Schrif­te­lijke vervolg­vragen over slib­dumping


Indiendatum: sep. 2018

Inleiding

Deze vragen zijn ingediend samen met de fracties van GroenLinks en SP als vervolg op eerdere vragen (met nummer PS2018-432) over hetzelfde onderwerp. Deze eerdere vragen en de beantwoording zijn op de provinciale website in te zien.

Vragen

1. GS geeft in de beantwoording van PS2018-432 aan wat vooral niet de rol van de provincie is geweest. Kan GS aangeven waar de provinciewel een rol heeft en welke dat precies is in dit dossier, zowel bij de zandwinning als de verontdieping?

2. Kan GS garanderen dat er geen uitspoeling plaatsvindt na de slibdumping? Zo ja, waarop baseert GS dit? Zo nee, welke risico’s neemt dit met zich mee o.a. voor de grondwaterkwaliteit?

3. Kan GS ook aangeven wat de effecten kunnen zijn van verdroging op de kleilaag die het vervuilde slib scheidt van het grondwater?

4. Is er een risicoanalyse gemaakt over de gevolgen van het gebruik van vervuild slib op de natuur en biodiversiteit? Zo ja, kunt u die gegevens met ons delen? ZO nee, waarom niet?

5. In het besluit bodemkwaliteit is opgenomen dat er geen gebiedsoneigenlijke stoffen mogen worden toegevoegd. Is het college het met ons eens dat dit vervuilde slib gebiedsoneigenlijk is? Zo ja, mag het slib dan wel worden gebruikt? Zo nee, waarom niet?

6. Wie is er eindverantwoordelijk voor het toezicht op het besluit bodemkwaliteit?

7. Op dit moment wordt er door de staatssecretaris onderzoek gedaan naar slibdumpingen. Is het college het met ons eens dat het wenselijk is om de resultaten van dit onderzoek af te wachten voordat deze dumping van vervuild slib plaatsvindt? Zo ja, wat kan het college doen om de slibdumping uit te stellen?

8. In het kader van het programma sterk bestuur: is er voldoende kennis en doorzettingsmacht bij gemeenten om situaties als de dumping van vervuild slib te doorgronden en hierop toezicht te houden? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, wat gaat het college doen om gemeenten hierbij meer ondersteuning te bieden?

9. De gemeente West Maas en Waal wil met een verbod op gebiedsvreemde grond (uit 2011) voorkomen dat in de Volkerplas slib wordt gedumpt. De verantwoordelijk wethouder geeft aan: “Staatsbosbeheer is, samen met Rijkswaterstaat en de provincie, van plan om baggerspecie of mogelijk vervuilde grond in de Vonkerplas bij Dreumel te storten.” En bovendien: “Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer hebben eerst nog geprobeerd met de provincie Gelderland het West Maas en Waalse besluit te omzeilen via provinciale regels.” (. Klopt deze informatie en zo ja, waarom is dit gedaan? Zo nee, wat is dan wel de rol van de provincie geweest; waarin is de stelling van de wethouder onjuist?

10. Wat kan de provincie nog doen om de slibdumping tegen te houden of eventueel ervoor te zorgen dat het slib eerst gezuiverd wordt voordat het gedumpt wordt? En is het college ook bereid om zich hiervoor in te zetten? Kunt u het antwoord a.u.b. toelichten.

Indiendatum: sep. 2018
Antwoorddatum: 16 okt. 2018

Vraag1: GS geeft in de beantwoording van PS2018432 aan wat vooral nietde rol van de provincie is geweest. Kan GS aangeven waar de provinciewel een rol heeft en welke dat precies is in dit dossier, zowel bijde zandwinning als de verondieping?

Antwoord:

-Zandwinning Over de Maas: De provincie is bevoegd gezag voor deontgronding . In de ontgrondingsvergunning van 2009 zijn devoorwaarden voor de winning van de delfstoffen vastgelegd en op welkemanier de ontgraving na afloop afgewerkt moet worden. Als dat conformde vergunning is opgeleverd eindigt de vergunning. De vergunningregelt b.v. de maximale hoeveelheid winning, de maximale einddieptevan de ontstane plas en de taludhellingen. Voor de afwerking isnatuur als inrichting voorgeschreven. De uitvoeringstermijn van devergunning verliep dit jaar en de initiatiefnemer heeft verzocht dezete verlengen omdat o.a. door de economische crisis er minder vraagwas naar zand en de ontzanding daardoor later gereed is. Voor deverlenging moet de gemeente toetsen of daar ruimtelijke bezwarentegen zijn. Er zijn privaatrechtelijke afspraken gemaakt tussen degemeente en de initiatiefnemer over de verlenging. De inhoud is onsniet bekend. De gemeente heeft vervolgens aangegeven geen ruimtelijkebezwaren te hebben tegen de verlenging van de ontgrondingsvergunning.

-Verondieping: Tijdens de uitvoering zijn plannen ontwikkeld om reedsontgraven delen te verondiepen met grond die voldoet aan het BesluitBodemkwaliteit (BBK). Dat was ons bekend maar zijn hierbij verderniet actief betrokken. Bevoegd gezag voor het BBK is in dit gevalRijkswaterstaat. Deze plannen zijn door de initiatiefnemer metRijkswaterstaat opgepakt.

Vraag 2. Kan GS garanderen dat er geen uitspoeling plaatsvindt nade slibdumping? Zo ja, waarop baseert GS dit? Zo nee, welke risico’sneemt dit met zich mee o.a. voor de grondwaterkwaliteit?

Antwoord: Wij gaan niet over het BBK dus garanties kunnen wij nietgeven. De Wet Milieubeheer geeft ons de mogelijkheid beperkingen testellen aan het toepassen van grond of baggerspecie ter beschermingvan drinkwaterbronnen. I.v.m. de kwetsbaarheid van dedrinkwatervoorziening hebben we voor grondgebruik ingrondwaterbeschermingsgebieden in de Omgevingsverordening regelsgesteld.

Vraag 3. Kan GS ook aangeven wat de effecten kunnen zijn vanverdroging op de kleilaag die het vervuilde slib scheidt van hetgrondwater?

Antwoord: Verondiepen gebeurt om het water ondieper en daarmeegeschikter te maken voor natuurontwikkeling. De kleilaag ligt onderwater en verdroging daarvan is niet aan de orde.

Vraag 4. Is er een risicoanalyse gemaakt over de gevolgen van hetgebruik van vervuild slib op de natuur en biodiversiteit? Zo ja, kuntu die gegevens met ons delen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Zie antwoord 1 en 2. Dit is ons niet bekend.

Vraag 5. In het besluit bodemkwaliteit is opgenomen dat er geengebiedsoneigenlijke stoffen mogen worden toegevoegd. Is het collegehet met ons eens dat dit vervuilde slib gebiedsoneigenlijk is? Zo ja,mag het slib dan wel worden gebruikt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Het bevoegd gezag voor het BBK (gemeente ofwaterbeheerder) kan regels stellen voor het gebruik van gebiedseigengrond en ziet daar zelf op toe. Wij hebben daarin geen rol.

Vraag 6. Wie is er eindverantwoordelijk voor het toezicht op hetbesluit bodemkwaliteit?

Antwoord: Voor oppervlaktewater is dat de waterbeheerder, voorlandbodems is dat de gemeente. Bij “Over de Maas” isRijkswaterstaat het bevoegd gezag.

Vraag 7. Op dit moment wordt er door de staatssecretaris onderzoekgedaan naar slibdumpingen. Is het college het met ons eens dat hetwenselijk is om de resultaten van dit onderzoek af te wachten voordatdeze dumping van vervuild slib plaatsvindt? Zo ja, wat kan hetcollege doen om de slibdumping uit te stellen?

Antwoord: Zie antwoord 1,2 en 6. Wij hebben daartoe geeninstrumenten. Dat is aan het bevoegde gezag en de staatssecretaris.

Vraag 8. In het kader van het programma sterk bestuur: is ervoldoende kennis en doorzettingsmacht bij gemeenten om situaties alsde dumping van vervuild slib te doorgronden en hierop toezicht tehouden? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, wat gaat het collegedoen om gemeenten hierbij meer ondersteuning te bieden?

Antwoord: Wij hebben geen signalen dat de bevoegde gezagen deregelgeving onvoldoende kennen. We wachten de evaluatie van het BBKdoor de staatssecretaris af.

Vraag 9. De gemeente West Maas en Waal wil met een verbod opgebiedsvreemde grond (uit 2011) voorkomen dat in de Vonkerplas slibwordt gedumpt. De verantwoordelijk wethouder geeft aan:“Staatsbosbeheer is, samen met Rijkswaterstaat en de provincie, vanplan om baggerspecie of mogelijk vervuilde grond in de Vonkerplas bijDreumel te storten.” (Bron:De Gelderlander). En bovendien: “Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer hebben eerstnog geprobeerd met de provincie Gelderland het West Maas en Waalsebesluit te omzeilen via provinciale regels.” (dezelfde bron). Kloptdeze informatie en zo ja, waarom is dit gedaan? Zo nee, wat is danwel de rol van de provincie geweest; waarin is de stelling van dewethouder onjuist?

Antwoord: Het is ons niet bekend dat Rijkswaterstaat enStaatsbosbeheer geprobeerd hebben via provinciale regels het WestMaas en Waalse besluit te omzeilen. Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaaten de provincie Gelderland werken samen aan het uiterwaardenprojectWamel, Dreumel en Heerewaarden. Het betreft eennatuurontwikkelingsproject gericht op het verbeteren van dewaterkwaliteit (Kaderrichtlijn water en realisatie van het GeldersNatuur Netwerk). In het projectgebied ligt de Vonkerplas waarStaatsbosbeheer eigenaar van is. Onderdeel van het project is hetbeperkt aanvullen van de oevers van de Vonkerplas met gebiedseigenmateriaal (vergelijkbare kwaliteit, korte transportafstanden, korteperiode van uitvoering). Op verzoek van Staatsbosbeheer zijn demogelijkheden voor het grootschaliger opvullen onderzocht. Dezevariant geeft echter veel maatschappelijke en bestuurlijke weerstand.In de bestuurlijke begeleidingsgroep van 24 september 2018 isbesloten om het grootschalig opvullen geen onderdeel meer te latenzijn van de scope van dit uiterwaardenproject.

Vraag 10. Wat kan de provincie nog doen om de slibdumping tegen tehouden of eventueel ervoor te zorgen dat het slib eerst gezuiverdwordt voordat het gedumpt wordt? En is het college ook bereid om zichhiervoor in te zetten? Kunt u het antwoord a.u.b. toelichten.

Antwoord: Wij hebben daartoe geen instrumenten. Zie verderantwoord 1,2 en 6.


De documenten met vragen en antwoorden zijn ook gepubliceerd op de site van de Provincie Gelderland