Schrif­te­lijke vervolg­vragen over slib­dumping


Inleiding

Deze vragen zijn ingediend samen met de fracties van GroenLinks en SP als vervolg op eerdere vragen (met nummer PS2018-432) over hetzelfde onderwerp. Deze eerdere vragen en de beantwoording zijn op de provinciale website in te zien.

Vragen

1. GS geeft in de beantwoording van PS2018-432 aan wat vooral niet de rol van de provincie is geweest. Kan GS aangeven waar de provincie wel een rol heeft en welke dat precies is in dit dossier, zowel bij de zandwinning als de verontdieping?

2. Kan GS garanderen dat er geen uitspoeling plaatsvindt na de slibdumping? Zo ja, waarop baseert GS dit? Zo nee, welke risico’s neemt dit met zich mee o.a. voor de grondwaterkwaliteit?

3. Kan GS ook aangeven wat de effecten kunnen zijn van verdroging op de kleilaag die het vervuilde slib scheidt van het grondwater?

4. Is er een risicoanalyse gemaakt over de gevolgen van het gebruik van vervuild slib op de natuur en biodiversiteit? Zo ja, kunt u die gegevens met ons delen? ZO nee, waarom niet?

5. In het besluit bodemkwaliteit is opgenomen dat er geen gebiedsoneigenlijke stoffen mogen worden toegevoegd. Is het college het met ons eens dat dit vervuilde slib gebiedsoneigenlijk is? Zo ja, mag het slib dan wel worden gebruikt? Zo nee, waarom niet?

6. Wie is er eindverantwoordelijk voor het toezicht op het besluit bodemkwaliteit?

7. Op dit moment wordt er door de staatssecretaris onderzoek gedaan naar slibdumpingen. Is het college het met ons eens dat het wenselijk is om de resultaten van dit onderzoek af te wachten voordat deze dumping van vervuild slib plaatsvindt? Zo ja, wat kan het college doen om de slibdumping uit te stellen?

8. In het kader van het programma sterk bestuur: is er voldoende kennis en doorzettingsmacht bij gemeenten om situaties als de dumping van vervuild slib te doorgronden en hierop toezicht te houden? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, wat gaat het college doen om gemeenten hierbij meer ondersteuning te bieden?

9. De gemeente West Maas en Waal wil met een verbod op gebiedsvreemde grond (uit 2011) voorkomen dat in de Volkerplas slib wordt gedumpt. De verantwoordelijk wethouder geeft aan: “Staatsbosbeheer is, samen met Rijkswaterstaat en de provincie, van plan om baggerspecie of mogelijk vervuilde grond in de Vonkerplas bij Dreumel te storten.” En bovendien: “Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer hebben eerst nog geprobeerd met de provincie Gelderland het West Maas en Waalse besluit te omzeilen via provinciale regels.” (. Klopt deze informatie en zo ja, waarom is dit gedaan? Zo nee, wat is dan wel de rol van de provincie geweest; waarin is de stelling van de wethouder onjuist?

10. Wat kan de provincie nog doen om de slibdumping tegen te houden of eventueel ervoor te zorgen dat het slib eerst gezuiverd wordt voordat het gedumpt wordt? En is het college ook bereid om zich hiervoor in te zetten? Kunt u het antwoord a.u.b. toelichten.

Antwoorddatum: 16 okt. 2018

Vraag 1: GS geeft in de beantwoording van PS2018432 aan wat vooral niet de rol van de provincie is geweest. Kan GS aangeven waar de provincie wel een rol heeft en welke dat precies is in dit dossier, zowel bij de zandwinning als de verondieping?

Antwoord:

-Zandwinning Over de Maas: De provincie is bevoegd gezag voor de ontgronding . In de ontgrondingsvergunning van 2009 zijn de voorwaarden voor de winning van de delfstoffen vastgelegd en op welke manier de ontgraving na afloop afgewerkt moet worden. Als dat conform de vergunning is opgeleverd eindigt de vergunning. De vergunning regelt b.v. de maximale hoeveelheid winning, de maximale einddiepte van de ontstane plas en de taludhellingen. Voor de afwerking is natuur als inrichting voorgeschreven. De uitvoeringstermijn van de vergunning verliep dit jaar en de initiatiefnemer heeft verzocht deze te verlengen omdat o.a. door de economische crisis er minder vraag was naar zand en de ontzanding daardoor later gereed is. Voor de verlenging moet de gemeente toetsen of daar ruimtelijke bezwaren tegen zijn. Er zijn privaatrechtelijke afspraken gemaakt tussen de gemeente en de initiatiefnemer over de verlenging. De inhoud is ons niet bekend. De gemeente heeft vervolgens aangegeven geen ruimtelijke bezwaren te hebben tegen de verlenging van de ontgrondingsvergunning.

-Verondieping: Tijdens de uitvoering zijn plannen ontwikkeld om reeds ontgraven delen te verondiepen met grond die voldoet aan het Besluit Bodemkwaliteit (BBK). Dat was ons bekend maar zijn hierbij verder niet actief betrokken. Bevoegd gezag voor het BBK is in dit geval Rijkswaterstaat. Deze plannen zijn door de initiatiefnemer met Rijkswaterstaat opgepakt.

Vraag 2. Kan GS garanderen dat er geen uitspoeling plaatsvindt na de slibdumping? Zo ja, waarop baseert GS dit? Zo nee, welke risico’s neemt dit met zich mee o.a. voor de grondwaterkwaliteit?

Antwoord: Wij gaan niet over het BBK dus garanties kunnen wij niet geven. De Wet Milieubeheer geeft ons de mogelijkheid beperkingen te stellen aan het toepassen van grond of baggerspecie ter bescherming van drinkwaterbronnen. I.v.m. de kwetsbaarheid van de drinkwatervoorziening hebben we voor grondgebruik in grondwaterbeschermingsgebieden in de Omgevingsverordening regels gesteld.

Vraag 3. Kan GS ook aangeven wat de effecten kunnen zijn van verdroging op de kleilaag die het vervuilde slib scheidt van het grondwater?

Antwoord: Verondiepen gebeurt om het water ondieper en daarmee geschikter te maken voor natuurontwikkeling. De kleilaag ligt onder water en verdroging daarvan is niet aan de orde.

Vraag 4. Is er een risicoanalyse gemaakt over de gevolgen van het gebruik van vervuild slib op de natuur en biodiversiteit? Zo ja, kunt u die gegevens met ons delen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Zie antwoord 1 en 2. Dit is ons niet bekend.

Vraag 5. In het besluit bodemkwaliteit is opgenomen dat er geen gebiedsoneigenlijke stoffen mogen worden toegevoegd. Is het college het met ons eens dat dit vervuilde slib gebiedsoneigenlijk is? Zo ja, mag het slib dan wel worden gebruikt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Het bevoegd gezag voor het BBK (gemeente of waterbeheerder) kan regels stellen voor het gebruik van gebiedseigen grond en ziet daar zelf op toe. Wij hebben daarin geen rol.

Vraag 6. Wie is er eindverantwoordelijk voor het toezicht op het besluit bodemkwaliteit?

Antwoord: Voor oppervlaktewater is dat de waterbeheerder, voor landbodems is dat de gemeente. Bij “Over de Maas” is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag.

Vraag 7. Op dit moment wordt er door de staatssecretaris onderzoek gedaan naar slibdumpingen. Is het college het met ons eens dat het wenselijk is om de resultaten van dit onderzoek af te wachten voordat deze dumping van vervuild slib plaatsvindt? Zo ja, wat kan het college doen om de slibdumping uit te stellen?

Antwoord: Zie antwoord 1,2 en 6. Wij hebben daartoe geen instrumenten. Dat is aan het bevoegde gezag en de staatssecretaris.

Vraag 8. In het kader van het programma sterk bestuur: is er voldoende kennis en doorzettingsmacht bij gemeenten om situaties als de dumping van vervuild slib te doorgronden en hierop toezicht te houden? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, wat gaat het college doen om gemeenten hierbij meer ondersteuning te bieden?

Antwoord: Wij hebben geen signalen dat de bevoegde gezagen de regelgeving onvoldoende kennen. We wachten de evaluatie van het BBK door de staatssecretaris af.

Vraag 9. De gemeente West Maas en Waal wil met een verbod op gebiedsvreemde grond (uit 2011) voorkomen dat in de Vonkerplas slib wordt gedumpt. De verantwoordelijk wethouder geeft aan: “Staatsbosbeheer is, samen met Rijkswaterstaat en de provincie, van plan om baggerspecie of mogelijk vervuilde grond in de Vonkerplas bij Dreumel te storten.” (Bron: De Gelderlander). En bovendien: “Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer hebben eerst nog geprobeerd met de provincie Gelderland het West Maas en Waalse besluit te omzeilen via provinciale regels.” (dezelfde bron). Klopt deze informatie en zo ja, waarom is dit gedaan? Zo nee, wat is dan wel de rol van de provincie geweest; waarin is de stelling van de wethouder onjuist?

Antwoord: Het is ons niet bekend dat Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer geprobeerd hebben via provinciale regels het West Maas en Waalse besluit te omzeilen. Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat en de provincie Gelderland werken samen aan het uiterwaardenproject Wamel, Dreumel en Heerewaarden. Het betreft een natuurontwikkelingsproject gericht op het verbeteren van de waterkwaliteit (Kaderrichtlijn water en realisatie van het Gelders Natuur Netwerk). In het projectgebied ligt de Vonkerplas waar Staatsbosbeheer eigenaar van is. Onderdeel van het project is het beperkt aanvullen van de oevers van de Vonkerplas met gebiedseigen materiaal (vergelijkbare kwaliteit, korte transportafstanden, korte periode van uitvoering). Op verzoek van Staatsbosbeheer zijn de mogelijkheden voor het grootschaliger opvullen onderzocht. Deze variant geeft echter veel maatschappelijke en bestuurlijke weerstand. In de bestuurlijke begeleidingsgroep van 24 september 2018 is besloten om het grootschalig opvullen geen onderdeel meer te laten zijn van de scope van dit uiterwaardenproject.

Vraag 10. Wat kan de provincie nog doen om de slibdumping tegen te houden of eventueel ervoor te zorgen dat het slib eerst gezuiverd wordt voordat het gedumpt wordt? En is het college ook bereid om zich hiervoor in te zetten? Kunt u het antwoord a.u.b. toelichten.

Antwoord: Wij hebben daartoe geen instrumenten. Zie verder antwoord 1,2 en 6.


De documenten met vragen en antwoorden zijn ook gepubliceerd op de site van de Provincie Gelderland

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer