Schrif­te­lijke vragen over ziens­wijze Omge­vings­visie


De omgevingsvisie en -verordening zijn twee belangrijk documenten. De visie is het beginpunt voor veel van het provinciaal beleid. Nieuwe versies van beide documenten hebben in de zomervakantie ter inzage gelegen. Ook onze fractie heeft een zienswijze ingeleverd, net als 149 andere organisaties. Onze zienswijze is echter niet verwerkt. Als reactie staat op blz. 131 “De zienswijze van de Partij voor de Dieren behandelen wij niet in deze reactienota. Het politieke gesprek over de ingediende punten voeren wij graag in Provinciale Staten.” Dat is opmerkelijk, want de zienswijzen van andere politieke organisaties zijn wel verwerkt. Bovendien gaat het niet altijd om politieke punten, maar ook om technische.

Omdat in “Provinciale Staten” onvoldoende tijd is om de punten die we in de zienswijze hebben vermeld te behandelen, en omdat er ook technische punten tussen zitten die zich niet lenen voor de vergaderingen dienen we ze via deze schriftelijke vragen in.

Punten van de zienswijze :

Met betrekking tot de ontwerpomgevingsvisie :

1.Antropocentrisch.

De visie is helaas erg antropocentrisch geworden. Het gaat vrijwel altijd over de mens, en mensenproblemen, zonder er bij stil te staan dat de mens maar een onderdeel van de samenleving is.

Bijvoorbeeld op blz. 14 : “We willen de kracht van Gelderland benutten, want er zit veel energie in de ruim 2 miljoen inwoners en vele Gelderse ondernemers.”.

Onder inwoners worden in de visie alleen de mensen begrepen.

Op blz. 18 staat : “Blijvend Verbonden! Wij, mensen, zijn sociale wezens. We vormen samen een gemeenschap. We willen elkaar kunnen ontmoeten. We willen ons kunnen verplaatsen en bereikbaar zijn. Dat geldt voor jong en oud, voor stedelingen en dorpelingen.

Maar dieren zijn ook sociale wezens. Ze vormen ook samen gemeenschappen, en ze willen elkaar ook kunnen ontmoeten. Ze willen zich ook kunnen verplaatsen, bijvoorbeeld naar plaatsen waar in tijden van droogte, zoals nu, nog drinkwater is, bijvoorbeeld de uiterwaarden. Als het zo opgeschreven wordt, dat levende wezens behoefte hebben aan verbindingen, wordt het spanningsveld duidelijker, en worden de keuzen die gemaakt worden ook scherper. Een verbinding voor mensen (autosnelweg) doorsnijdt vaak een verbinding voor dieren (tussen natuurgebieden).

Op blz. 38 in het hoofdstuk “5. Bereikbaarheid: Duurzaam verbonden” gaat het alleen over verbindingen voor mensen, maar niet over de zo noodzakelijke verbindingen voor dieren (met bijvoorbeeld ecoducten) en planten (ecologische verbindingszones).

Op blz. 43 in het hoofdstuk “6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio!” gaat het alleen over het vestigingsklimaat voor mensen, maar niet over een gunstig vestigingsklimaat voor de bedreigde rode-lijstsoorten.

Op blz. 47 in het hoofdstuk “7. Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam” gaat het alleen over woningen voor mensen, maar niet over een leefomgeving voor planten en dieren :

“Juist door de bijzondere kwaliteiten en veelzijdigheid van Gelderland – haar natuur, groene steden op menselijke schaal, kennisinfrastructuur, cultuur, recreatie en toerisme en sport – kan zij zich verder ontwikkelen als ideale vestigingsplek en uitvalslocatie om te werken en te wonen. Met onze brede blik op de leefomgeving geven wij dan ook een krachtige impuls aan de regionale economie en arbeidsmarkt. Zo kunnen mensen in Gelderland zich ontplooien, ontspannen en ontwikkelen.”

Het gaat alleen maar weer over mensen. We stellen voor dit overal consequent aan te passen in de visie, zodat de omgevingsvisie op de eerste plaats over al het leven in Gelderland gaat, en pas daarna per thema verbijzonderd wordt op soort, en de specifieke problemen en opgaven ervoor.

De regionale economie en de arbeidsmarkt heeft op dit moment ook helemaal niet zo’n krachtige impuls nodig. De Nederlandse Bank waarschuwt voor oververhitting van de economie. We stellen voor deze tijdelijke en conjunctuurgevoelige maatregel niet in de visie te vermelden. (Wanneer het nodig is, is het typisch iets voor een programma.)

2. Weidegang en dierenwelzijn.

Dieren komen vrijwel niet in de omgevingsvisie voor. Alleen de dieren in het wild even, maar bijvoorbeeld niet de landbouwhuisdieren. In de huidige omgevingsvisie staat nog op blz. 83 onder 3.4 dat de provincie wil stimuleren dat de landbouwsector goed is voor mens, dier en omgeving, en op blz. 84 onder 3.4.1 dat de provincie weidegang wil bevorderen. In de nieuwe visie is het geschrapt.

We stellen voor de tekst over het bevorderen van weidegang en het stimuleren van dierenwelzijn in de nieuwe visie te behouden, en tekst op te nemen dat de provincie de vijf vrijheden voor dierennastreeft.

3. Veiligheid en stalbranden.

De visie bevat 40 keer het woord “veilig”. Maar het gaat dan altijd over mensen, en nooit over de veiligheid van dieren in stallen.

In onze zienswijze van 2 juli 2013 schreven we al :

“Jaarlijks komen helaas vele dieren op een afschuwelijke manier om het leven door stalbranden. Om er voor te zorgen dat dieren bij brand sneller geëvacueerd kunnen worden, kunnen diverse regels in de verordening worden opgenomen. Het houden van dieren anders dan op de begane grond kan verboden worden. Het te dicht op elkaar plaatsen van stallen waardoor de brandweer er niet goed bij kan komen kan verboden worden. Voldoende staldeuren en een inrichting die een snelle evacuatie mogelijk maakt zouden verplicht kunnen worden. Wanneer dieren aan buitenloop of weidegang gewend zijn, zullen ze bij brand minder geneigd zijn om in de stal te blijven.”

Inmiddels is er nog weinig verbeterd. Ook het “Actieplan brandveilige veestallen 2018-2022” wijst nu op de rol van de provincies bij het vergroten van de brandveiligheid. Zo kan de provincie (zie blz. 13) een maximaal bebouwd oppervlak gebruiken in plaats van een maximale bouwblokgrootte.

Om dat in de verordening te kunnen opnemen is het belangrijk om nu in de visie te vermelden dat Gelderland niet alleen veilig moet zijn voor mensen, maar ook voor dieren. Dit kan vervolgens worden uitgewerkt in veiligheid in stallen, veiligheid rond provinciale wegen, etc.

4. Aanbevelingen Dierenbescherming.

We stellen voor de aanbevelingen (blz. 18, onder c) van de Dierenbescherming in de omgevingsvisie over te nemen.

5. Ecologische voetafdruk landbouwsector.

In de huidige omgevingsvisie staat op blz. 83 onder 3.4 dat de provincie wil stimuleren dat de landbouwsector een kleinere ecologische voetafdruk krijgt. De nieuwe visie is niet zo concreet. Het woord/begrip “voetafdruk” komt helemaal niet meer voor. We stellen voor deze tekst niet te schrappen, maar ook in de nieuwe visie op te nemen.

6. Stiltegebieden.

In de huidige omgevingsvisie staat nog een paragraaf (4.3.5) over stilte. In de verordening staan regels voor de stilte- en stiltebeleidsgebieden. In de nieuwe visie komt het woord stilte niet meer voor. Dit lijkt op een nieuwe poging om de stilte(beleids)gebieden af te schaffen. We stellen voor ook stilte expliciet weer te benoemen in de visie.

7. Foto’s, bijvoorbeeld bij hoofdstuk biodiversiteit.

Op blz. 33 bij het hoofdstuk over biodiversiteit staat een foto van een imker met honingbijenvolken. Er is echter sprake van voedselconcurrentie tussen de honingbij en de wilde bij. De bedreigde wilde bijensoorten hebben er last van als er teveel honingbijenvolken aanwezig zijn. De foto’s in de visie zijn ook niet functioneel; er staat nooit een onderschrift bij om de relatie met de tekst aan te duiden.

We stellen voor alle foto’s weg te laten, of tenminste de relatie met de tekst duidelijk aan te geven, en bij het hoofdstuk over biodiversiteit een betere foto te plaatsen. Bijvoorbeeld een foto van de plaats met de hoogste biodiversiteit in Gelderland, met een onderschrift dat uitlegt dat dit de plaats met de hoogste biodiversiteit van Gelderland is.

8. Schaarse ruimte.

De visie benoemt op blz. 12 en in de figuur op blz. 15 wel het feit dat de ruimte in Gelderland beperkt en schaars is, en dat er keuzes gemaakt moeten worden, maar laat na iets over die keuzes te zeggen.

We stellen voor dat wordt vermeld hoe het grondgebruik in Gelderland nu is, en wat de gewenste ontwikkeling is. Bijvoorbeeld dat meer grond nodig is voor natuur en biodiversiteit, en de transitie naar plantaardige eiwitten, en minder voor intensieve veehouderij.

9. Voedseltransitie.

Het Planbureau voor de Leefomgeving beschreef recent dat een voedseltransitie nodig is, mogelijk is, en dat het met name ook een politieke opgave is. Deze ambitie ontbreekt echter om onduidelijke redenen.

We stellen voor dit in hoofdstuk 3 als extra ambitie toe te voegen.

10. Formaat en structuur van de visie

De visie zal onder andere door vele inwoners van Gelderland, door juristen van adviesbureaus, door ambtenaren, Gedeputeerden en Statenleden van Gelderland en de buurprovincies, en ambtenaren, wethouders en raadsleden van de Gelderse gemeenten en aanliggende gemeenten gelezen worden. Het is dus belangrijk dat het een duidelijk, overzichtelijk, goed gestructureerd document is, met een logische opbouw, en bijvoorbeeld een goed verband tussen de verschillende onderdelen. Dit is helaas niet gelukt. Het verband tussen de vier doelen, de zeven ambities, de drie focusonderwerpen en de vier principes wordt niet duidelijk.

De drie focusonderwerpen zijn het startpunt geweest bij veel besprekingen in plaats van het resultaat. Dit heeft mogelijk geleid tot een tunnelvisie.

De provincie kent taakvelden die redelijk stabiel zijn. We stellen voor dat daar ook bij aangesloten wordt, dan kunnen de visies van de provincies onderling, en door de jaren heen beter met elkaar vergeleken worden.

11. Aansluiten bij belangrijke internationale visies en akkoorden.

De ambities van Gelderland sluiten vaak aan bij nationaal of Europees beleid (bijvoorbeeld het Klimaatakkoord). Het zou verhelderend werken als daar in de visie duidelijk (met een linkje) naar verwezen wordt. Ook zou meer gebruik gemaakt kunnen worden van visies en doelen van internationale organisaties, bijvoorbeeld de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, of het Handvest van de Aarde.

12. Eerste persoon meervoud.

Het gebruikt van het woord “we” geeft verwarring. Wie zijn “we” in de visie ? PS, omdat ze de visie vaststellen? GS, omdat ze het ontwerp vaststellen? Ambtenaren die het geschreven hebben? “De provincie”? Alle inwoners van Gelderlanders? Ook toeristen? Etc.

Genootschap onze Taal wees ook al eens op de nadelen van de eerste persoon meervoud. We stellen voor het in de visie niet te gebruiken.

13. Effect op de buren.

De visie gaat nu alleen of met name over de effecten van het Gelders beleid binnen Gelderland. Nauwelijks over de effecten van Gelders beleid in andere provincies of in het buitenland. Misschien kan op blz. 51 bij de doe-principes vermeld worden dat Gelderland waar mogelijk de Gulden regel hanteert.

14. Wollig taalgebruik.

Op blz. 56 staat : “Zo komen we tot een visie met werking. Mochten koersen wijzigen en droombeelden veranderen, dan gaan wij opnieuw met u in gesprek en passen desgewenst de Gelderse Omgevingsvisie aan. De weg naar de toekomst kent immers geen rechte lijn, maar is een gezamenlijke zoektocht.”.

Dit is wat wollige ambtelijke taal. Het komt op meer plaatsen voor. Er is ook niet echt sprake geweest van een gesprek. Tijdens de informatiesessies waren er niet veel mensen aanwezig, en degene die aanwezig waren, waren vaak ambtenaren. We stellen voor gewoon op te schrijven dat de omgevingsvisie minstens elke bestuursperiode (na de verkiezingen) aangepast zal worden.

15. Evaluatie huidige visie ontbreekt.

De omgevingsvisie wordt ingrijpend gewijzigd, maar onduidelijk is wat de problemen zijn met het formaat / de vorm van de huidige visie. Dit had in een korte evaluatie vermeld kunnen worden, dan hadden we nu ook kunnen toetsen of de nieuwe visie beter voldoet. Bedenk ook dat de visie verschillende groepen gebruikers kent, en dat nog steeds niet echt duidelijk is wat de wensen van die verschillende gebruikers zijn. Voor Provinciale Staten is bijvoorbeeld belangrijk dat de visie zo gestructureerd is dat hij gemakkelijk amendeerbaar is. Met de nieuwe versie is dat niet echt het geval.

16. Tekst uit huidige visie verhuist naar programma’s.

Veel van de tekst uit de huidige visie wordt geschrapt. Tijdens de informatiebijeenkomsten werd opgemerkt dat de tekst niet definitief weg is, maar soms zal terugkomen in nog op te stellen programma’s. Het is dan beter als dit duidelijk bij de tekst wordt aangegeven, dat de tekst niet geschrapt wordt, maar slechts verhuist, en als ook wordt aangegeven wie de programma’s vaststelt, PS of GS.

17. Visieschetsen.

Het is niet duidelijk wat met alle begrippen in de visieschetsen bedoeld wordt. Wat betekent het bijvoorbeeld dat een groot deel van de Achterhoek als krimpgebied is aangegeven? Er is geen duidelijke koppeling met de tekst in de visie. Wat betekent “versterking platteland” op de Veluwe? Meer woningen? Dat kan een bedreiging voor de biodiversiteit zijn. We stellen voor dit duidelijk uit te leggen.

Waarom zijn er maar een klein aantal “Werklocaties groen, schoon en slim” en waarom maar zes steden met “biodiversiteit in de stad”? We stellen voor alle werklocaties zo veel mogelijk groen, schoon en slim te maken, en “biodiversiteit in de stad” overal te laten gelden.

Hetzelfde geldt voor de “gebieden voor natuurinclusieve landbouw” en “verbeteren balans veehouderij en natuur”. We stellen voor dat overal in Gelderland te doen, en om duidelijk toe te lichten wat met “natuurinclusief” wordt bedoeld.

Waarom zijn er maar vijf circulaire bedrijventerreinen getekend? We stellen voor dat álle bedrijventerreinen zo snel mogelijk circulair moeten werken.

In de visieschetsen missen we een weergave van de situatie in de buurprovincies en Duitsland. Sluit ons natuurnetwerk bijvoorbeeld in de visie goed aan bij het netwerk buiten onze provincie ? In de huidige schetsen is dat niet goed te zien. We stellen voor dat goed aan te geven.

18. Verwijzing naar VNG factsheet, verantwoording en milieubeginselen.

De VNG heeft recent een informatieve factsheet over de omgevingsvisie gepubliceerd. De factsheet beschrijft welke elementen een omgevingsvisie in ieder geval moet bevatten. Zo moet er rekening gehouden worden met de milieubeginselen uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU). We stellen voor dat een toelichting wordt toegevoegd die laat zien dat de ontwerp-omgevingsvisie die elementen bevat, en we stellen voor dat aan de omgevingsvisie toegevoegd wordt :
- het voorzorgsbeginsel en hoe dat vormgegeven wordt
- het beginsel van preventief handelen en ook hier hoe dat vormgegeven wordt
- het beginsel dat milieuaantastingen bij voorkeur aan de bron dienen te worden bestreden
- het beginsel dat de vervuiler betaalt.

19. Wisselwerking NOVI, POVI en GOVI.

De gemeenten in Gelderland dienen bij het opstellen van de gemeentelijke omgevingsvisies rekening te houden met de omgevingsvisie van de provincie. De omgevingsvisie biedt echter weinig houvast. We stellen voor dat een toelichting toegevoegd wordt met genummerde verwijzingen naar de punten die voor de gemeenten van belang zijn, of dat in de omgevingsvisie zelf meer structuur komt.

20. Richtlijn voor vorm van visie en overige documenten.

De omgevingsvisie is een grotendeels vormvrij document. Dat betekent in de beginfase een zoektocht hoe die vrijheid gebruikt moet worden om een zo goed (duidelijk, flexibel, etc.) mogelijk document te maken. We stellen voor om nu samen met andere overheden, misschien via het IPO, zo snel mogelijk een richtlijn, of een “best practice” visie op te stellen, en bij dat proces ook de statenleden te betrekken.

Zienswijze met betrekking tot de ontwerpomgevingsverordening (document 180612_Ontwerp-actualisatieplan_6_Omgevingsverordening.pdf) :

De bladzijdenummering in de pdf verschilt 1 met die op papier. In het onderstaande is de nummering op papier aangehouden.

21. Taaleisen.

Op blz. 7 onder 1 staat dat de aanleiding voor de taalverduidelijking zou zijn “de taaleisen om de verordening optimaal als digitaal document bruikbaar te maken”. Het is niet duidelijk wat hiermee bedoelt wordt, en wat de taaleisen zijn om de verordening optimaal als digitaal document bruikbaar te maken.

22. Vernummering.

Op blz. 7 wordt opgemerkt dat alle artikelen vernummerd zijn. Het is niet duidelijk waarom dit op deze manier is gebeurd. De nieuwe nummeringsstijl heeft twee niveaus (x.y). De huidige nummeringsstijl heeft veel meer niveaus. Onder de huidige nummeringsstijl hoeft bij tussenvoegen minder hernummerd te worden. Zonder motivering waarom dit is gebeurd is er het risico dat het de volgende keer weer wordt omgegooid.

23. Compensatiepool.

Op blz. 13 onder 2.5. staat in de motivering : “Een belangrijk punt in de huidige verordening is dat alleen een beroep op een compensatiepool kan worden gedaan als er in de nabijheid van de ingreep geen mogelijkheden voor compensatie zijn. Deze voorkeursvolgorde is uit de verordening gehaald.

Met de nieuwe verordening kan dus een beroep op een compensatiepool worden gedaan, ook als er in de nabijheid compensatie gedaan had kunnen worden. Het wordt niet duidelijk of zo’n regel altijd wel gunstig is voor de natuur. We zouden graag voorbeelden in de toelichting zien hoe dit werkt. We stellen voor deze voorkeursvolgorde alleen los te laten in geval compensatie in de nabijheid van de ingreep geen meerwaarde voor de natuur heeft.

24. Brandgangen.

Op blz. 17 onder 2.8 staat in de motivering : “ In de verordening worden nu voorwaarden gesteld aan onder andere de breedte van brandgangen en de begroeiing ervan. Deze voorwaarden zijn noodzakelijk om oneigenlijk of onnodig ontbossen tegen te gaan.

Het is niet duidelijk wat met “nu” wordt bedoeld : de huidige of de nieuwe verordening. In de huidige verordening staan ook al voorwaarden voor de breedte van brandgangen. In de huidige verordening staat “12 tot 20 meter”, in de nieuwe staat “ten hoogste 50 meter of, als de brandgang zich bevindt onder een hoogspanningstracé van het elektriciteitsnet, ten hoogste 70 meter” dus het is niet duidelijk waarom de wijziging ontbossing zou tegengaan. Het is ook niet duidelijk waarom een brandgang onder een hoogspanningstracé breder moet zijn.

We hebben dit nagevraagd bij de terreinbeherende organisaties, en ze wisten van niets. We hebben dit ook nagevraagd op de informatiebijeenkomst op 2-8, en daar was op dat moment niet bekend wat de reden van de wijziging was.

De provincie had bijvoorbeeld al met een kaart kunnen aangeven voor welke brandgangen dit gevolgen gaat hebben, en hoeveel bomen er gekapt moeten gaan worden, en eventueel hoe dit gecompenseerd gaat worden. Kennelijk is er een onderzoek geweest, en een rapport dat aangeeft dat de huidige breedte van brandgangen te gering is, omdat er kans is op overslag van vuur ? Vermeld dit rapport dan, en leg het met de verordening ter inzage.

Het is voor burgers en bedrijfsleven irritant om steeds weer geconfronteerd te worden met wijzigingen waarvan niet duidelijk is waarvoor ze dienen. Voor de onderhoudbaarheid van de verordening is het ook niet goed dat niet duidelijk is waar de nu vermelde breedtes van 50 en 70 meter vandaan komen. We stellen voor deze wijziging niet te doen als er geen betere onderbouwing is.

25. Plussenbeleid.

Op blz. 26 onder 1.1. is de definitie van plussenbeleid aangepast. Zoals het er nu staat is het echter geen definitie meer van plussenbeleid, maar van een plussenbeleidsgebied. De meeste definities onder 1.1 hebben “gebied” of “zone” in de naam, om aan te geven dat het om een ruimtelijke begrenzing gaat, maar bij enkele is dat weggevallen.

De definitie van plussenbeleid past nu niet meer bij het gebruik van de definitie in artikelen 2.31 en 2.32.


Vragen

  1. Wat is uw reactie op bovenstaande punten van onze zienswijze?

  2. Was het vanwege juridische redenen niet mogelijk om iets met onze zienswijze te doen?

  3. De zienswijzen van bijvoorbeeld “PSP’92” en “Lokale Partijen Gelderland ” zijn wel verwerkt. Als onze afdeling een zienswijze had ingediend, of als we het op persoonlijke titel hadden ingediend, was de zienswijze dan wel verwerkt?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren.

Antwoorddatum: 11 dec. 2018

Vragen en de beantwoording:

Vragen

  1. Wat is uw reactie op bovenstaande punten van onze zienswijze?
  2. Was het vanwege juridische redenen niet mogelijk om iets met onze
    zienswijze te doen?
  3. De zienswijzen van bijvoorbeeld “PSP’92” en “Lokale Partijen
    Gelderland ” zijn wel verwerkt. Als onze afdeling een zienswijze
    had ingediend, of als we het op persoonlijke titel hadden ingediend,
    was de zienswijze dan wel verwerkt?

    Antwoord
    Onze reactie treft u aan na de beantwoording van vraag 2 en 3.

    Antwoord op vraag 2 en 3

    Op basis van het juridisch stelsel van het algemeen bestuursrecht en in het bijzonder de Provinciewet kan een statenlid zonder last en ruggenspraak in de staten zijn of haar zienswijze bepleiten. Voor al diegenen die dat voorrecht niet hebben, bestaat de inspraakprocedure met de mogelijkheid om zienswijzen te geven. Een vermenging van die twee vormen is niet beoogd. Alle natuurlijke personen en rechtspersonen die geen onderdeel zijn van de inrichting van het provinciaal bestuur staat het vrij om op persoonlijke titel zienswijzen in te dienen.

    Punten van de zienswijze:

Met betrekking tot de ontwerpomgevingsvisie:

1.Antropocentrisch.

De visie is helaas erg antropocentrisch geworden. Het gaat vrijwel altijd over de mens, en mensenproblemen, zonder er bij stil te staan dat de mens maar een onderdeel van de samenleving is.

Bijvoorbeeld op blz. 14 :
“We willen de kracht van Gelderland benutten, want er zit veel energie in de ruim 2 miljoen inwoners en vele Gelderse ondernemers.”.

Onder inwoners worden in de visie alleen de mensen begrepen.

Op blz. 18 staat : “Blijvend Verbonden! Wij, mensen, zijn sociale wezens. We vormen samen een gemeenschap. We willen elkaar kunnen ontmoeten. We willen ons kunnen verplaatsen en bereikbaar zijn. Dat geldt voor jong en oud, voor stedelingen en dorpelingen.”

Maar dieren zijn ook sociale wezens. Ze vormen ook samen gemeenschappen, en ze willen elkaar ook kunnen ontmoeten. Ze willen zich ook kunnen verplaatsen, bijvoorbeeld naar plaatsen waar in tijden van droogte, zoals nu, nog drinkwater is, bijvoorbeeld de uiterwaarden. Als het zo opgeschreven wordt, dat levende wezens behoefte hebben aan verbindingen, wordt het spanningsveld duidelijker, en worden de keuzen die gemaakt worden ook scherper. Een verbinding voor mensen (autosnelweg) doorsnijdt vaak een verbinding voor dieren (tussen natuurgebieden).

Op blz. 38 in het hoofdstuk
“5. Bereikbaarheid: Duurzaam verbonden” gaat het alleen over verbindingen voor mensen, maar niet over de zo noodzakelijke verbindingen voor dieren (met bijvoorbeeld ecoducten) en planten (ecologische verbindingszones).

Op blz. 43 in het hoofdstuk
“6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio!” gaat het alleen over het vestigingsklimaat voor mensen, maar niet over een gunstig vestigingsklimaat voor de bedreigde rode-lijstsoorten.

Op blz. 47 in het hoofdstuk
“7. Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam” gaat het alleen over woningen voor mensen, maar niet over een leefomgeving voor planten en dieren :

“Juist door de bijzondere kwaliteiten en veelzijdigheid van Gelderland – haar natuur, groene steden op menselijke schaal, kennisinfrastructuur, cultuur, recreatie en toerisme en sport – kan zij zich verder ontwikkelen als ideale vestigingsplek en uitvalslocatie om te werken en te wonen. Met onze brede blik op de leefomgeving geven wij dan ook een krachtige impuls aan de regionale economie en arbeidsmarkt. Zo kunnen mensen in Gelderland zich ontplooien, ontspannen en ontwikkelen.”

Het gaat alleen maar weer over mensen. We stellen voor dit overal consequent aan te passen in de visie, zodat de omgevingsvisie op de eerste plaats over al het leven in Gelderland gaat, en pas daarna per thema verbijzonderd wordt op soort, en de specifieke problemen en opgaven ervoor.

De regionale economie en de arbeidsmarkt heeft op dit moment ook helemaal niet zo’n krachtige impuls nodig. De Nederlandse Bank waarschuwt voor oververhitting van de economie. We stellen voor deze tijdelijke en conjunctuurgevoelige maatregel niet in de visie te vermelden. (Wanneer het nodig is, is het typisch iets voor een programma.)

Reactie:

In de Omgevingsvisie besteden wij aandacht aan zowel het belang van mensen als van dieren en planten/bomen. Een krachtige economie draagt in onze visie bij aan de hoofddoelstelling: een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland. Onze focus is steeds gericht op duurzaam, economisch krachtig en verbonden Gelderland en we wegen dit steeds in samenhang af. De economie behoeft onze permanente aandacht, waarbij wij we steeds het economisch belang wegen ten opzichte van onze andere strategische doelstellingen.

2. Weidegang en dierenwelzijn.

Dieren komen vrijwel niet in de omgevingsvisie voor. Alleen de dieren in het wild even, maar bijvoorbeeld niet de landbouwhuisdieren. In de huidige omgevingsvisie staat nog op blz. 83 onder 3.4 dat de provincie wil stimuleren dat de landbouwsector goed is voor mens, dier en omgeving, en op blz. 84 onder 3.4.1 dat de provincie weidegang wil bevorderen. In de nieuwe visie is het geschrapt.

We stellen voor de tekst over het bevorderen van weidegang en het stimuleren van dierenwelzijn in de nieuwe visie te behouden, en tekst op te nemen dat de provincie de vijf vrijheden voor dieren nastreeft.

Reactie: zie punt 4.

3. Veiligheid en stalbranden.

De visie bevat 40 keer het woord “veilig”. Maar het gaat dan altijd over mensen, en nooit over de veiligheid van dieren in stallen.

In onze zienswijze van 2 juli 2013 schreven we al :


“Jaarlijks komen helaas vele dieren op een afschuwelijke manier om het leven door stalbranden. Om er voor te zorgen dat dieren bij brand sneller geëvacueerd kunnen worden, kunnen diverse regels in de verordening worden opgenomen. Het houden van dieren anders dan op de begane grond kan verboden worden. Het te dicht op elkaar plaatsen van stallen waardoor de brandweer er niet goed bij kan komen kan verboden worden. Voldoende staldeuren en een inrichting die een snelle evacuatie mogelijk maakt zouden verplicht kunnen worden. Wanneer dieren aan buitenloop of weidegang gewend zijn, zullen ze bij brand minder geneigd zijn om in de stal te blijven.”

Inmiddels is er nog weinig verbeterd. Ook het “Actieplan brandveilige veestallen 2018-2022” wijst nu op de rol van de provincies bij het vergroten van de brandveiligheid. Zo kan de provincie (zie blz. 13) een maximaal bebouwd oppervlak gebruiken in plaats van een maximale bouwblokgrootte.

Om dat in de verordening te kunnen opnemen is het belangrijk om nu in de visie te vermelden dat Gelderland niet alleen veilig moet zijn voor mensen, maar ook voor dieren. Dit kan vervolgens worden uitgewerkt in veiligheid in stallen, veiligheid rond provinciale wegen, etc.

Reactie: zie punt 4.

4. Aanbevelingen Dierenbescherming.

We stellen voor de aanbevelingen (blz. 18, onder c) van de Dierenbescherming in de omgevingsvisie over te nemen.

Reactie 2 t/m 4:

In het kader van het versterken van de biodiversiteit zijn dieren een belangrijk aandachtspunt in de Omgevingsvisie. Wij willen soortenrijkdom beschermen en versterken, onder andere met het Gelders Natuurnetwerk. Daarnaast streven wij met de visie naar een betere balans tussen de intensieve veehouderij, natuurwaarden, lucht+ en bodemkwaliteit en het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Brandveiligheid in stallen is in de eerste plaats een gemeentelijke aangelegenheid, Gedeputeerde Staten is op dit moment bevoegd gezag van slechts enkele veehouderijen. Veel onderwerpen, zoals de aandacht voor weidegang, kunnen een plaats krijgen in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie. De actualisatieronde voor de Omgevingsverordening is “beleidsneutraal”. Er wordt deze ronde derhalve geen nieuw beleid inzake de veehouderij geïmplementeerd. Daar waar wij vanuit onze taken en verantwoordelijkheid hieraan kunnen bijdragen zullen wij dit doen.

5. Ecologische voetafdruk landbouwsector.

In de huidige omgevingsvisie staat op blz. 83 onder 3.4 dat de provincie wil stimuleren dat de landbouwsector een kleinere ecologische voetafdruk krijgt. De nieuwe visie is niet zo concreet. Het woord/begrip “voetafdruk” komt helemaal niet meer voor. We stellen voor deze tekst niet te schrappen, maar ook in de nieuwe visie op te nemen.

Reactie:

Onze focus op duurzaam, economisch krachtig en verbonden zal op alle mogelijke beleidsterreinen doorwerken en in de uitwerking van de zeven ambities. Het terugbrengen van onze ecologische voetafdruk vloeit hier logischerwijs uit voort.

6. Stiltegebieden.

In de huidige omgevingsvisie staat nog een paragraaf (4.3.5) over stilte. In de verordening staan regels voor de stilte- en stiltebeleidsgebieden. In de nieuwe visie komt het woord stilte niet meer voor. Dit lijkt op een nieuwe poging om de stilte(beleids)gebieden af te schaffen. We stellen voor ook stilte expliciet weer te benoemen in de visie.

Reactie:

De Omgevingsvisie geeft onze focus en ambities op hoofdlijnen. Met deze visie wordt het beleid niet gewijzigd, dit blijft voortbestaan.

7. Foto’s, bijvoorbeeld bij hoofdstuk biodiversiteit.

Op blz. 33 bij het hoofdstuk over biodiversiteit staat een foto van een imker met honingbijenvolken. Er is echter sprake van voedselconcurrentie tussen de honingbij en de wilde bij. De bedreigde wilde bijensoorten hebben er last van als er teveel honingbijenvolken aanwezig zijn. De foto’s in de visie zijn ook niet functioneel; er staat nooit een onderschrift bij om de relatie met de tekst aan te duiden.

We stellen voor alle foto’s weg te laten, of tenminste de relatie met de tekst duidelijk aan te geven, en bij het hoofdstuk over biodiversiteit een betere foto te plaatsen. Bijvoorbeeld een foto van de plaats met de hoogste biodiversiteit in Gelderland, met een onderschrift dat uitlegt dat dit de plaats met de hoogste biodiversiteit van Gelderland is.

Reactie:

De foto’s zijn ter illustratie in de visie opgenomen. Ze geven een indruk van de kwaliteiten en dynamiek in Gelderland. De bij is een insect dat een belangrijke rol speelt in de natuur en voor de mens. Een soort die onder druk staat.

8. Schaarse ruimte.

De visie benoemt op blz. 12 en in de figuur op blz. 15 wel het feit dat de ruimte in Gelderland beperkt en schaars is, en dat er keuzes gemaakt moeten worden, maar laat na iets over die keuzes te zeggen.

We stellen voor dat wordt vermeld hoe het grondgebruik in Gelderland nu is, en wat de gewenste ontwikkeling is. Bijvoorbeeld dat meer grond nodig is voor natuur en biodiversiteit, en de transitie naar plantaardige eiwitten, en minder voor intensieve veehouderij.

Reactie:

Wij zijn ons ervan bewust dat alle ambities die wij beschrijven doorwerken op het ruimtegebruik in Gelderland. Dit vraagt keuzes die gebiedsgericht hun beslag moeten krijgen. Keuzes die in samenspraak met andere partijen besproken moeten worden en waar we samen met u keuzes in maken.


9. Voedseltransitie.

Het Planbureau voor de Leefomgeving beschreef recent dat een voedseltransitie nodig is, mogelijk is, en dat het met name ook een politieke opgave is. Deze ambitie ontbreekt echter om onduidelijke redenen.

We stellen voor dit in hoofdstuk 3 als extra ambitie toe te voegen.

Reactie:

In onze Omgevingsvisie beschrijven we diverse thema’s die het thema voedseltransitie raken. Wij beschrijven ambities op het vlak van circulaire economie, biodiversiteit, energietransitie, klimaatadaptatie.

10. Formaat en structuur van de visie

De visie zal onder andere door vele inwoners van Gelderland, door juristen van adviesbureaus, door ambtenaren, Gedeputeerden en Statenleden van Gelderland en de buurprovincies, en ambtenaren, wethouders en raadsleden van de Gelderse gemeenten en aanliggende gemeenten gelezen worden. Het is dus belangrijk dat het een duidelijk, overzichtelijk, goed gestructureerd document is, met een logische opbouw, en bijvoorbeeld een goed verband tussen de verschillende onderdelen. Dit is helaas niet gelukt. Het verband tussen de vier doelen, de zeven ambities, de drie focusonderwerpen en de vier principes wordt niet duidelijk.

De drie focusonderwerpen zijn het startpunt geweest bij veel besprekingen in plaats van het resultaat. Dit heeft mogelijk geleid tot een tunnelvisie.

De provincie kent taakvelden die redelijk stabiel zijn. We stellen voor dat daar ook bij aangesloten wordt, dan kunnen de visies van de provincies onderling, en door de jaren heen beter met elkaar vergeleken worden.

Reactie:

De focusonderwerpen: duurzaam, economisch krachtig, verbonden zijn een robuuste basis gebleken in het proces. De noodzaak om aandacht te besteden aan juist deze invalshoeken wordt steeds weer bevestigd door onze gesprekspartners. In onze Omgevingsvisie zetten we bewust niet onze taakvelden (of provinciale kerntaken) centraal, maar juist de thema’s waar we aan willen werken. Alle geformuleerde ambities bij de thema’s vragen om een brede aanpak vanuit meerdere (zo niet alle) provinciale kerntaken.

11. Aansluiten bij belangrijke internationale visies en akkoorden.

De ambities van Gelderland sluiten vaak aan bij nationaal of Europees beleid (bijvoorbeeld het Klimaatakkoord). Het zou verhelderend werken als daar in de visie duidelijk (met een linkje) naar verwezen wordt. Ook zou meer gebruik gemaakt kunnen worden van visies en doelen van internationale organisaties, bijvoorbeeld de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, of het Handvest van de Aarde.

Reactie:

Wij zien geen meerwaarde in het verwijzen naar andere visies en akkoorden.

12. Eerste persoon meervoud.

Het gebruikt van het woord “we” geeft verwarring. Wie zijn “we” in de visie ? PS, omdat ze de visie vaststellen? GS, omdat ze het ontwerp vaststellen? Ambtenaren die het geschreven hebben? “De provincie”? Alle inwoners van Gelderlanders? Ook toeristen? Etc.

Genootschap onze Taal wees ook al eens op de nadelen van de eerste persoon meervoud. We stellen voor het in de visie niet te gebruiken.

Reactie:

Het woord “we” duidt in de basis op het provinciale bestuur (PS én GS) dat opdracht geeft aan de ambtelijke organisatie. Het woord “we” wordt ook in bredere zin gehanteerd: de Gelderse samenleving.

13. Effect op de buren.

De visie gaat nu alleen of met name over de effecten van het Gelders beleid binnen Gelderland. Nauwelijks over de effecten van Gelders beleid in andere provincies of in het buitenland. Misschien kan op blz. 51 bij de doe-principes vermeld worden dat Gelderland waar mogelijk de Gulden regel hanteert.

Reactie:

Wij vinden het vanzelfsprekend dat wij goed met onze buren in gesprek blijven.

14. Wollig taalgebruik.

Op blz. 56 staat: “Zo komen we tot een visie met werking. Mochten koersen wijzigen en droombeelden veranderen, dan gaan wij opnieuw met u in gesprek en passen desgewenst de Gelderse Omgevingsvisie aan. De weg naar de toekomst kent immers geen rechte lijn, maar is een gezamenlijke zoektocht.”.

Dit is wat wollige ambtelijke taal. Het komt op meer plaatsen voor. Er is ook niet echt sprake geweest van een gesprek. Tijdens de informatiesessies waren er niet veel mensen aanwezig, en degene die aanwezig waren, waren vaak ambtenaren. We stellen voor gewoon op te schrijven dat de omgevingsvisie minstens elke bestuursperiode (na de verkiezingen) aangepast zal worden.

Reactie:

De huidige werkwijze is dat Provinciale Staten jaarlijs actualiseren. Het is aan Provinciale Staten deze werkwijze voort te zetten of te wijzigen.

15. Evaluatie huidige visie ontbreekt.

De omgevingsvisie wordt ingrijpend gewijzigd, maar onduidelijk is wat de problemen zijn met het formaat / de vorm van de huidige visie. Dit had in een korte evaluatie vermeld kunnen worden, dan hadden we nu ook kunnen toetsen of de nieuwe visie beter voldoet. Bedenk ook dat de visie verschillende groepen gebruikers kent, en dat nog steeds niet echt duidelijk is wat de wensen van die verschillende gebruikers zijn. Voor Provinciale Staten is bijvoorbeeld belangrijk dat de visie zo gestructureerd is dat hij gemakkelijk amendeerbaar is. Met de nieuwe versie is dat niet echt het geval.

Reactie:

De reden om de huidige Omgevingsvisie aan te passen vindt u in de Startnotitie “Gelderland pakt door met focus’.

16. Tekst uit huidige visie verhuist naar programma’s.

Veel van de tekst uit de huidige visie wordt geschrapt. Tijdens de informatiebijeenkomsten werd opgemerkt dat de tekst niet definitief weg is, maar soms zal terugkomen in nog op te stellen programma’s. Het is dan beter als dit duidelijk bij de tekst wordt aangegeven, dat de tekst niet geschrapt wordt, maar slechts verhuist, en als ook wordt aangegeven wie de programma’s vaststelt, PS of GS.

Reactie:

Dit is een toekomstvisie. Een visie op hoofdlijnen, een gewenste stip op de horizon. Beleid uit de huidige programma’s blijft ongewijzigd en wordt komende jaren waar noodzakelijk of gewenst geactualiseerd. Hierover zal op een later moment besluitvorming plaats vinden.

17. Visieschetsen.

Het is niet duidelijk wat met alle begrippen in de visieschetsen bedoeld wordt. Wat betekent het bijvoorbeeld dat een groot deel van de Achterhoek als krimpgebied is aangegeven? Er is geen duidelijke koppeling met de tekst in de visie. Wat betekent “versterking platteland” op de Veluwe? Meer woningen? Dat kan een bedreiging voor de biodiversiteit zijn. We stellen voor dit duidelijk uit te leggen.

Waarom zijn er maar een klein aantal “Werklocaties groen, schoon en slim” en waarom maar zes steden met “biodiversiteit in de stad”? We stellen voor alle werklocaties zo veel mogelijk groen, schoon en slim te maken, en “biodiversiteit in de stad” overal te laten gelden.

Hetzelfde geldt voor de
“gebieden voor natuurinclusieve landbouw” en “verbeteren balans veehouderij en natuur”. We stellen voor dat overal in Gelderland te doen, en om duidelijk toe te lichten wat met “natuurinclusief” wordt bedoeld.

Waarom zijn er maar vijf circulaire bedrijventerreinen getekend? We stellen voor dat álle bedrijventerreinen zo snel mogelijk circulair moeten werken.

In de visieschetsen missen we een weergave van de situatie in de buurprovincies en Duitsland. Sluit ons natuurnetwerk bijvoorbeeld in de visie goed aan bij het netwerk buiten onze provincie ? In de huidige schetsen is dat niet goed te zien. We stellen voor dat goed aan te geven.

Reactie:

1. De gehanteerde begrippen zijn in lijn met de teksten in de visie gebracht zoals beschreven in de Reactienota.

2. De toelichting op de visieschetsen is aangescherpt zoals beschreven in de Reactienota. Het is niet de bedoeling om een limitatief beeld te schetsen. Overal waar (grote) kansen aan de orde zijn om onze ambities te realiseren gaan wij graag het gesprek aan. Hiermee zijn we niet uitputtend, maar vormen ze uitgangspunt voor gesprek.

3. Gelderland is uiteraard geen eiland. Wij benadrukken de relatie met de omliggende provincies en Duitsland meer, zoals beschreven in de Reactienota.

18. Verwijzing naar VNG factsheet, verantwoording en milieubeginselen.

De VNG heeft recent een informatieve factsheet over de omgevingsvisie gepubliceerd. De factsheet beschrijft welke elementen een omgevingsvisie in ieder geval moet bevatten. Zo moet er rekening gehouden worden met de milieubeginselen uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU). We stellen voor dat een toelichting wordt toegevoegd die laat zien dat de ontwerp-omgevingsvisie die elementen bevat, en we stellen voor dat aan de omgevingsvisie toegevoegd wordt :
- het voorzorgsbeginsel en hoe dat vormgegeven wordt
- het beginsel van preventief handelen en ook hier hoe dat vormgegeven wordt
- het beginsel dat milieuaantastingen bij voorkeur aan de bron dienen te worden bestreden
- het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Reactie:

Wij nemen deze beginselen op in het hoofdstuk “Wat we blijven doen”.

19. Wisselwerking NOVI, POVI en GOVI.

De gemeenten in Gelderland dienen bij het opstellen van de gemeentelijke omgevingsvisies rekening te houden met de omgevingsvisie van de provincie. De omgevingsvisie biedt echter weinig houvast. We stellen voor dat een toelichting toegevoegd wordt met genummerde verwijzingen naar de punten die voor de gemeenten van belang zijn, of dat in de omgevingsvisie zelf meer structuur komt.

Reactie:

De Gelderse Omgevingsvisie is zelfbindend voor het provinciaal bestuur. Gemeenten zijn niet (juridisch) verplicht om rekening te houden met de Omgevingsvisie. Wij geven wel aan wat wij van belang vinden en waar wij ons (onder andere financiële) instrumentarium op inzetten. Juridische doorwerking is er overigens wel via de omgevingsverordening. Wij zijn verder van mening dat we door een meer gefocuste visie juist wel houvast bieden aan Gelderse gemeenten.

20. Richtlijn voor vorm van visie en overige documenten.

De omgevingsvisie is een grotendeels vormvrij document. Dat betekent in de beginfase een zoektocht hoe die vrijheid gebruikt moet worden om een zo goed (duidelijk, flexibel, etc.) mogelijk document te maken. We stellen voor om nu samen met andere overheden, misschien via het IPO, zo snel mogelijk een richtlijn, of een “best practice” visie op te stellen, en bij dat proces ook de statenleden te betrekken.

Zienswijze met betrekking tot de ontwerpomgevingsverordening (document180612_Ontwerp-actualisatieplan_6_Omgevingsverordening.pdf):

De bladzijdenummering in de pdf verschilt 1 met die op papier. In het onderstaande is de nummering op papier aangehouden.

Reactie:

De wetgever heeft Omgevingsvisies bewust vormvrij gemaakt, zodat er ruimte is voor maatwerk. Wij hechten daar aan. Het is uiteraard wel goed om van elkaar te blijven leren, daar is een richtlijn niet noodzakelijk voor.

21. Taaleisen.

Op blz. 7 onder 1 staat dat de aanleiding voor de taalverduidelijking zou zijn “de taaleisen om de verordening optimaal als digitaal document bruikbaar te maken”. Het is niet duidelijk wat hiermee bedoelt wordt, en wat de taaleisen zijn om de verordening optimaal als digitaal document bruikbaar te maken.

Reactie:

Omgevingswet gaat eisen stellen aan de digitale opmaak en vormgeving van de verordeningstekst. Onze verordeningstekst willen daar nu al op laten aansluiten voor zover dat mogelijk is.

22. Vernummering.

Op blz. 7 wordt opgemerkt dat alle artikelen vernummerd zijn. Het is niet duidelijk waarom dit op deze manier is gebeurd. De nieuwe nummeringsstijl heeft twee niveaus (x.y). De huidige nummeringsstijl heeft veel meer niveaus. Onder de huidige nummeringsstijl hoeft bij tussenvoegen minder hernummerd te worden. Zonder motivering waarom dit is gebeurd is er het risico dat het de volgende keer weer wordt omgegooid.

Reactie:

We hebben de vernummering aangepast ter verduidelijking van het geheel.

23. Compensatiepool.

Op blz. 13 onder 2.5. staat in de motivering: “Een belangrijk punt in de huidige verordening is dat alleen een beroep op een compensatiepool kan worden gedaan als er in de nabijheid van de ingreep geen mogelijkheden voor compensatie zijn. Deze voorkeursvolgorde is uit de verordening gehaald.”

Met de nieuwe verordening kan dus een beroep op een compensatiepool worden gedaan, ook als er in de nabijheid compensatie gedaan had kunnen worden. Het wordt niet duidelijk of zo’n regel altijd wel gunstig is voor de natuur. We zouden graag voorbeelden in de toelichting zien hoe dit werkt. We stellen voor deze voorkeursvolgorde alleen los te laten in geval compensatie in de nabijheid van de ingreep geen meerwaarde voor de natuur heeft.

Reactie:

Met de nieuwe verordening kan een beroep op een compensatiepool worden gedaan, ook als er in de nabijheid compensatie gedaan had kunnen worden.

24. Brandgangen.

Op blz. 17 onder 2.8 staat in de motivering: “ In de verordening worden nu voorwaarden gesteld aan onder andere de breedte van brandgangen en de begroeiing ervan. Deze voorwaarden zijn noodzakelijk om oneigenlijk of onnodig ontbossen tegen te gaan.”

Het is niet duidelijk wat met “nu” wordt bedoeld : de huidige of de nieuwe verordening. In de huidige verordening staan ook al voorwaarden voor de breedte van brandgangen. In de huidige verordening staat “12 tot 20 meter”, in de nieuwe staat “ten hoogste 50 meter of, als de brandgang zich bevindt onder een hoogspanningstracé van het elektriciteitsnet, ten hoogste 70 meter” dus het is niet duidelijk waarom de wijziging ontbossing zou tegengaan. Het is ook niet duidelijk waarom een brandgang onder een hoogspanningstracé breder moet zijn.

We hebben dit nagevraagd bij de terreinbeherende organisaties, en ze wisten van niets. We hebben dit ook nagevraagd op de informatiebijeenkomst op 2-8, en daar was op dat moment niet bekend wat de reden van de wijziging was.

De provincie had bijvoorbeeld al met een kaart kunnen aangeven voor welke brandgangen dit gevolgen gaat hebben, en hoeveel bomen er gekapt moeten gaan worden, en eventueel hoe dit gecompenseerd gaat worden. Kennelijk is er een onderzoek geweest, en een rapport dat aangeeft dat de huidige breedte van brandgangen te gering is, omdat er kans is op overslag van vuur ? Vermeld dit rapport dan, en leg het met de verordening ter inzage.

Het is voor burgers en bedrijfsleven irritant om steeds weer geconfronteerd te worden met wijzigingen waarvan niet duidelijk is waarvoor ze dienen. Voor de onderhoudbaarheid van de verordening is het ook niet goed dat niet duidelijk is waar de nu vermelde breedtes van 50 en 70 meter vandaan komen. We stellen voor deze wijziging niet te doen als er geen betere onderbouwing is.

Reactie:

Zowel in de huidige Omgevingsverordening als in het ontwerp+actualisatieplan Omgevingsverordening 6 is een definitie weergegeven waarin voorwaarden worden gesteld aan de Brandgang als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid onder c van de Wet natuurbescherming. In overleg met de Veiligheidsregio Noord+ en Oost Gelderland is de definitie aangescherpt. De aanleiding voor de wijziging van de breedte van de brandgang is dat de brandveiligheid en de infraveiligheid gewaarborgd is. De biodiversiteit wordt daarin meegenomen. Voor het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen geldt een algemene vrijstelling van de meldplicht en herplantplicht, uit artikel 4.4 eerste lid onder c van de Wet natuurbescherming. Kaartmateriaal inzake de brandgangen is te vinden op: http://geodata.rinm.nl/netkaart.html. De rapporten waaruit de criteria voor de brandgang zijn afgeleid zijn openbaar en op te vragen bij de Veiligheidsregio Noord+ en Oost Gelderland: Effectis Nederland, Onderzoek benodigde hoeveelheid bluswater voor natuurbrandbestrijding, september 2014 en Save, Begroeiing op en nabij munitiebunkers in relatie tot brandveiligheid, december 2011.

25. Plussenbeleid.

Op blz. 26 onder 1.1. is de definitie van plussenbeleid aangepast. Zoals het er nu staat is het echter geen definitie meer van plussenbeleid, maar van een plussenbeleidsgebied. De meeste definities onder 1.1 hebben “gebied” of “zone” in de naam, om aan te geven dat het om een ruimtelijke begrenzing gaat, maar bij enkele is dat weggevallen.

De definitie van plussenbeleid past nu niet meer bij het gebruik van de definitie in artikelen 2.31 en 2.32.


Reactie:

De definitie van het plussenbeleid is in de Omgevingsverordening verplaatst van de aanwijzing van gebieden naar begripsbepalingen. Het plussenbeleid is gekoppeld aan een niet grondgebonden veehouderij en het ruimtelijk beleid van een gemeente, niet primair aan de aanwijzing van een gebied. Deze verplaatsing in de Omgevingsverordening verduidelijkt dat het om een definitie van Plussenbeleid gaat. De tekst van artikel 2.31 sluit hierop aan, artikel 2.32 is vervallen.


De documenten met vragen en antwoorden zijn ook gepubliceerd op de site van de Provincie Gelderland.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer