteit uit het zelfde potje te betalen, is dat het idee van de heer Markink geweest, of was of een voorstel van de ambtelijke organisatie? Ziet de heer Markink mogelijkheden om het in de komende periode anders te doen?

En aan de heer Drenth: in het nieuwe coalitieakkoord staat dat om schade aangewassen te voorkomen, preventieve maatregelen boven afschot gaan. Daar zijn we natuurlijk gelukkig mee. Ziet u mogelijkheden om daar meer te doen dan in de vorige periode?"

De vragen en de beantwoording zijn hier terug te zien (onder punt 6: kennismaking met de kanditaat-gedeputeerden).

Indiendatum: 5 jun. 2019
Antwoorddatum: 5 jun. 2019

Antwoord van de heer Kerris:

Dan naar de casus die u voorlegt. Ik denk dat het antwoord op de vraag die u stelt heel duidelijk omschreven staat in het coalitieakkoord en u mag van mij als Staten verwachten dat ik straks het coalitieakkoord als uitgangspunt neem voor het te voeren beleid. Daarin staat beschreven dat we een aantal economische sectoren inderdaad actief zullen stimuleren. Dat doen we om ook in de toekomst de werkgelegenheid en ook de leefbaarheid in Gelderland op peil te houden. Want zonder economie is er geen brood te verdienen, is er geen brood te eten en dat willen we niet. Nu niet en in de toekomst niet. De werkgelegenheid in Gelderland moet op peil blijven, ook om ervoor te zorgen dat al die mensen die hier nu wonen, die 2,1 miljoen inwoners, ook hier prettig kunnen blijven wonen in goede gezondheid. Dat betekent dus inderdaad dat er een aantal economische sectoren gestimuleerd zullen moeten worden. We zullen vanuit beleid van Onderwijs en Arbeidsmarkt, kunt u ook terugvinden in het coalitieakkoord, ook actief inzetten op het werven van mensen voor het werk wat gedaan moet worden. Maar, en ook dat ziet u terug, dat zal niet altijd lukken met mensen die hier in Nederland zijn opgegroeid. En in sommige sectoren is nou eenmaal zo dat er dan met mensen van buiten de landsgrenzen gevraagd wordt om dat werk te gaan doen. Ik heb daar een politieke opvatting over, maar daar vroeg u niet naar. De opdracht die in het coalitieakkoord staat, die is volgens mij helder en dat betekent ook dat we al die mensen die hier komen werken, dat daar ook passende woonruimte voor moet worden gezocht, naast voor alle mensen die vanuit de Randstad hier in deze provincie willen gaan wonen en mensen die hier opgroeien en blijven wonen.

Antwoord van de heer Van der Meer:

Ja, ik kreeg ook een als-danvraag. Als collega Markink straks met een voorstel komt voor een sportevenement om hier naartoe te trekken wat totaal onduurzaam is, bijvoorbeeld de Formule 1-race. Stel dat de heer Markink dat naar Gelderland kan trekken, dan ga ik er wel voor liggen, maar mijn stijl is wel dat ik wel kom met een alternatief. En het alternatief voor de Formule 1 is de Formule E en dat is een racewedstrijd met elektrische auto’s. Ik heb gisteren toevallig de initiatiefnemer gesproken, die in Eindhoven dit wil laten landen. Ik zeg: nou, als het niet lukt in Eindhoven, dan weet ik wel een plek waar we dat wel kunnen laten plaatsvinden. Dus dat zal mijn inzet zijn op dit punt. Verder gezegd, ja, die REKSen zijn belangrijk. We moeten die doelstellingen halen. Stel nou dat we die doelstelling niet halen, wat gebeurt er dan? Nou, wij gaan motiveren, aanjagen, noem het maar op. En als laatste redmiddel moeten we wel kijken of we toch via inpassingsplannen dingen mogelijk maken want we moeten wel die doelstellingen gaan halen. Maar als laatste redmiddel. Dan het omgekeerd aangeven wat je dieet is. Het is inderdaad ... eigenlijk zou het gewoon de norm moeten zijn, vegetarisch eten, en als je dan vlees wilt, dat je dat dan aangeeft. In Amsterdam doen ze dat al. Dus ik ga dat wel voorstellen, maar ik zie nu al aan de lichaamshouding dat het een kansloze actie zal worden. Dank u wel.

Antwoord van de heer Markink:

Voorzitter, dank u wel. De vraag van de heer Van der Veer trek ik iets breder en dat gaat over de begrotingsinrichting en u neemt dat een voorbeeld van dat nu onder één kop zowel breedband als de biodiversiteit verantwoord is. Ja, die discussie hebben we ook al hierover gehad. Wat we gaan doen, voorzitter, is dat we voor uw Staten – want daar gaat het uiteindelijk om, we leggen verantwoording af door middel van een begroting en door middel van een jaarrekening en een perspectiefnota – dat we het inzichtelijk maken voor u. We komen daar met een voorstel van. We zullen ook de begroting ook op basis van het coalitieakkoord zoals die er nu ligt, zullen we met een voorstel naar de Staten toekomen. Dat moet de basis zijn voor uw werk als controlerend orgaan, voorzitter.

Antwoord van de heer Drenth:

Mijnheer de voorzitter, ik ben trots om Gelderlander te zijn en het mooie van Gelderland is dat eigenlijk alles hier is wat in de rest van Nederland ook is. En ik vind het een groot en mooi goed dat iedereen daarin zijn eigen keuzes mag maken en mijn politieke lijn daarin is ook wel dat iedereen daar ook zelf dus verantwoording voor af moet leggen. Hetzij nu of later. En daar zit ik wel een beetje op een andere lijn dan de heer Van der Veer en dan kom ik tot de preventieve maatregelen. Ik heb niet de behoefte om heel vergaand voor te schrijven wat iemand wel of niet aan moet of moet dragen. En ik vind wel, en daar biedt het coalitieakkoord alle ruimte voor, om daar met elkaar goed over te spreken. Ik kan het niet nalaten om toch dat statement te maken, voorzitter. Ik denk dat we wat hier staat over jacht, over preventieve maatregelen daarin, dat dat een uitdrukkelijke opzet is om verder te gaan, om breder te denken over hoe we omgaan met onze natuur, met het gebied waar wij mensen wonen en werken en de interactie daartussen en de schades die kunnen ontstaan als gevolg van maatschappelijke keuzes die we maken. Dus ja, er zit een duidelijke opmaat in om verder na te denken over preventieve maatregelen en hoe we dat met elkaar gaan doen. En ik denk dat dat een goede route is en daar zullen we vast in deze zaal nog uitgebreid over spreken, als ik een beetje kijk hoe dat onderwerp leeft.