Meer asfalt geen oplossing voor mobi­liteit van de toekomst


13 juli 2020

Tijdens de Provinciale Statenvergadering van 8 juli 2020 lag het ontwerpbesluit “Visie op een bereikbaar Gelderland” voor. Daarin werd de mobiliteitsvisie voor Gelderland voor de komende tien jaar vastgesteld. De Partij voor de Dieren riep op tot bezinning over de toekomst van mobiliteit in Gelderland met het oog op het halen van de klimaatdoelstellingen. In het licht van de Corona-crisis, waarvan de gevolgen op mobiliteit nog niet duidelijk zijn, is het verstandig om geen extra asfalt aan te leggen en in te zetten op minder woon-werkverkeer. Opvallend was dat de meeste andere partijen de nadruk juist legden op meer asfalt, spits mijden en het stimuleren van de transportsector.

Inmiddels is het niet meer te ontkennen dat deze crisis ervoor gezorgd heeft dat de ontwikkeling van het woon- en werkverkeer in de komende jaren andere vormen aan zal nemen. Volgens Statenlid Lester van der Pluijm is het op zijn zachtst gezegd onverstandig om ervan uit te gaan dat de stijgende trend van meer verkeersbewegingen die vóór de crisis was ingezet zal blijven aanhouden. Dit staat ook op gespannen voet met de Gelderse klimaatinspanningen. Mobiliteit is het enige terrein waar de CO2-uitstoot niet afneemt.

In zijn betoog pleitte Van der Pluijm er dan ook voor de Corona-crisis te benutten om te reflecteren over de toekomst van mobiliteit in Gelderland. Zo begon hij door Gedeputeerde Van der Wal te vragen of bij het opstellen van deze mobiliteitsvisie een integrale aanpak een rol gespeeld had, aangezien mobiliteit een grote factor is in de klimaatproblematiek: “Normaal wordt er veel nadruk gelegd op integraal beleid. Ik vraag me af of er hier nu sprake van is, en of dit beleid geen ongewenste effecten heeft op onze klimaatdoelstellingen.” Deze visie gaat immers uit van meer mobiliteit en dat zal waarschijnlijk een negatief effect hebben op de ambities van het Investeringspakket Gelders Klimaatplan en de leefomgeving op de lange termijn.

Vervolgens zette Van der Pluijm zijn scepsis over de voorliggende mobiliteitsvisie verder uiteen. Omdat deze zo breed was opgezet, werd er volgens hem teveel ruimte opengelaten voor bijvoorbeeld het aanleggen van meer asfalt. Daar is de Partij voor de Dieren natuurlijk geen voorstander van, zeker niet nu er zoveel onzekerheid is over mobiliteit in het kader van de Covid-19 situatie.
Van der Pluijm: “Het is tijd om het dogma van asfalt los te laten. Het lost het fileprobleem niet op en leidt uiteindelijk niet tot betere doorstroming. Minder verkeersbewegingen is uiteindelijk de oplossing. Wat ons betreft is het belangrijk dat we geen asfaltprojecten doorzetten die gebaseerd zijn op een pre-Corona verkeersbeeld. De Corona-crisis is nog geen verleden tijd en niemand kan in de glazen bol kijken.”

Naar aanleiding hiervan diende Van der Pluijm twee moties in (die geen meerderheid haalden). De eerste, ingediend met de SP, verzocht GS asfaltprojecten uit te stellen tot bekend wordt wat de effecten van de Covid-19 crisis zijn en hierover opnieuw te besluiten indien deze voor een ander verkeersbeeld hebben gezorgd. Met de tweede motie verzocht de Partij voor de Dieren GS het thuiswerken te stimuleren, door het momentum dat thuiswerken momenteel heeft maximaal te benutten door in gesprek te gaan met onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en bedrijven. Dit past bij de benadering van de Partij voor de Dieren om in te zetten op slimme mobiliteit en gedragsverandering. Van der Pluijm sprak dan ook de hoop uit dat het college daar structureel geld voor zou vrijmaken.

Twee dagen na de Provinciale Statenvergadering bleek de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur zijn visie te onderschrijven. In een advies aan het kabinet, getiteld “Groen uit de Crisis” pleit de Raad om terughoudend te zijn met de uitvoering van maatregelen of investeringen in weginfrastructuur. Zij “signaleert nu zulke fundamentele (al dan niet tijdelijke) veranderingen in mobiliteitsgedrag en in de maatschappelijke norm, dat er aanleiding is om de capaciteitsuitbreiding en aanleg van nieuwe wegen te pauzeren”.

Van der Pluijm is verheugd dat de RLI zich nu ook uitspreekt tegen een te snelle terugkeer naar de tijden van vóór Covid-19. “Ik hoop dat het kabinet de adviezen ter harte neemt, en dat ook de Gedeputeerde eens naar het rapport zal kijken. We zullen de ontwikkelingen in ieder geval nauwgezet blijven volgen”.