Vragen over asbest­ver­wij­dering en zonne­pa­nelen


Indiendatum: mrt. 2012

> deze vragen in .pdf

In statenvoorstel PS2012-168 schrijft u over een regeling voor zonnepanelen en asbestsanering :
In samenwerking met het programma Energietransitie en met inzet van Europees POP-geld nemen wij binnenkort een beslissing over het ontwikkelen van subsidiemogelijkheden voor een combinatie van zonnepanelen en asbestsanering bij agrarische bedrijven.

In antwoord op statenvragen PS2012-126 over “zonnepanelen in plaats van asbest” schrijft u :
Thans wordt gewerkt aan het statenvoorstel prioritair programma energietransitie. In dit statenvoorstel, dat u op korte termijn van ons mag verwachten, verwoorden wij ons standpunt ten aanzien van zonne-energie. Parallel aan het opstellen van het programma wordt ambtelijk ook al gewerkt aan een concrete invulling van een eenmalig stimuleringsproject in 2012, gericht op het vervangen van asbest door zonnepanelen op agrarische staldaken.

De Partij voor de Dierenfractie vraagt zich af waarom er via het programma Energietransitie gewerkt wordt aan een eenmalige regeling die alleen gericht is op agrarische staldaken, en niet op bijvoorbeeld daken van scholen of huishoudens.

Vragen :

  1. Er zijn ook scholen met asbestproblematiek (zie bijvoorbeeld dit artikel en dit artikel uit Trouw). Maakt u ook een regeling die daarop van toepassing is ?
    .
  2. Als zich een grote intensieve veehouderij aandient, zonder voorzieningen voor dierenwelzijn, die bijdraagt aan de import van “foute” soja, die een mestoverschot heeft en geuroverlast in de omgeving veroorzaakt, zal dat bedrijf dan subsidie krijgen, en een school met asbest niet ?
    .
  3. Wat zijn de kosten voor asbestsanering, wat zijn de kosten voor de zonnepanelen (inclusief montage), en wat zijn de vermeden kosten als sanering en montage van zonnepanelen tegelijkertijd worden uitgevoerd ? (Dus : wat is het voordeel van een combinatieregeling ?)
    .
  4. Wanneer u twee aparte regelingen maakt, één voor asbestsanering, en één voor plaatsing van zonnepanelen, kunnen daarvan meer bedrijven of particulieren gebruik maken. Bijvoorbeeld ook bedrijven of organisaties met een asbestdak dat niet optimaal op het zuiden ligt, of met asbest in andere delen van een gebouw, of ook bedrijven met een dak dat optimaal op het zuiden ligt, en dat al stevig genoeg is, maar geen asbest bevat. De regeling zal dan mogelijk effectiever zijn. Wegen de voordelen van een gecombineerde regeling (zie vraag 2) wel op tegen de nadelen van een minder optimale selectie van mogelijke deelnemers ?
    .
  5. Kunt u bij een eenmalig stimuleringsproject, waarbij er niet de mogelijkheid is om de regeling na verloop van tijd bij te stellen om deze zo effectief mogelijk te maken, wel goed inschatten hoe de markt zal reageren op de geboden regeling ?
    .
  6. Kleinverbruikers (huishoudens) betalen meer per kWh dan middenverbruikers, in verband met het degressieve stelsel van de Energiebelasting. Is het dan niet eerlijker een regeling te maken waarbij ook kleinverbruikers gestimuleerd worden zonnepanelen te plaatsen ?
    .
  7. Het POP programma is bedoeld voor het platteland. Is het niet beter zonnepanelen ook binnen de bebouwde kom te stimuleren, omdat daar meer energie verbruikt wordt, en omdat daar de zonnepanelen beter zichtbaar zijn, en er dus een grotere motiverende werking van uit gaat ?
    .
  8. In het scenario voor de onderbouwing van de Verordening Stikstof en Natura 2000 beweert u dat veel veehouderijbedrijven zullen stoppen. Zonnepanelen moeten geruime tijd gebruikt worden om de investering terug te verdienen. Hoe selecteert u de bedrijven die mee kunnen doen aan de regeling, om niet het risico te lopen dat er geïnvesteerd wordt in stallen die gesloopt gaan worden ?
    .
  9. “Staldaken” suggereert dat de eenmalige regeling alleen voor veehouderijbedrijven is bedoeld. Kunnen akkerbouwbedrijven (bijvoorbeeld met een opslagschuur) ook meedoen ? Als u toch bedrijven uitsluit, bent u bereid de regeling dan alleen te openen voor duurzamere bedrijven, bijvoorbeeld akkerbouwbedrijven of grondgebonden biologische bedrijven (waar weidegang gegarandeerd is en blijft) ?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren.

> uitstel van antwoorden, 28 maart 2012

Indiendatum: mrt. 2012
Antwoorddatum: 11 apr. 2012

> deze antwoorden in .pdf

Antwoorden:

  1. Vraag: Er zijn ook scholen met asbestproblematiek. Maakt u ook een regeling die daarop van toepassing is?
    Antwoord: Nee.
    .
  2. Vraag: Als zich een grote intensieve veehouderij aandient, zonder voorzieningen voor dierenwelzijn, die bijdraagt aan de import van "foute" soja, die een mestoverschot heeft en geuroverlast in de omgeving veroorzaakt, zal dat bedrijf dan subsidie krijgen, en een school met asbest niet?
    Antwoord: Wij moeten de subsidieregeling voor het project Zonnepanelen op Agrarische Staldaken (ZAS) nog vaststellen maar zijn thans niet voornemens op genoemde aspecten voorwaarden aan de deelnemers te stellen.
    .
  3. Vraag: Wat zijn de kosten voor asbestsanering, wat zijn de kosten voor de zonnepanelen (inclusief montage), en wat zijn de vermeden kosten als sanering en montage van zonnepanelen tegelijkertijd worden uitgevoerd? (Dus : wat is het voordeel van een combinatieregeling?)
    Antwoord: De kosten van asbestsanering en het plaatsen van zonnepanelen kunnen per aanbieder verschillen. Het exact kunnen bepalen van de financiële voordelen van het combineren van beide investeringen voor de agrarische ondernemer is derhalve niet mogelijk. Wij beogen het plaatsen van zonnepanelen op bestaande stallen te ondersteunen onder de voorwaarde dat er asbest gesaneerd wordt. Het voordeel van een combinatieregeling is dus dat met de opwekking van hernieuwbare energie ook de investering in asbestsanering wordt gestimuleerd.
    .
  4. Vraag: Wanneer u twee aparte regelingen maakt, één voor asbestsanering, en één voor plaatsing van zonnepanelen, kunnen daarvan meer bedrijven of particulieren gebruikmaken. Bijvoorbeeld ook bedrijven of organisaties met een asbestdak dat niet optimaal op het zuiden ligt, of met asbest in andere delen van een gebouw, of ook bedrijven met een dak dat optimaal op het zuiden ligt, en dat al stevig genoeg is, maar geen asbest bevat. De regeling zal dan mogelijk effectiever zijn. Wegen de voordelen van een gecombineerde regeling (zie vraag 2) wel op tegen de nadelen van een minder optimale selectie van mogelijke deelnemers?
    Antwoord: Wij zijn niet voornemens om twee aparte regelingen te maken. Aan de ondersteuning van de zonnepanelen stellen wij de voorwaarde dat er asbest gesaneerd dient te worden. In het nog vast te stellen subsidiekader zal moeten worden bepaald welke flexibiliteit wij daarbij willen bieden. Het is dan bijvoorbeeld denkbaar om toe te staan dat het asbest op stal 1 wordt gesaneerd en dat op een andere stal op hetzelfde bedrijf waarop geen asbest ligt maar een betere oriëntatie op de zon heeft, de zonnepanelen worden gelegd.
    .
  5. Vraag: Kunt u bij een eenmalig stimuleringsproject, waarbij er niet de mogelijkheid is om de regeling na verloop van tijd bij te stellen om deze zo effectief mogelijk te maken, wel goed inschatten hoe de markt zal reageren op de geboden regeling?
    Antwoord: Bij het invullen van de subsidieregeling zal zo goed mogelijk gebruik worden gemaakt van ervaringen elders. Het is inderdaad de uitdaging om de regeling zo inhoud te geven dat enerzijds voldoende ondernemers besluiten om deel te nemen én anderzijds met het beschikbare budget zoveel mogelijk bedrijven deel te laten nemen.
    .
  6. Vraag: Kleinverbruikers (huishoudens) betalen meer per kWh dan middenverbruikers, in verband met het degressieve stelsel van de Energiebelasting. Is het dan niet eerlijker een regeling te maken waarbij ook kleinverbruikers gestimuleerd worden zonnepanelen te plaatsen?
    Antwoord: De prijs van zonnepanelen is afgelopen jaren sterk gedaald waardoor de investeringen in relatief beperkte tijd zijn terug te verdienen. Juist voor kleinverbruikers, die een hoge prijs voor energie betalen, is het opwekken van energie voor eigen gebruik dus snel rendabel. Wij denken dat juist is deze categorie de uitrol naar zonne-energie zonder subsidie zal kunnen plaatsvinden.
    .
  7. Vraag: Het POP-programma is bedoeld voor het platteland. Is het niet beter zonnepanelen ook binnen de bebouwde kom te stimuleren, omdat daar meer energie verbruikt wordt, en omdat daar de zonnepanelen beter zichtbaar zijn, en er dus een grotere motiverende werking van uitgaat?
    Antwoord: Het eenmalige stimuleringsproject zonne-energie is vanwege de medefinanciering vanuit het Europese plattelands-ontwikkelings-programma enkel gericht op agrarische bedrijven. Deze POP-middelen vereisen dat de eindbegunstiger van de subsidie lid is van een landbouwhuishouden.
    Zie ook antwoord op vraag 6.
    .
  8. Vraag: In het scenario voor de onderbouwing van de Verordening Stikstof en Natura 2000 beweert u dat veel veehouderijbedrijven zullen stoppen4 Zonnepanelen moeten geruime tijd gebruikt worden om de investering terug te verdienen. Hoe selecteert u de bedrijven die mee kunnen doen aan de regeling, om niet het risico te lopen dat er geïnvesteerd wordt in stallen die gesloopt gaan worden?
    Antwoord: Wij gaan niet selecteren. Een deelnemer aan de regeling zal het overgrote deel van de investering zelf moeten opbrengen. Een niet-toekomstgericht bedrijf zal niet geneigd zijn om deze investering te doen. Elke agrarische ondernemer in Gelderland kan van de subsidiemogelijkheid gebruikmaken. Als in de komende jaren een bedrijf waarop zonnepanelen op een stal zijn gelegd toch beëindigt, dan is de vraag of deze stal een nieuwe functie kan krijgen. Als de eigenaar toch wenst om de stal (met zonnepanelen) af te breken dan betekent het extra kosten om de (nog niet afgeschreven) zonnepanelen te verplaatsen. De afweging en de kosten zijn voor rekening van de eigenaar.
    .
  9. Vraag: “Staldaken” suggereert dat de eenmalige regeling alleen voor veehouderijbedrijven is bedoeld. Kunnen akkerbouwbedrijven (bijvoorbeeld met een opslagschuur) ook meedoen? Als u toch bedrijven uitsluit, bent u bereid de regeling dan alleen te openen voor duurzamere bedrijven, bijvoorbeeld akkerbouwbedrijven of grondgebonden biologische bedrijven (waar weidegang gegarandeerd is en blijft)?
    Antwoord: Alle agrarische bedrijven - dus ook akkerbouwbedrijven - kunnen deelnemen.
    Zie ook antwoord op vraag 2.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koningin
drs. P.P.L. van Kalmthout - secretaris

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer