Vragen over actu­a­li­sering vergun­nin­gen­be­stand van veehou­de­rijen


Indiendatum: feb. 2012

> deze vragen in pdf

Door de “Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland” kunnen veehouderijbedrijven, ondanks de hoge stikstofdeposities op natuurgebieden, weer vergunningen voor uitbreidingen krijgen. Het Alterrarapport 2226 is gebruikt als onderbouwing voor de Verordening.

  1. In het rapport werden verschillen geconstateerd tussen de actuele en de vergunde situatie. In het antwoord op onze schriftelijke vragen daarover heeft u aangegeven dat u de gemeenten heeft verzocht het vergunningenbestand te actualiseren. Hoever is de actualisatie inmiddels gevorderd, en wat zijn de resultaten ?
    .
  2. Is het zo dat voor bijvoorbeeld de gemeente Ede de in totaal vergunde hoeveelheden NH3-, fijnstof- en geuremissie 40 tot 60 % hoger zijn dan voor het Alterra-rapport werd aangenomen ? En dat de vergunde NH3 emissie in Ede 700 ton hoger is dan werd aangenomen ?
    .
  3. Wat was de oorzaak van de verschillen ?
    .
  4. Wat betekent dit voor de getallen in de tabellen, en voor de figuren en conclusies in de rapporten van Aequator en Alterra, die als onderbouwing voor de Verordening zijn gebruikt ? (Met name voor de situatie in en rond gemeente Ede.)
    .
  5. In het Alterra-rapport staat :
    “We constateren grote verschillen tussen de actuele en vergunde emissie. Feitelijk betekent dit dat door het opvullen van de vergunde rechten de emissie en daarmee ook de depositie kan toenemen, zonder dat bevoegd gezag daar invloed op heeft. Door het actief intrekken van ‘lege’ vergunningen kunnen gemeenten het risico op depositietoename sterk beperken.”
    en
    “Uit de vergelijking tussen GIAB en de milieuvergunningen volgt dat er ruim 20% meer emissie vergund is dan dat er momenteel op basis van de actuele dieraantallen emitteert. Als we het vergunningenbestand opschonen, waarbij vergunningen die al ruim drie jaar niet meer gebruikt zijn ingetrokken worden kan dit verschil teruggebracht worden naar 6%.”

    Hoe staat het met het actief intrekken van de ‘lege’ vergunningen, en hoever is het verschil inmiddels teruggebracht ?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren.

Indiendatum: feb. 2012
Antwoorddatum: 15 mrt. 2012

> deze antwoorden in .pdf

Antwoorden:

  1. Op [onderstaand] kaartje wordt de stand van zaken ten aanzien van de actualisatie van het Bestand Veehouderij Bedrijven (BVB) weergegeven.


  2. Het Alterra-onderzoek gaat niet over fijnstof- en geuremissie, maar wel over ammoniak (NH3)-emissie. Het is heel goed mogelijk dat de emissie volgens het geactualiseerde vergunningenbestand van de gemeente Ede hoger is dan in het Alterra rapport wordt vermeld.
    .
  3. De provincie Gelderland is op 1 januari 2009 gestart met het Bestand Veehouderij Bedrijven. Gemeenten werken op vrijwillige basis mee aan het actueel houden van dit bestand. Van sommige gemeentes is bekend dat de gegevens nog niet of slechts voor een deel waren opgenomen in het bestand. Gemeente Ede is hiervan een voorbeeld. Dit was ook te zien in tabel 5 van het Alterra-rapport. De actuele emissie, dit is de emissie die berekend is aan de hand van de meitellinggegevens, was hoger dan de vergunde emissie. De oorzaak was dus het bestand van de gemeente Ede nog niet volledig was.
    .
  4. Het feit dat de vergunde emissie groter is dan de in het Alterra-rapport vermelde vergunninggegevens heeft geen enkel gevolg voor de conclusies van het Alterra en Aequator rapport. Wij hebben namelijk voor de berekeningen bij de collectieve saldering geen gebruik gemaakt van de vergunninggegevens, maar van de aanwezige dieraantallen. De BVB-vergunninggegevens zijn in het Alterra-onderzoek wel gebruikt om een indruk te krijgen van de omvang van de niet gebruikte emissieruimte. Daarnaast zijn deze gegevens gebruikt om een indruk te krijgen van het aantal vergunningen dat op een gestopt bedrijf betrekking heeft.
    .
  5. Wij doen geen voortschrijdend onderzoek naar de ontwikkeling van vergunde emissie–actuele emissie. Het intrekken van lege vergunningen is voor ons vooral van belang voor het vullen van het salderingssysteem. Gemeenten die hier geen actieve rol in spelen krijgen te maken met bedrijven die niet kunnen uitbreiden omdat er geen ruimte in het salderingssysteem beschikbaar is. Wij kunnen hier zelf geen actieve rol in spelen omdat wij geen bevoegd gezag zijn.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koningin
drs. P.P.L. van Kalmthout - secretaris

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer