Vragen over Gelderse plussen en kalver­hou­derij


Indiendatum: dec. 2015

-> de vragen en antwoorden als pdf vindt u hier

Woensdag 25 november heeft de commissie Ruimtelijke Ordening, Landelijk Gebied en Wonen een werkbezoek gebracht aan enkele veehouderijbedrijven, waaronder een kalverhouderij. Ondanks dat dit een relatief nieuw bedrijf was, en dat alles er waarschijnlijk volgens de wetten en regels gebeurde, en dat de veehouder ongetwijfeld zijn best deed, was onze fractie weer opnieuw geschokt over de omstandigheden waarin in Gelderland kalveren worden gehouden.

Honderden en honderden kalfjes staan in grote stallen in vakken met weinig bewegingsruimte maan-den te staan. Tot het einde toe met de hoop dat ze op een dag weer naar buiten mogen.

In de mededelingenbrief van 16 september 2013 schreef u:

“Dierenwelzijn betekent dat dieren zo veel mogelijk hun natuurlijk gedrag moeten kunnen vertonen. Dit houdt onder meer in dat dieren voldoende ruimte hebben in de stal, voldoende vers voedsel en water hebben en dat bijvoorbeeld weidegang mogelijk is.”

In deze “vleesveestallen” kunnen de dieren amper bewegen, terwijl dat normaal tot enkele kilometers is. Als ze al gaan liggen, dan is dat op een kale harde vloer. In normale omstandigheden zullen de dieren melk drinken bij hun moeder. Dat natuurlijk gedrag is zo sterk dat in de kalverstallen sommige kalfjes nog bij de andere dieren proberen te drinken, en een klem in de neus krijgen om te voorkomen dat ze dat doen en urine binnenkrijgen. (Zie de laatste foto in de bijlage). Sommige “anti-drinkbeugels” hebben stalen punten en worden met een tang aangebracht.

  1. Vindt u dat kalfjes op deze manier, in de reguliere kalverhouderij, voldoende mogelijkheden hebben hun natuurlijk gedrag te vertonen?
  2. Bent u met ons eens dat het geven van extra uitbreidingsruimte voor meer dieren in ruil voor kleine plussen die niet eens met dierenwelzijn te maken hoeven te hebben niet de oplossing is, maar dat grotere stappen moeten worden gezet om natuurlijk gedrag voldoende mogelijk te maken, en om het aantal dieren dat niet de mogelijkheid daarvoor heeft te verminderen?
  3. Hoeveel is het dierenwelzijn in Gelderland in de laatste jaren toegenomen? Heeft u objectieve gegevens, bijvoorbeeld over het aantal biologische bedrijven of bedrijven met drie sterren van de Dierenbescherming?
  4. Heeft u concrete objectieve meetbare doelen wat betreft het niveau van dierenwelzijn in de veehouderij, en zo ja wat zijn die?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren

Indiendatum: dec. 2015
Antwoorddatum: 15 dec. 2015

Vraag 1:
Vindt u dat kalfjes op deze manier, in de reguliere kalverhouderij, voldoende mogelijkheden hebben hun natuurlijk gedrag te vertonen?

Antwoord:
Zoals elk bedrijf moet ook een bedrijf voor kalverhouderij zich houden aan de welzijnsvoorschriften zoals vastgelegd in de landelijke Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD).

Vraag 2:
Bent u met ons eens dat het geven van extra uitbreidingsruimte voor meer dieren in ruil voor kleine plussen die niet eens met dierenwelzijn te maken hoeven te hebben niet de oplossing is, maar dat grotere stappen moeten worden gezet om natuurlijk gedrag voldoende mogelijk te maken, en om het aantal dieren dat niet de mogelijkheid daarvoor heeft te verminderen?

Antwoord:
Ons college werkt conform amendement A8 (uit 2014) in co-creatie op dit moment een voorstel uit voor een plussenbeleid voor niet-grondgebonden veehouderij. Bovenwettelijke maatregelen op het gebied van milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid en ruimtelijke kwaliteit en de uitbreiding van een bedrijf moeten hand in hand gaan. In dat verband wordt ook uitgewerkt hoe dierwelzijn hierin een onderdeel wordt. In het voorjaar 2016 wordt u in dat kader nader over de verdere uitwerking geïnformeerd.

Vraag 3:
Hoeveel is het dierenwelzijn in Gelderland in de laatste jaren toegenomen? Heeft u objectieve gegevens, bijvoorbeeld over het aantal biologische bedrijven of bedrijven met drie sterren van de Dierenbescherming?

Antwoord:
Op Gelders niveau houden we hierover geen gegevens bij.

Vraag 4:
Heeft u concrete objectieve meetbare doelen wat betreft het niveau van dierenwelzijn in de veehouderij, en zo ja wat zijn die?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 2.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
P.G.G. Hilhorst - secretaris