Vragen over bouw van een megastal in Wichmond


Indiendatum: sep. 2015

Een multimiljonair uit Brabant heeft plannen om een megastal in Wichmond te bouwen. Gedeputeerde Staten hebben een Natuurbeschermingswetvergunning verleend, om jaarlijks meer dan 10 ton ammoniak in de atmosfeer te kunnen lozen. In de aanvraag voor de vergunning is sprake van drie gigantische stallen van 125 meter lang, meer dan 11 meter hoog, met ieder honderden rijen koeien.

  1. In de aanvraag is sprake van onder andere 975 dieren met weidegang (925 maal rav code A14.1 en 50 maal A1.100.1). Van weidegang is al sprake indien de dieren slechts 7 % van hun tijd buiten verkeren, eventueel slechts in een uitloopveldje, maar zelfs dat zal bij een bedrijf als dit moeilijk zijn. Heeft u hier contact over gehad met de aanvrager, hoe weidegang bij dit gigantische bedrijf mogelijk zou moeten zijn ?
  2. Wilt u bij het CBS eens opvragen (met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de gegevens) wat de drie grootste melkveehouderijen zijn in Gelderland, waarbij nog weidegang wordt toegepast (waarbij de koeien ook echt in de wei kunnen grazen), en hoe de bedrijfsvoering in deze bedrijven is ? Is het op grond van deze gegevens waarschijnlijk dat bij de megastal in Wichmond van weidegang sprake kan zijn ?
  3. In de Stemwijzer voor de Statenverkiezingen van maart was er een meerderheid voor de stelling “Melkveeboeren in Gelderland mogen hun bedrijf alleen uitbreiden als hun dieren in de wei kunnen grazen” (zie bijlage). Met een aantal megastallen direct naast elkaar, zoals die in het plan in Wichmond, is weidegang niet mogelijk. Met een aantal kleinere stallen, op voldoende afstand van elkaar, en met ieder een voldoende groot huiskavel, kan het wel. Is het technisch mogelijk via de ruimtelijke verordening, grote megastallen (waarbij in de praktijk geen weidegang meer mogelijk is), zoals die in Wichmond, te verbieden ?
  4. Is het technisch mogelijk daarvoor in de Statenvergadering van 7 oktober een voorbereidingsbesluit te nemen ? Zou de uitbreiding naar de derde fase daarmee nog zijn tegen te houden ?
  5. Hoeveel grond moet de ondernemer op grond van landelijke en provinciale regels minimaal bezitten, en binnen welke afstand, voor de uitbreiding naar 388 dieren in fase 2 ?
  6. Hoeveel grond moet de ondernemer op grond van landelijke en provinciale regels minimaal bezitten, en binnen welke afstand, om de aantallen die in de Natuurbeschermingswetvergunning genoemd staan te kunnen behalen ?
  7. Maakt het voor de voorgaande vraag nog uit of Provinciale Staten het Gelderse beleid voor grondgebonden veehouderij laten vervallen ?
  8. Wat is eigenlijk de aanleiding om dat Gelders beleid te laten vervallen. Is het een eigen initiatief van de provincie, of hebben belangenorganisaties (als LTO) of ondernemers er om verzocht ?
  9. Kan er tegenwoordig nog een niet-grondgebonden melkveebedrijf ontstaan ?
  10. Een betere titel voor het bedrijf is wellicht mega-embryofabriek, omdat het de bedoeling is op grote schaal seksuele handelingen met stieren te verrichten, en medische ingrepen op koeien, om embryo’s naar Brazilië te kunnen exporteren. Zijn de omstandigheden (voor de koeien) in een fokkerijbedrijf als dit anders dan in een reguliere melkveehouderij ? Hoe oud zullen ze worden ?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren

Indiendatum: sep. 2015
Antwoorddatum: 13 okt. 2015

Vraag 1
In de aanvraag is sprake van onder andere 975 dieren met weidegang (925 maal rav code A14.1 en 50 maal A1.100.1). Van weidegang is al sprake indien de dieren slechts 7 % van hun tijd buiten verkeren, eventueel slechts in een uitloopveldje, maar zelfs dat zal bij een bedrijf als dit moeilijk zijn. Heeft u hier contact over gehad met de aanvrager, hoe weidegang bij dit gigantische bedrijf mogelijk zou moeten zijn ?

Antwoord:
Nee

Vraag 2
Wilt u bij het CBS eens opvragen (met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de gegevens) wat de drie grootste melkveehouderijen zijn in Gelderland, waarbij nog weidegang wordt toegepast (waarbij de koeien ook echt in de wei kunnen grazen), en hoe de bedrijfsvoering in deze bedrijven is ? Is het op grond van deze gegevens waarschijnlijk dat bij de megastal in Wichmond van weidegang sprake kan zijn ?

Antwoord:
Het CBS heeft geen inzicht in de bedrijfsvoering van (melk)veebedrijven in Gelderland en in de mate waarin de dieren ook echt grazen. Of het nieuwe melkveebedrijf in Wichmond al of niet weidegang zal toepassen zal van veel factoren afhankelijk zijn en is uiteindelijk ook een keuze van de ondernemer.

Vraag 3
In de Stemwijzer voor de Statenverkiezingen van maart was er een meerderheid voor de stelling "Melkveeboeren in Gelderland mogen hun bedrijf alleen uitbreiden als hun dieren in de wei kunnen grazen" (zie bijlage). Met een aantal megastallen direct naast elkaar, zoals die in het plan in Wichmond, is weidegang niet mogelijk. Met een aantal kleinere stallen, op voldoende afstand van elkaar, en met ieder een voldoende groot huiskavel, kan het wel. Is het technisch mogelijk via de ruimtelijke verordening, grote megastallen (waarbij in de praktijk geen weidegang meer mogelijk is), zoals die in Wichmond, te verbieden ?

Antwoord:
Ja, wanneer vanuit een goede ruimtelijke ordening onderbouwd is dat een bedrijf boven een bepaalde omvang niet inpasbaar is, kan planologische medewerking geweigerd worden. Omdat het provinciaal omgevingsbeleid de burger niet rechtstreeks bindt betekent dit dat het beleid moet zijn opgenomen in het gemeentelijke bestemmingsplan. In dit plan zal daarvoor niet alleen de motivering maar ook het ruimtelijke criterium moeten zijn opgenomen, bijvoorbeeld het maximeren van het agrarisch bouwperceel.

Vraag 4
Is het technisch mogelijk daarvoor in de Statenvergadering van 7 oktober een voorbereidingsbesluit te nemen ? Zou de uitbreiding naar de derde fase daarmee nog zijn tegen te houden ?

Antwoord:
Het nemen van een provinciaal Voorbereidingsbesluit is mogelijk waarbij dit zorgvuldig moet zijn gemotiveerd vanuit het provinciaal belang. Voor dit bedrijf in Wichmond is er geen provinciaal belang waarmee de basis voor een voorbereidingsbesluit ontbreekt.

Vraag 5
Hoeveel grond moet de ondernemer op grond van landelijke en provinciale regels minimaal bezitten, en binnen welke afstand, voor de uitbreiding naar 388 dieren in fase 2 ?

Vraag 6
Hoeveel grond moet de ondernemer op grond van landelijke en provinciale regels minimaal bezitten, en binnen welke afstand, om de aantallen die in de Natuurbeschermingswetvergunning genoemd staan te kunnen behalen ?

Antwoord op vraag 5 en 6:
Het bedrijf zal moeten voldoen aan de rijks wetgeving op het gebied voor grondgebondenheid (AmvB, Wet verantwoorde groei melkveehouderij). De rekenregels zijn hiervoor nog niet volledig uitgewerkt. Globaal zal het bedrijf over bijna 100 hectare cultuurgrond moeten beschikken om 388 dieren te mogen houden. Bij de dieraantallen genoemd in de aanvraag voor de Natuurbeschermingswetvergunning zal een oppervlakte van minimaal 300 hectare noodzakelijk zijn. Voor de provincie zijn deze vragen niet te beantwoorden. De provinciale verordening bindt de gemeente en niet de ondernemer. De gemeente moet op basis van de vigerende provinciale omgevingsverordening de eis van grondgebondenheid uitwerken. Recent hebben wij uw Staten laten weten dat wij geconstateerd hebben dat ons beleid in de omgevingsvisie is ingehaald door rijks wetgeving en dat wij voorstellen ons omgevingsbeleid op dit punt te actualiseren.

Vraag 7
Maakt het voor de voorgaande vraag nog uit of Provinciale Staten het Gelderse beleid voor grondgebonden veehouderij laten vervallen1 ?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 5 en 6

Vraag 8
Wat is eigenlijk de aanleiding om dat Gelders beleid te laten vervallen. Is het een eigen initiatief van de provincie, of hebben belangenorganisaties (als LTO) of ondernemers er om verzocht ?

Antwoord:
Het is volledig ons eigen initiatief geweest. Ons Gelders beleid kan vervallen omdat het nieuwe nationale wettelijk kader hieraan voldoende invulling geeft. Voor de verdere onderbouwing verwijzen wij u naar de Statenbrief "Regulering groei melkveehouderij; nieuw rijksbeleid in relatie tot ons omgevingsbeleid" (SIS 2015-418).

Vraag 9
Kan er tegenwoordig nog een niet-grondgebonden melkveebedrijf ontstaan ?

Antwoord:
Nee. Een bedrijf moet op grond van de rijks eis van grondgebondenheid jaarlijks aantonen dat het bedrijf over voldoende cultuurgrond beschikt om de dieren te mogen houden.

Vraag 10
Een betere titel voor het bedrijf is wellicht mega-embryofabriek, omdat het de bedoeling is op grote schaal seksuele handelingen met stieren te verrichten, en medische ingrepen op koeien, om embryo's naar Brazilië te kunnen exporteren. Zijn de omstandigheden (voor de koeien) in een fokkerijbedrijf als dit anders dan in een reguliere melkveehouderij ? Hoe oud zullen ze worden ?

Antwoord:
Wij beschouwen het bedrijf in Wichmond als een melkveebedrijf. Zoals op alle melkveebedrijven zal ook dit bedrijf zich moeten houden aan de welzijnsvoorschriften zoals deze zijn vastgelegd in de landelijke Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD).

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
P.G.G. Hilhorst - secretaris

-> De vragen en antwoorden zijn hier als PDF te vinden

Interessant voor jou

Vragen over doodgereden otter

Lees verder

Vragen over extra uitbreidingsruimte voor megastallen, het Gelderse Plussenbeleid

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer