Schrif­te­lijke vragen over weide­vogels in de Hoenwaard


Indiendatum: 20 okt. 2020

Volgens een artikel in de media kunnen de nieuwe plannen voor de Hoenwaard bij Hattem desastreuze gevolgen hebben voor de weidevogels in het gebied.

En dat terwijl volgens het Compendium voor de Leefomgeving het onverminderd slechter gaat met de (beschermde) weidevogels in Nederland.

Volgens de plannen wordt gekeken of de kade verlegd kan worden. Dat zou betekenen dat hij in het weidevogelgebied komt te liggen.

Verder wil de provincie naast een weidevogelgebied in het zuidwesten van de Hoenwaard ooibossen laten groeien. De weidevogelbeheerder denkt dat daardoor de kans op predatie zal toenemen, en dat de investeringen van de provincie gedurende de afgelopen jaren om gebied geschikt te maken voor weidevogels verloren zullen gaan.

Ook zouden er volgens de plannen meer mogelijkheden voor recreatie en toerisme in het gebied komen. Ongetwijfeld zal de grotere drukte niet gunstig zijn voor de weidevogels.

Het plan om weer meer natuurlijke ooibossen in Nederland te laten groeien is al beschreven in plan Ooievaar uit 1987. Hardhoutooibos is zeldzaam geworden in Europa, en de kwaliteit en oppervlakte in Nederland is “zeer ongunstig”.

Op de website van het collectief Veluwe is in de beheerevaluatie 2018 op blz. 35 over de Hoenwaard onder andere te lezen dat de territoria van de soortgroep weidevogels vanaf 2016 weer in de lift lijken te zitten, en dat om een succesvol weidevogelgebied te worden de aantallen territoria nog wel moeten stijgen. We zien tijdens de coronacrisis dat een klein verschil in de “r-factor” het verschil betekent tussen een toename of een afname van het virus. Op dezelfde manier kunnen de details in de plannen voor de Hoenwaard het verschil betekenen tussen het verdwijnen of floreren van de weidevogels in het gebied.
Eerder stelden we vragen over weidevogelgebied Dasselaar.

  1. Kunt u weerleggen dat de plannen negatieve gevolgen voor de weidevogels zullen hebben ?

  2. Vindt u ook dat de weidevogels alle steun nodig hebben om hun situatie niet verder te laten verslechteren, maar juist te verbeteren ?

  3. Wat zeggen landelijke en Europese regels over de bescherming van de weidevogels, en wanneer spelen die een rol in het planproces ?

  4. Zijn Sovon en de Vogelbescherming actief betrokken bij de plannen voor Hoenwaard ?

  5. Volgens de besluitenlijst heeft u op 10 september besloten de samenwerkingsovereenkomst Hoenwaard 2030 aan te gaan. Bent u bereid het tekenen van de overeenkomst uit te stellen tot de toekomst van de weidevogels veilig is gesteld ?

  6. Wat kunnen Provinciale Staten nog doen om de plannen waar nodig aan te (laten) passen ?

  7. U wilt vanwege toenemende drukte en overlast in de natuur rustgebieden aanwijzen en een zonering vaststellen. Wat gebeurt er met gebieden die belangrijk zijn voor de weidevogels ?

  8. Volgens een recente publicatie vindt geen sturing plaats op het meetdoel "Landelijke trends in aantallen van broedende akker- en weidevogels ten behoeve van de evaluatie van het weidevogelbeleid". Dat betekent dat de gegevensbehoefte voor dit meetdoelen niet duidelijk is voorgeschreven of komt van gebruikers buiten het Netwerk Ecologische Monitoring (waarin de provincies na de decentralisatie een grotere verantwoordelijkheid hebben gekregen).

    Wat vindt u ervan dat er geen sturing plaatsvindt?

  9. Bij K3 en K4 wordt gekeken of de kade verlegd kan worden, omdat dat de afvoer bij hoogwater zou verbeteren. Waar zijn de kaarten en berekeningen te vinden over de situatie bij hoogwater?


Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren

Indiendatum: 20 okt. 2020
Antwoorddatum: 24 nov. 2020

Ingevolge het bepaalde in artikel 39 van het Reglement van Orde Provinciale Staten van Gelderland 2017 doen wij u hieronder het antwoord van ons college op de vragen van Van der Veer toekomen.

Inleiding van de vragensteller: Volgens een artikel in de media kunnen de nieuwe plannen voor de Hoenwaard bij Hattem desastreuze gevolgen hebben voor de weidevogels in het gebied.

En dat terwijl volgens het Compendium voor de Leefomgeving het onverminderd slechter gaat met de (beschermde) weidevogels in Nederland.

Volgens de plannen wordt gekeken of de kade verlegd kan worden. Dat zou betekenen dat hij in het weidevogelgebied komt te liggen.

Verder wil de provincie naast een weidevogelgebied in het zuidwesten van de Hoenwaard ooibossen laten groeien. De weidevogelbeheerder denkt dat daardoor de kans op predatie zal toenemen, en dat de investeringen van de provincie gedurende de afgelopen jaren om gebied geschikt te maken voor weidevogels verloren zullen gaan.

Ook zouden er volgens de plannen meer mogelijkheden voor recreatie en toerisme in het gebied komen. Ongetwijfeld zal de grotere drukte niet gunstig zijn voor de weidevogels.

Het plan om weer meer natuurlijke ooibossen in Nederland te laten groeien is al beschreven in plan Ooievaar uit 1987. Hardhoutooibos is zeldzaam geworden in Europa, en de kwaliteit en oppervlakte in Nederland is “zeer ongunstig”.

Op de website van het collectief Veluwe is in de beheerevaluatie 2018 op blz. 35 over de Hoenwaard onder andere te lezen dat de territoria van de soortgroep weidevogels vanaf 2016 weer in de lift lijken te zitten, en dat om een succesvol weidevogelgebied te worden de aantallen territoria nog wel moeten stijgen. We zien tijdens de coronacrisis dat een klein verschil in de “rfactor” het verschil betekent tussen een toename of een afname van het virus. Op dezelfde manier kunnen de details in de plannen voor de Hoenwaard het verschil betekenen tussen het verdwijnen of floreren van de weidevogels in het gebied.

Eerder stelden we vragen over weidevogelgebied Dasselaar.

Vraag 1:
Kunt u weerleggen dat de plannen negatieve gevolgen voor de weidevogels zullen hebben?

Antwoord:
In het gebiedsproces van Hoenwaard 2030 vindt een afweging van verschillende belangen plaats. Naast het natuurbelang gaat het om waterveiligheid, landbouw en recreatie. Op 22 oktober zijn in een bestuurlijk overleg verschillende scenario’s besproken waarbinnen een keuze gemaakt kan worden voor een toekomstige inrichting van het gebied. De belangen van de weidevogels worden daarin meegenomen. Een definitieve keuze is nog niet gemaakt.

Vraag 2:
Vindt u ook dat de weidevogels alle steun nodig hebben om hun situatie niet verder te laten verslechteren, maar juist te verbeteren?

Antwoord:
De Hoenwaard maakt deel uit van het Natura 2000 beheerplan Rijntakken. In dit deelplan zijn verplichtingen voor ons als provincie genoemd, zoals de realisatie van ooibos. Binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken zijn weidevogels niet als broedvogel in de plannen meegenomen. Wij constateren dat verschillende natuurbelangen soms strijdig met elkaar kunnen zijn, bijvoorbeeld omdat predatoren vanuit ooibos weidevogels kunnen bejagen. Bij de voorbereiding van de plannen voor Hoenwaard 2030 is vanuit ons voortdurend aangegeven dat bij de definitieve inrichting van de Hoenwaard nadere afstemming plaats moet vinden tussen de belangen van de weidevogels en de overige (natuur)opgaven.

Vraag 3:
Wat zeggen landelijke en Europese regels over de bescherming van de weidevogels, en wanneer spelen die een rol in het planproces?

Antwoord:
De Europese Vogelrichtlijn is gericht op de instandhouding van onze inheemse vogelsoorten. Er is een lijst van soorten waarvoor de lidstaten gebieden moeten aanwijzen die ze vervolgens moeten beschermen. Dat zijn de Vogelrichtlijngebieden die bij ons deel uitmaken van het Natura 2000gebieden netwerk. In Nederland is de Vogelrichtlijn vertaald in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming zegt onder meer dat de provincie dient te zorgen voor een gunstige staat van instandhouding van een aantal soorten, waaronder weidevogels.

Vraag 4:
Zijn Sovon en de Vogelbescherming actief betrokken bij de plannen voor Hoenwaard?

Antwoord:
Deze organisaties maken geen deel uit van de projectorganisatie. De betrokken agrariër c.q. weidevogelbeheerder en Geldersch Landschap en Kasteelen hebben de belangen van de weidevogels ingebracht.

Vraag 5:
Volgens de besluitenlijst heeft u op 10 september besloten de samenwerkingsovereenkomst Hoenwaard 2030 aan te gaan. Bent u bereid het tekenen van de overeenkomst uit te stellen tot de toekomst van de weidevogels veilig is gesteld?

Antwoord:
Het besluit tot het aangaan van die overeenkomst is op 10 september 2019 genomen en ook ondertekend.

Vraag 6:
Wat kunnen Provinciale Staten nog doen om de plannen waar nodig aan te (laten) passen?

Antwoord:
Het definitieve inrichtingsplan voor de Hoenwaard moet nog worden opgesteld. Daarna zullen vergunningen aangevraagd moeten worden. De formele besluitvorming hiervoor ligt bij onder meer Rijkswaterstaat en de dagelijks besturen van de gemeente Hattem, de gemeente Heerde, Waterschap Vallei en Veluwe en bij ons college.

Vraag 7:
U wilt vanwege toenemende drukte en overlast in de natuur rustgebieden aanwijzen en een zonering vaststellen. Wat gebeurt er met gebieden die belangrijk zijn voor de weidevogels?

Antwoord:
Het voornemen tot het vaststellen van een zonering voor recreatie heeft betrekking op het Natura2000 gebied Veluwe. De Hoenwaard maakt echter deel uit van het Natura2000 gebied Rijntakken. Voor de Rijntakken houden wij de ontwikkelingen omtrent recreatie en effect op de natuur nauwlettend in de gaten.

Vraag 8:
Volgens een recente publicatie vindt geen sturing plaats op het meetdoel “Landelijke trends in aantallen van broedende akker- en weidevogels ten behoeve van de evaluatie van het weidevogelbeleid”. Dat betekent dat de gegevensbehoefte voor dit meetdoelen niet duidelijk is voorgeschreven of komt van gebruikers buiten het Netwerk Ecologische Monitoring (waarin de provincies na de decentralisatie een grotere verantwoordelijkheid hebben gekregen).

Wat vindt u ervan dat er geen sturing plaatsvindt?

Antwoord:
De sturing op meetresultaten is in Gelderland vooral gericht op informatie over de beleidsdoelen. Voor boerenlandvogels zit de sturing in de eerste plaats verankerd in de landelijke trends van soorten met en zonder beheermaatregelen in het kader van Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (doel 19). Het in de vraag genoemde doel (nummer 20 in de betreffende rapportage) lift hierin mee. Daardoor kunnen de landelijke trends goed worden bepaald.

In de landelijke Boerenlandvogelbalans (zie: https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/boerenlandvogelbalans_2020.pdf) is aandacht besteed aan de landelijke trends. In Gelderland onderhouden wij een Meetnet boerenlandvogels dat deel uitmaakt van het Netwerk Ecologische Monitoring en op grond waarvan eens in de drie jaar een rapportage wordt gemaakt met de trends van boerenlandvogels in Gelderland.

Vraag 9:
Bij K3 en K4 wordt gekeken of de kade verlegd kan worden, omdat dat de afvoer bij hoogwater zou verbeteren. Waar zijn de kaarten en berekeningen te vinden over de situatie bij hoogwater?

Antwoord:
K3 en K4 betreffen voorstellen voor het verleggen van de oostkade van de Wetering door de Hoenwaard. Deze voorstellen maken deel uit van de scenario’s die het bestuurlijk overleg op 22 oktober heeft besproken. Voor alle mogelijke maatregelen zijn de rivierkundige consequenties in een concept rapportage doorgerekend. Het definitieve rapport zullen wij op het Stateninformatiesysteem plaatsen.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
John Berends - Commissaris van de Koning
Pieter Hilhorst - secretaris