Vragen over Biogas en Nert­sen­fok­kerij


Indiendatum: feb. 2009

» deze vragen op de website van de provincie

Onze fractie heeft al eerder vragen gesteld over biogas van slachtafval. De provincie gaf aan (nog) niet uit te kunnen sluiten dat het openbaar vervoer in Gelderland gaat rijden op biogas van slachtafval uit intensieve veehouderijbedrijven (noot 1; noot 2). Voor milieu- en diervriendelijke mensen, die voor biologisch of vegetarisch kiezen is dit een nachtmerrie. Tijdens de statenvergadering van 29 oktober 2008 gaf de gedeputeerde aan nog steeds geen toezegging te kunnen doen over de samenstelling van het biogas. Mogelijk wordt er ook gebruik gemaakt van slachtafval van de 15 miljoen eendagskuikens die ieder jaar in Nederland vergast en verhakseld worden (noot 3; noot 4).

In het jaarrapport van PON “Op weg naar duurzaamheid” vertelt een medewerkster van de provincie Gelderland :
“Het mooie van biogas is niet alleen dat het de schoonst beschikbare brandstof is, maar ook dat het wordt geproduceerd van mest en organisch afval” en “Voor het biogas in Gelderland is het niet nodig energiegewassen te kweken, want we hebben meer dan voldoende afval om weg te werken.”

De jongerenorganisaties van Christenunie, PvdA, Partij voor de Dieren, GroenLinks, SP en Milieudefensie voeren op dit moment een actie om de Nederlandse politiek te bewegen om te komen tot een beëindiging van het fokken van nertsen voor hun vacht. In Nederland worden na Denemarken en China het grootste aantal nertsen gehouden. In Denemarken zijn ook al biogasinstallaties waar nertsenmest vergist wordt. Gelderland staat wat betreft het aantal nertsen binnen Nederland op de tweede plaats, na Noord-Brabant. Nertsen leven een kort leven in kleine kooitjes, en krijgen vissen- en kippenslachtafval te eten. In een schokkend filmpje van Stichting Vier-voeters op YouTube is te zien hoe de dieren leven, gevild worden, en welk “organisch restmateriaal” de nertsenhouderij oplevert.

Dat deze mooie dieren na te zijn gevild wellicht zullen worden vermalen om als brandstof voor het openbaar vervoer in Gelderland te dienen is een horrorscenario dat ons bevattingsvermogen ver te boven gaat.

  1. Acht het college het denkbaar dat bij de productie van “groen gas” voor het openbaar vervoer in Gelderland ook gebruik gemaakt gaat worden van nertsenkadavers, of mest uit de nertsenhouderijen ? Vindt het college dat wenselijk ?
  2. Is het college het met ons eens, dat het technisch (als de wens er is) niet heel moeilijk is om onderscheid te maken in het materiaal dat ten grondslag ligt aan het biogas ?
  3. Zou het volgens het college niet beter zijn als er onderscheid gemaakt zou worden in het materiaal dat ten grondslag ligt aan het biogas, zodat consumenten in de toekomst een bewuste keuze in de soort biogas kunnen maken, netzo als dat nu mogelijk is bij bijvoorbeeld electriciteit ?
  4. Vindt het college het wenselijk dat busreizigers de nertsenhouderijsector zullen gaan ondersteunen bij het verwerken van hun mest en afval, terwijl tegelijkertijd de landelijke politiek in meerderheid over wil gaan tot het beëindigen van de nertsenfokkerij, maar opziet tegen de kosten voor schadeloosstelling ?
  5. Als de landelijke politiek van mening is dat de nertsenhouderij op termijn zou moeten stoppen,
    hoe kan biogas van vergiste nertsenmest dan “duurzaam” zijn ?
  6. Waarom geeft het college voor het openbaar vervoer niet de voorkeur aan stortgas of biogas
    van bijvoorbeeld rioolslib of huishoudelijk afval ?
  7. Kan de provincie haar invloed als aandeelhouder van Nuon aanwenden om het mogelijk te maken dat klanten van Nuon in de toekomst een keuze kunnen maken om biogas af te afnemen dat níet afkomstig is van mest of slachtafval uit de bio-industrie ?
  8. Zou het college er bij minister Cramer voor kunnen pleiten om bij nieuwe regelingen voldoende onderscheid tussen de verschillende soorten biogas te maken ?

    Op dit moment wordt het certificeringssysteem voor Groen Gas vastgesteld.
  9. Zouden GS bij de Coördinator Groen Gas van de Gasunie willen pleiten voor het opstellen van een certificeringssysteem dat voldoende onderscheid in het type biogas maakt, met name met betrekking tot biogas van dierlijk materiaal, zodat consumenten straks een bewuste keuze kunnen maken, en het onderscheid ook gebruikt kan worden in de concessieverlening voor het Openbaar Vervoer ?

Luuk van der Veer
Lid Provinciale Staten van Gelderland
Partij voor de Dieren.

Indiendatum: feb. 2009
Antwoorddatum: 12 mrt. 2009

» deze antwoorden op de website van de provincie

Vraag 1: Acht het college het denkbaar dat bij de productie van “groen gas” voor het openbaar vervoer in Gelderland ook gebruik gemaakt gaat worden van nertsenkadavers, of mest uit de nertsenhouderijen ? Vindt het college dat wenselijk ?
Antwoord: Het college is van plan om een norm voor CO2 reductie voor te schrijven bij de aanbesteding van de nieuwe concessie voor het openbaar vervoer. Het is aan de vervoerder om te bepalen hoe deze reductie word geealiseerd. Als de vervoerder kiest voor gebruik van biobrandstof moet hij voldoen aan de landelijke richtlijnen hiervoor. De grondstoffen moeten voldoen aan de landelijke duurzaamheidscriteria, zoals de vigerende criteria van de commissie Cramer (verder "criteria van de commissie Cramer" genoemd: http://www.vrom.nl/pagina.html?id=38262). Zie ten aanzien van nertsenfokkerijen antwoord op vraag 4.

Vraag 2: Is het college het met ons eens, dat het technisch (als de wens er is) niet heel moeilijk is om onderscheid te maken in het materiaal dat ten grondslag ligt aan het biogas ?
Antwoord: De grondstoffen voor biobrandstoffen moeten voldoen aan de criteria van commissie Cramer. Daardoor wordt reeds voorgeschreven van welke grondstoffen biobrandstoffen geproduceerd mogen worden. Hierin zijn wij niet voornemens aanvullende criteria op te stellen.

Vraag 3: Zou het volgens het college niet beter zijn als er onderscheid gemaakt zou worden in het materiaal dat ten grondslag ligt aan het biogas, zodat consumenten in de toekomst een bewuste keuze in de soort biogas kunnen maken, net zo als dat nu mogelijk is bij bijvoorbeeld electriciteit?
Antwoord: Zie antwoord vraag 2.

Vraag 4: Vindt het college het wenselijk dat busreizigers de nertsenhouderijsector zullen gaan ondersteunen bij het verwerken van hun mest en afval, terwijl tegelijkertijd de landelijke politiek in meerderheid over wil gaan tot het beëindigen van de nertsenfokkerij, maar opziet tegen de kosten voor schadeloosstelling?
Antwoord: In Den Haag vindt politieke discussie plaats om de gehele nertsenhouderij in Nederland te beëindigen. Als dat het geval is, dan vervalt het organisch materiaal uit deze sector. Biogasinstallaties werken echter primair op andere biomassastromen. Het mogelijk wegvallen van deze relatief geringe hoeveelheid nerstenmest en slachtafval is eenvoudig door ander materiaal te vervangen.

Vraag 5: Als de landelijke politiek van mening is dat de nertsenhouderij op termijn zou moeten stoppen, hoe kan biogas van vergiste nertsenmest dan “duurzaam” zijn?
Antwoord: Het vergisten van nertsenmest veroorzaakt minder CO2 uitstoot dan het storten van de mest. Door het storten van mest komt ook methaan vrij, een ca 20 maal sterker broeikasgas dan CO2. De term duurzaamheid slaat dan in dit geval alleen op de gevolgen voor het broeikaseffect.

Vraag 6: Waarom geeft het college voor het openbaar vervoer niet de voorkeur aan stortgas of biogas van bijvoorbeeld rioolslib of huishoudelijk afval?
Antwoord: Het college geeft de voorkeur aan het voorschrijven van een doelvoorschrift voor het behalen van de CO2 reductie. Er wordt geen brandstof,of grondstof voor de brandstof voorgeschreven.

Vraag 7: Kan de provincie haar invloed als aandeelhouder van Nuon aanwenden om het mogelijk te maken dat klanten van Nuon in de toekomst een keuze kunnen maken om biogas af te nemen dat níet afkomstig is van mest of slachtafval uit de bio-industrie?
Antwoord: De provincie verwacht dat het productie- en leveringsbedrijf Nuon zich houdt aan de criteria van de commissie Cramer. Het netwerkbedrijf Alliander handelt niet in gas.

Vraag 8: Zou het college er bij minister Cramer voor kunnen pleiten om bij nieuwe regelingen voldoende onderscheid tussen de verschillende soorten biogas te maken? Op dit moment wordt het certificeringssysteem voor Groen Gas vastgesteld.
Antwoord: De provincie verwacht dat nieuwe regelingen voldoen aan de criteria van de commissie Cramer.

Vraag 9: Zouden GS bij de Coördinator Groen Gas van de Gasunie willen pleiten voor het opstellen van een certificeringssysteem dat voldoende onderscheid in het type biogas maakt, met name met betrekking tot biogas van dierlijk materiaal, zodat consumenten straks een bewuste keuze kunnen maken, en het onderscheid ook gebruikt kan worden in de concessieverlening voor het Openbaar Vervoer?
Antwoord: Nee, GS willen dit niet. GS gaan er vanuit dat het certificieringssysteem voldoet aan de criteria van de commissie Cramer.

Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koningin
H.M.D. Brouwer - secretaris

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer