Vragen over plus­sen­beleid veehou­derij


-> de vragen en antwoorden als pdf vindt u hier

Tijdens de informatiebijeenkomst over het plussenbeleid op woensdag 20 april was er niet voldoende tijd om alle vragen te beantwoorden. Daarom de volgende vragen nog schriftelijk :

  1. Er zijn al honderden megastallen in Gelderland. In diverse vakbladen is nu te lezen dat de provincie naarstig op zoek is naar ondernemers die nog meer dan nu al mogelijk is willen uitbreiden : “De vraag is:wie wil uitbreiden, maar kan dat nu niet en mogelijk wel met het Plussenbeleid?“ (Vee & Gewas, 16 april)
    Ook LTO is voor de provincie op zoek : “Momenteel zoekt de provincie naar bedrijven die als pilot kunnen fungeren. Zo kan er ervaring worden opgedaan met het plussenbeleid. Hoe gaat het in de praktijk werken. Ook LTO Noord Gelderland zoekt mee naar deze bedrijven.”
    Ook adviesbureaus zijn op zoek : “…… heeft van LTO Gelderland de vraag gekregen of wij bedrijven kennen die als pilot zouden kunnen fungeren, bij voorkeur in de regio Achterhoek-Liemers. Het gaat hierbij om alle veehouderijbedrijven die niet voldoen aan de voorwaarde dat de helft van het benodigde voer op eigen grond wordt geteeld.”
    Aan deze laatste tekst te zien worden kennelijk grote intensieve melkveehouderijen die onvoldoende grond hebben om als grondgebonden bedrijf te kunnen uitbreiden ook opgeroepen om zich te melden. Het is opvallend dat de provincie nog op zoek is naar bedrijven voor een pilot.
    Hoeveel ondernemers hebben zich in de afgelopen jaren bij de provincie gemeld omdat ze een probleem hadden met de huidige maximale bouwblokgrootte ? Is de voorgestelde beleidswijziging in het hoofd van een ambtenaar ontstaan ? Is het iets uit een verkiezingsprogramma ? Is het afkomstig van een lobbyist van een bekende coöperatieve bank, of van een veevoerbedrijf ? Of is er daadwerkelijk een groep veehouders die zich ooit al met een probleem gemeld hebben ?
  2. Een internetmiljonair wil een mega-koeienembryofabriek in Wichmond beginnen. Inmiddels heeft hij ook de megapluimveestallen in Groesbeek gekocht. Wilt u met het plussenbeleid met name deze ondernemers faciliteren, om nog grotere veefabrieken te kunnen bouwen dan nu al mogelijk zijn ?
  3. Waarom wordt er voor gekozen de bouwblokgrootte helemaal los te laten, in plaats van de bouwblokgrootte stapsgewijs aan te passen ? Ontstaat niet het risico dat een internetmiljonair ergens een veefabriek van 30 ha bouwt ?
  4. De vraag naar biologische producten groeit nog steeds. De reguliere varkens-, kalver-, en melkveehouderij zit echter in zwaar vaarwater, vanwege overcapaciteit. Waarom kiest de provincie voor verdere schaalvergroting, in plaats van met de bestaande bouwblokmaten voor meer kwaliteit te gaan ? (Bijvoorbeeld een stimuleringsregeling voor omschakeling naar een biologisch bedrijf.)
  5. Heeft u wel een economische verkenning gedaan, naar de toekomst van de veehouderijsector, en wat was de uitkomst ?
  6. Is het niet verstandig nú een maximale bouwblokgrootte en/of plussenbeleid in te voeren voor grondgebonden veehouderijbedrijven, nu er naar zeggen van GS weinig bedrijven willen/kunnen uitbreiden ? Zo’n regeling kan nu zonder planschade ingevoerd worden. Als we het over enkele jaren doen, op het moment dat grondgebonden veehouderijbedrijven wel weer willen uitbreiden, dan zullen we wel met planschadeclaims geconfronteerd worden.
  7. Er is nog heel veel onduidelijkheid over de manier waarop het plussenbeleid vorm gegeven wordt. Dit blijkt uit de vragen bij alle informatiebijeenkomsten en workshops die de provincie organiseert.
    Is het technisch mogelijk de ontwerpverordening voordat deze door GS tijdens de zomervakantie ter inzage wordt gelegd (!), vooraf in de commissie RLW en eventueel in Provinciale Staten te bespreken ?
    De mogelijkheden om de verordening nog te amenderen wanneer PS het besluit erover nemen zijn immers beperkt.
  8. In de notitie wordt als een van de argumenten voor het plussenbeleid gegeven : “Daarbij komt dat een strikte sturing op oppervlakte leidt tot volgepropte bebouwing op het erf, dat vanuit een oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en brandveiligheid niet wenselijk is.”
    Bent u met ons eens dat dat in de praktijk nu al opgelost wordt / kan worden door eisen op te nemen m.b.t. bebouwingspercentage en/of toegankelijkheid voor de brandweer ? Moeten zulke eisen niet op een zo hoog mogelijk niveau worden vastgelegd, bijvoorbeeld in de provinciale verordening ?
  9. In de presentatie stond op bladzijde 4 dat de bestaande bouwblokken voor veehouderijen in Gelderland maximaal 1 of 1,5 ha zijn, maar dit is onjuist. In sommige gemeenten zijn de bouwvlakken (voor niet-grondgebonden bedrijven) vaak al 2 ha groot. Heeft u al wel eens geïnventariseerd hoeveel ruimte er nog is in bestaande bestemmingsplannen ?
  10. De notities spreken altijd van een “investering” (van bijvoorbeeld 8 %) in aanvullende maatregelen om de uitbreiding mogelijk te maken. Sommige investeringen in aanvullende maatregelen zullen zich waarschijnlijk niet via een hogere waarde van het product laten terug verdienen (bijvoorbeeld een investering in landschappeljjke inpassing); sommige “investeringen” wel (bijvoorbeeld een omvorming naar een biologisch bedrijf). Telt een investering die vrijwel risicoloos is, en die zich naar alle waarschijnlijkheid zal laten terugverdienen, ook als een aanvullende maatregel ?
  11. Een biologisch veehouderijbedrijf zal waarschijnlijk niet zo groot hoeven te worden, maar wat zouden de voorwaarden zijn als een biologisch bedrijf extra uitbreidingsruimte zou willen verdienen ? Is er ook dan een investering van ongeveer 8 % nodig ?
  12. Wordt een eventuele subsidie of belastingaftrek van het investeringsbedrag afgetrokken ?
  13. In de notitie staat : “Overigens is deze wet- en regelgeving op nationaal niveau momenteel sterk in ontwikkeling. Er komen aanscherpingen aan in bijvoorbeeld het mestbeleid (fosfaatrechten, verplichte mestverwerking) en het geurbeleid.”
    Is er een kans dat er straks extra uitbreidingsruimte wordt geboden, terwijl nog niet aan de komende aanscherpingen hoeft te worden voldaan ?
  14. In de notitie staat : “bij ‘dierwelzijn’ uitgaan van ruimtelijk relevante investeringen. Deze nuance dient ter verduidelijking naar aanleiding van de uitspraak van de afdeling bestuursrechtsspraak van de Raad van State van 2015.”
    Wordt daar uitspraak 201308140/1/R3 bedoeld ?
  15. Kunt u voorbeelden geven van dierenwelzijnsmaatregelen die wel, en die geen plussen opleveren, en daarbij aangeven of er op gehandhaafd kan en zal worden ?
  16. Op bladzijde 22 van de presentatie (“reserve. dierenwelzijn”), die niet behandeld werd, wordt gesteld dat erfverharding als een plus telt voor dierenwelzijn. Is dat serieus ?
  17. De Provinciale Raad voor het Omgevingsbeleid schreef : “Ook is het raadzaam om te bezien of dit ruimere beleid extra groeiers aantrekt die tot voor kort hun heil zochten in Noord-Brabant, maar vanwege de strengere eisen aldaar nu wellicht naar andere provincies, zoals Gelderland, zullen uitwijken. De PRO acht het eveneens raadzaam om de relatie tussen het GPS en de Natuurbeschermingswet nader te beoordelen. Dit mede in het licht van juridische houdbaarheid.”
    Is dit al onderzocht, en zo ja, wat is de uitkomst ?
  18. In de “Notitie Reikwijdte en Draagvlak” staat "Het gaat met name om de milieugevolgen waarbij sprake is van een provinciaal belang". Betekent dat dat klimaateffecten wel of niet worden meegenomen ?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 17 mei 2016

Vraag 1:
Er zijn al honderden megastallen in Gelderland. In diverse vakbladen is nu te lezen dat de provincie naarstig op zoek is naar ondernemers die nog meer dan nu al mogelijk is willen uitbreiden :

“De vraag is:wie wil uitbreiden, maar kan dat nu niet en mogelijk wel met het Plussenbeleid?“ (Vee & Gewas, 16 april)

Ook LTO is voor de provincie op zoek :

“Momenteel zoekt de provincie naar bedrijven die als pilot kunnen fungeren. Zo kan er ervaring worden opgedaan met het plussenbeleid. Hoe gaat het in de praktijk werken. Ook LTO Noord Gelderland zoekt mee naar deze bedrijven.”

Ook adviesbureaus zijn op zoek :

“…… heeft van LTO Gelderland de vraag gekregen of wij bedrijven kennen die als pilot zouden kunnen fungeren, bij voorkeur in de regio Achterhoek-Liemers. Het gaat hierbij om alle veehouderijbedrijven die niet voldoen aan de voorwaarde dat de helft van het benodigde voer op eigen grond wordt geteeld.”

Aan deze laatste tekst te zien worden kennelijk grote intensieve melkveehouderijen die onvoldoende grond hebben om als grondgebonden bedrijf te kunnen uitbreiden ook opgeroepen om zich te melden.

Het is opvallend dat de provincie nog op zoek is naar bedrijven voor een pilot.

Hoeveel ondernemers hebben zich in de afgelopen jaren bij de provincie gemeld omdat ze een probleem hadden met de huidige maximale bouwblokgrootte ? Is de voorgestelde beleidswijziging in het hoofd van een ambtenaar ontstaan ? Is het iets uit een verkiezingsprogramma ? Is het afkomstig van een lobbyist van een bekende coöperatieve bank, of van een veevoerbedrijf ? Of is er daadwerkelijk een groep veehouders die zich ooit al met een probleem gemeld hebben ?

Antwoord:
Het is met uw Staten afgesproken om het Plussenbeleid uit te werken, conform uw amendement 8 n.a.v. de behandeling van de Omgevingsvisie en -verordening in 2014. Daarnaast past dit beleid in de geest van de landelijke, in ontwikkeling zijnde Omgevingswet om meer te sturen op kwaliteit i.p.v. op normen en maten.

Vraag 2:
Een internetmiljonair wil een mega-koeienembryofabriek in Wichmond beginnen. Inmiddels heeft hij ook de megapluimveestallen in Groesbeek gekocht. Wilt u met het plussenbeleid met name deze ondernemers faciliteren, om nog grotere veefabrieken te kunnen bouwen dan nu al mogelijk zijn?

Antwoord:
Nee. Het gaat om kwaliteit, niet om kwantiteit.

Vraag 3:
Waarom wordt ervoor gekozen de bouwblokgrootte helemaal los te laten, in plaats van de bouwblokgrootte stapsgewijs aan te passen ? Ontstaat niet het risico dat een internetmiljonair ergens een veefabriek van 30 ha bouwt?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 1.

Vraag 4:
De vraag naar biologische producten groeit nog steeds. De reguliere varkens-, kalver-, en melkveehouderij zit echter in zwaar vaarwater, vanwege overcapaciteit. Waarom kiest de provincie voor verdere schaalvergroting, in plaats van met de bestaande bouwblokmaten voor meer kwaliteit te gaan ? (Bijvoorbeeld een stimuleringsregeling voor omschakeling naar een biologisch bedrijf.)

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 1.

Vraag 5:
Heeft u wel een economische verkenning gedaan, naar de toekomst van de veehouderijsector, en wat was de uitkomst ?

Antwoord:
In de statenbrief 'Verkenning Land- en tuinbouw' (PS2015-51) vindt u een toelichting en meer informatie.

Vraag 6:
Is het niet verstandig nú een maximale bouwblokgrootte en/of plussenbeleid in te voeren voor grondgebonden veehouderijbedrijven, nu er naar zeggen van GS weinig bedrijven willen/kunnen uitbreiden ? Zo’n regeling kan nu zonder planschade ingevoerd worden. Als we het over enkele jaren doen, op het moment dat grondgebonden veehouderijbedrijven wel weer willen uitbreiden, dan zullen we wel met planschadeclaims geconfronteerd worden.

Antwoord:
Nee. In de discussie van uw Staten op 2 december 2015 is aangegeven te willen onderzoeken of het Plussenbeleid ook van toepassing zou moeten zijn op de grondgebonden veehouderij. In de statenbrief 'Uitwerking Gelders Plussenbeleid' (PS2016-252) is toegelicht hoe ons college daarmee om wil gaan. De brief is woensdag 11 mei 2016 in de commissie RLW besproken.

Vraag 7:
Er is nog heel veel onduidelijkheid over de manier waarop het plussenbeleid vorm gegeven wordt. Dit blijkt uit de vragen bij alle informatiebijeenkomsten en workshops die de provincie organiseert.

Is het technisch mogelijk de ontwerpverordening voordat deze door GS tijdens de zomervakantie ter inzage wordt gelegd (!), vooraf in de commissie RLW en eventueel in Provinciale Staten te bespreken?

De mogelijkheden om de verordening nog te amenderen wanneer PS het besluit erover nemen zijn immers beperkt.

Antwoord:
In de statenbrief over de uitwerking van het Plussenbeleid (PS2016-252) geven wij aan hoe wij de kaders van uw Staten hebben opgevat en verder uitgewerkt. De brief is woensdag 11 mei 2016 in de commissie RLW besproken. Daarbij hebben wij aangegeven op 12 juli alle voorgenomen actualisaties van het omgevingsbeleid in ontwerp vast te stellen. Een extra moment om over de definitieve ontwerpuitwerking van het Plussenbeleid met uw Staten - voorafgaand aan de tervisielegging - te spreken is mogelijk. Het concept-uitgewerkte beleid kan op 15 juni worden besproken nadat ons college het begin juni in pre-concept heeft vastgesteld.

We delen uw mening niet dat de Staten minder mogelijkheden hebben om te amenderen bij de besluitvorming in PS. Hiervoor geldt de normale procedure bij besluitvorming door uw Staten.

De tervisielegging van het ontwerp-actualisatieplan is voorzien tussen 19 augustus en 30 september 2016. De tervisielegging overlapt voor een deel met de zomervakanties van scholen. Wij leggen naar verwachting in november 2016 de voorgenomen actualisatie van het Omgevingsbeleid aan u voor. Deze procedure geldt voor alle voorgenomen wijzigingen van de omgevingsvisie en -verordening.

Vraag 8:
In de notitie wordt als een van de argumenten voor het plussenbeleid gegeven :

“Daarbij komt dat een strikte sturing op oppervlakte leidt tot volgepropte bebouwing op het erf, dat vanuit een oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en brandveiligheid niet wenselijk is.”

Bent u met ons eens dat dat in de praktijk nu al opgelost wordt / kan worden door eisen op te nemen m.b.t. bebouwingspercentage en/of toegankelijkheid voor de brandweer ? Moeten zulke eisen niet op een zo hoog mogelijk niveau worden vastgelegd, bijvoorbeeld in de provinciale verordening ?

Antwoord:
Nee. De Brandweer is voor ons college en gemeenten de organisatie die deskundig is op dit terrein. Bij uitbreidingen geeft de Brandweer advies over o.m. welke voorzieningen nodig zijn en welke compartimentering aan de orde is.

Vraag 9:
In de presentatie stond op bladzijde 4 dat de bestaande bouwblokken voor veehouderijen in Gelderland maximaal 1 of 1,5 ha zijn, maar dit is onjuist. In sommige gemeenten zijn de bouwvlakken (voor niet-grondgebonden bedrijven) vaak al 2 ha groot. Heeft u al wel eens geïnventariseerd hoeveel ruimte er nog is in bestaande bestemmingsplannen?

Antwoord:
Uw Staten sturen met de huidige Omgevingsvisie en -verordening op maximale omvang van 1 ha en 1,5 ha. In extensiveringsgebieden geldt 0 hectare. Door de overgangsregels van uw Staten gelden bestaande bestemmingsplan-rechten waarin rechten uit het verleden worden gerespecteerd en waardoor soms ruimere percelen ontstaan.

Vraag 10:
De notities spreken altijd van een “investering” (van bijvoorbeeld 8 %) in aanvullende maatregelen om de uitbreiding mogelijk te maken. Sommige investeringen in aanvullende maatregelen zullen zich waarschijnlijk niet via een hogere waarde van het product laten terug verdienen (bijvoorbeeld een investering in landschappeljjke inpassing); sommige “investeringen” wel (bijvoorbeeld een omvorming naar een biologisch bedrijf). Telt een investering die vrijwel risicoloos is, en die zich naar alle waarschijnlijkheid zal laten terugverdienen, ook als een aanvullende maatregel ?

Antwoord:
In september 2015 heeft u aan de hand van de statenbrief PS2015-606 over het Plussenbeleid vijf vraagpunten voor de uitwerking van het Gelders Plussenbeleid besproken en daarbij in december 2015 in de commissie RLW richting gegeven voor de verdere uitwerking.

In de statenbrief 'Uitwerking Gelders Plussenbeleid' (PS2016-252) geven wij aan hoe wij deze richting hebben opgevat en verder uitgewerkt. De brief is 11 mei 2016 in de commissie RLW besproken. Op basis daarvan werkt ons college nu het definitief ontwerp-Plussenbeleid uit.

Vraag 11:
Een biologisch veehouderijbedrijf zal waarschijnlijk niet zo groot hoeven te worden, maar wat zouden de voorwaarden zijn als een biologisch bedrijf extra uitbreidingsruimte zou willen verdienen ? Is er ook dan een investering van ongeveer 8 % nodig ?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 10.

Vraag 12:
Wordt een eventuele subsidie of belastingaftrek van het investeringsbedrag afgetrokken?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 10.

Vraag 13:
In de notitie staat:

“Overigens is deze wet- en regelgeving op nationaal niveau momenteel sterk in ontwikkeling. Er komen aanscherpingen aan in bijvoorbeeld het mestbeleid (fosfaatrechten, verplichte mestverwerking) en het geurbeleid.”

Is er een kans dat er straks extra uitbreidingsruimte wordt geboden, terwijl nog niet aan de komende aanscherpingen hoeft te worden voldaan ?

Antwoord:
Ja. Zie het antwoord op vraag 10.

Vraag 14:
In de notitie staat:

“bij ‘dierwelzijn’ uitgaan van ruimtelijk relevante investeringen. Deze nuance dient ter verduidelijking naar aanleiding van de uitspraak van de afdeling bestuursrechtsspraak van de Raad van State van 2015.”

Wordt daar uitspraak 201308140/1/R3 bedoeld ?

Antwoord:
Ja.

Vraag 15:
Kunt u voorbeelden geven van dierenwelzijnsmaatregelen die wel, en die geen plussen opleveren, en daarbij aangeven of er op gehandhaafd kan en zal worden?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 10.

Vraag 16:
Op bladzijde 22 van de presentatie (“reserve. dierenwelzijn”), die niet behandeld werd, wordt gesteld dat erfverharding als een plus telt voor dierenwelzijn. Is dat serieus ?

Antwoord:
Op het gebied van dierwelzijn zijn bij wijze van illustratie en onder behoud van de definitieve uitwerking van het ontwerp-Plussenbeleid enkele mogelijke fysieke maatregelen genoemd. De maatregel 'erfverharding' is een mogelijke maatregel t.b.v. diergezondheid uit de Maatlat Duurzame Veehouderij.

Vraag 17:
De Provinciale Raad voor het Omgevingsbeleid schreef :

“Ook is het raadzaam om te bezien of dit ruimere beleid extra groeiers aantrekt die tot voor kort hun heil zochten in Noord-Brabant, maar vanwege de strengere eisen aldaar nu wellicht naar andere provincies, zoals Gelderland, zullen uitwijken. De PRO acht het eveneens raadzaam om de relatie tussen het GPS en de Natuurbeschermingswet nader te beoordelen. Dit mede in het licht van juridische houdbaarheid.”

Is dit al onderzocht, en zo ja, wat is de uitkomst ?

Antwoord:
Nee. In eerdere statenbrieven hebben wij u geinformeerd over de problematiek in Noord-Brabant in vergelijking met die in Gelderland. Graag verwijzen wij hiervoor naar de brief PS2013-817 en ook naar de brief PS2014-496.

De juridische houdbaarheid van het Plussenbeleid staat centraal, ook in relatie tot de Natuurbeschermingswet. We hebben in de brief 'Uitwerking Gelders Plussenbeleid' (PS2016-252) aangegeven dat er vanwege bestaande randvoorwaarden van rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid in Gelderland in diverse gebieden slechts beperkt groeiruimte mogelijk wordt met het loslaten van de maximale bouwmaten. In een groot deel van Gelderland geldt namelijk al regelgeving die uitbreiden op bepaalde plekken beperkt en/of inkadert.'

Vraag 18:
In de "Notitie Reikwijdte en Draagvlak" staat: "Het gaat met name om de milieugevolgen waarbij sprake is van een provinciaal belang". Betekent dat dat klimaateffecten wel of niet worden meegenomen?

Antwoord:
In de 'Notitie reikwijdte en detailniveau' is aangegeven dat klimaat in relatie tot waterhuishouding een van de milieuaspecten is die kwalitatief behandeld worden in het PlanMER.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
P.G.G. Hilhorst - secretaris

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer